Viering en vrucht (4)
Een vorig keer schreef ik dat het bruiloftskleed van een christen volgens W. Teellinck uit zes delen bestaat. Het eerste drietal ziet meer op de 'staat' van de christen. Uitvoerig stond ik stil bij dit drietal, nl. het berouw, het geloof en de liefde.
Dit keer vraagt het tweede drietal in het kort onze aandacht, nl. kennis van het Heilig Avondmaal, een heilig verlangen naar de tijd van de bediening van het Heilig Avondmaal en de openbaring van de kracht van het Avondmaal in ons leven.
In een volgend artikel ga ik in op de vraag voor wie is het Heilig Avondmaal? Het antwoord op deze vraag is duidelijk: het Avondmaal is ingesteld voor de gelovigen. Ik zal mij daarom meer toeleggen op de vraag of het Avondmaal is voor de verzekerden of mag de nodiging tot de dis van het Nieuwe Verbond ruimer zijn.
Kennis
Teellinck stond er op dat de disgenoten een grondige kennis hebben van het Avondmaal. In zijn tijd zijn er velen die geen flauw benul hebben met welk doel het Heilig Avondmaal is ingesteld. Velen denken dat door middel van het sacrament het geloof wordt gewerkt. Op velerlei manieren probeert Teellinck hen duidelijk te maken dat het geloof wordt gewerkt door het Woord en dat het wordt versterkt door het gebruik van de dis van het Nieuwe Verbond.
Fel vaart hij uit tegen hen die èn het Heilig Avondmaal vieren èn bewust hun zonden aan de hand houden. Zij eten en drinken zich een oordeel. Let wel: een oordeel. Dus niet zoals men vaak zegt: hèt oordeel. Neen, het gaat om een oordeel in het leven. Wat niet wil zeggen dat het niet kan uitlopen op het oordeel. Maar dit laatste is alleen het geval als men volhardt in het kwaad.
Het moet gezegd worden, dat Teellinck hen die aan zijn handen toevertrouwd waren, niet altijd gespaard heeft. Toch bestrafte hij hen niet, omdat hij daarin een wreed vermaak bezat. Het was juist zijn bedoeling dat de mensen een recht zicht op het Avondmaal zouden ontvangen. Na de bestraffing geeft hij dan ook een pastorale aanwijzing om meer en betere kennis te krijgen. Hij zegt: 'Men moet zeer geconcentreerd denken aan het lijden en sterven van Christus'.
Bij de voorbereiding moet 'doordacht' worden, wat hij heeft gedaan. Zo verkrijgt men door de Geest een juist inzicht op het volbrachte werk van Jezus Christus, alsmede waartoe Hij het Avondmaal heeft ingesteld. Wij zullen het doen — zo zegt Teellinck — tot Zijn gedachtenis.
Leermoment
Van dit praktisch advies van deze sleutelfiguur van de Nadere Reformatie kunnen wij nog wel iets leren.
Want hoe bereiden wij ons voor als wij weten dat de Tafel des Heeren staat aangericht? Ik geef direct toe dat tijd en context waarin wij leven andere zijn dan die van Teellinck. Wij, mensen van de twintigste eeuw, hebben een druk bestaan. Er wordt wat door ons gehold, gevlogen en gesjouwd om ons 'waar' te maken. Het lijkt zelfs steeds erger te worden. Wie heeft er nog tijd voor een ander? Wie neemt er nog tijd voor zijn ziel? Wie houdt nog zo'n voorbereiding, zoals het behoort, in overeenstemming met het Heilig Avondmaal? Ik ga geen klaagzangen aanheffen. Toch hoort men meer dan eens dat er zo weinig vrucht is van wat men aan Tafel heeft ontvangen. Ook het Avondmaal zelf doet iemand soms weinig. Ik weet: er kunnen velerlei oorzaken zijn. Op sommige kom ik later nog wel terug. Nu vraag ik alleen: hoe staat het met de voorbereiding? Teellinck legde in de week van voorbereiding als het ging om de zelfbeproeving alle nadruk op de concentratie op het lijden en sterven van Jezus Christus. Bij concentratie daarop moet men denken aan de meditatie. Weten wij nog van deze meditatie? Het moet gezegd worden: mediteren is nog niet zo eenvoudig. Dat vraagt van ons niet alleen een volledige concentratie, maar dat heeft ook met tijd te maken. En is die tijd er nog wel?
Jongeren kennen hun zogenaamde 'stille tijd'. Zij houden zich iedere dag een kwartier of een halfuur bezig met Gods Woord. Als ouderen gaan de jongeren ons daarin voor. Doen wij als ouderen zoals zij doen? Toegespitst op de Avondmaalszondag is er dan in de week van voorbereiding een geduchte preparatie op het lijden en sterven van de Zoon van God?
Met al te boude uitspraken moet men altijd voorzichtig zijn, maar het kon wel eens zo zijn dat men moet zeggen: zó is de voorbereiding, zó is de viering en zó zijn ook de vruchten van de viering. Weinig voorbereiding zal weinig vrucht geven. Helemaal geen voorbereiding, dan ook geen vrucht!
Wanneer ik een praktisch advies mag geven: neem in een week van voorbereiding iedere dag enige tijd af voor zelfbeproeving. Laat die zelfbeproeving er zijn met de Schrift en met het gebed. Daarnaast kan men één van de boekjes van de hand van drs. N. C. van Velzen gebruiken. Ik noem nu alleen het boekje 'Tot Zijn Gedachtenis', voor de week van voorbereiding. Het is een uitgave van Groen te Leiden. Dit boekje vormt een waardevolle hulp bij de persoonlijke voorbereiding op de viering van het Heilig Avondmaal. De inhoud bestaat uit korte meditaties, gebeden, citaten en gedichten, geput uit een schat van twintig eeuwen kerkgeschiedenis. Terecht wordt op de achterkant van dit boekje geschreven: 'Deze teksten onderwijzen, sporen aan tot zelfonderzoek, bieden troost en bezingen Gods lof. Alle staan ze in het licht van de viering van het Heilig Avondmaal.'
Dit werkje en andere boekjes over dezelfde materie zullen in ons blad al wel eens zijn aanbevolen. Ik wil het alleen maar onderstrepen!
Die persoonlijke voorbereiding is nodig, zelfs dringend nodig. Maar ook is het niet verkeerd om als gemeente midden in de week of op zaterdagavond bij elkaar te komen om in Schriftlezing, meditatie en gebed te overdenken wat de Heere bevolen heeft te doen totdat Hij komt. Ook kunnen op deze zogenaamde avondmaalsbij eenkomsten gedeelten gelezen worden bv. uit 'de Godvruchtige Ayondmaalganger' van de hand van Petrus Immens. Ook Calvijn en Luther hebben behartenswaardige opmerkingen gemaakt over de voorbereiding op en de viering van het Heilig Avondmaal. Er zijn oude en nieuwe schrijvers die goede dingen over het Heilig Avondmaal hebben geschreven. Of die schrijvers oud of nieuw zijn, is niet zo belangrijk. Als zij maar 'ware' dingen hebben geschreven. Het moge duidelijk zijn, dat zo'n Avondmaalsbijeenkomst de persoonlijke voorbereiding niet moet vervangen. Ook mag het niet, met name als het aan het eind van de voorbereidingsweek wordt gedaan, een soort sluitpost zijn in de zin van dat men weinig tijd heeft gehad voor de persoonlijke voorbereiding. De Avondmaalsbijeenkomst op zaterdag móet het dan nog een beetje goedmaken. Weet wel: hier rust geen zegen op; ook zal men geen zegen ontvangen. Het gehele gebeuren op de Avondmaalszondag eist een gedegen voorbereiding.
Wel haast ik mij te zéggen dat ik tegen een Avondmaalsbijeenkomst op zaterdagavond geen enkel bezwaar heb. Verschillende jaren heb ik deze bijeenkomsten bij toerbeurt met een collega mogen leiden in Huizen (N-H). Persoonlijk denk ik daaraan nog altijd met veel genoegen terug. Ofschoon het gevaar van 'sluitpost', zoals ik hierboven signaleerde wellicht aanwezig was, heb ik toch nooit de indruk gehad dat dit in werkelijkheid zo was. Het waren doorgaans bijeenkomsten die ons meer dan eens naar de volgende ochtend deden uitzien om met elkaar als gelovigen de dood des Heeren te gedenken totdat Hij komt.
Verlangen
Wij keren terug naar Teellinck. Zoals ik reeds meedeelde bestaat in 'Het geestelyck cieraet' het bruiloftskleed uit zes delen. Bij vier hebben wij reeds stilgestaan. Nu vraagt dan het vijfde deel onze aandacht. Dit vijfde deel wordt door Teellinck genoemd: een heilig verlangen naar de tijd (het tijdstip) dat het Avondmaal bediend zal worden.
Dit 'heilig verlangen' behoort er niet alleen te zijn in de week van voorbereiding, maar in de grond der zaak altijd.
Nu zal het juist als iemand stelt dat men dit 'heilig verlangen' niet bij zichzelf kan opwekken. Het verlangen wordt gewerkt door de Heilige Geest. Ook Teellinck is dit alles niet onbekend geweest. Heel goed wist hij echter dat de Heilige Geest gebruik maakt van de middelen. Om die reden wees hij op het Woord. Met name op die gedeelten die aanleiding gaven om zich bijzonder op het lijden en sterven van Christus te concentreren. Zoals hij dit deed ter verkrijging van een bijzondere kennis van het Heilig Avondmaal, zo deed hij dit ook om een heilig verlangen naar de dis van het Nieuwe Verbond te ontvangen. Wij willen er wel op letten, dat Teellinck spreekt over een 'heilig verlangen'. Dat is een verlangen dat door God geheiligd is en dat helemaal uitziet naar de tekenen van brood en wijn om met geestelijke mond versterkt te worden door het volbrachte werk van Gods Zoon. Hoe weet men dat dit heilig verlangen er is? Teellinck antwoordt: 'Wanneer men hongert en dorst naar de gerechtigheid van Christus'. Het kan ook anders gezegd worden: er is een heilig verlangen als men van de Tafel niet kan wegblijven. Achteraf hoort men iemand dan wel eens zeggen dat het wel leek alsof men naar de Tafel werd gedragen.
Misschien mag ik hier nog een aantekening bij maken. Met name naar hen toe die niet durven te spreken over een verzekerd geloof, noch over een heilig verlangen naar het tijdstip van het Heilig Avondmaal. Hoewel Teellinck daarop niet ingaat, leert de praktijk van het geloofsleven ons wel zoveel, dat speciaal het 'heilig verlangen' er niet altijd is in een week van voorbereiding. Het zal ontbreken als men in zo'n week heen en weer geschud wordt en men meer afgaat op wat men gevoelt dan op wat men gelooft.
Bepaalde zonden en aanvechtingen van de duivel kunnen dit 'heilig verlangen' in de weg staan.
Wellicht denkt zo'n mens wel eens om op Avondmaalszondag maar niet naar de kerk te gaan. Het is toch niet voor hem, denkt men.
Toch raad ik juist zo'n mens aan om nooit of te nimmer thuis te blijven. Men zou namelijk niet de eerste zijn in wie of door de prediking ter toeleiding tot de dis van het Nieuwe Verbond of door de viering van het Avondmaal zelf een 'heilig verlangen' geboren werd om de Heere aan Zijn tafel groot te maken.
ledere dienaar van het Woord zal ze wel kennen bij wie het 'heilig verlangen', de ontsluiting kwam tijdens de Avondmaalsdienst zelf. Nog niet zo lang geleden zei iemand bij wie het 'heilig verlangen' ontwaakte tijdens de Avondmaalsdienst: 'Toen dit gebeurde, moest ik van mijn plaats naar de Tafel. Ik had iets van een Esther: kom ik om, zo kom ik om, maar ik zal tot de Koning gaan'.
(I.v.m. ziekenhuisopname van ds. De Knegt wordt deze serie hier beëindigd, hoewel nog enkele artikelen zouden volgen, Red.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's