Viering en vrucht (5)
Tengevolge van een ziekenhuisopname moest ik in december 1995 de serie 'Viering en vrucht' onderbreken.
Op verzoek van onze eindredacteur zal ik nu deze artikelenreeks voortzetten en afronden. Het gaat nog om zo'n vier bijdragen.
Ook hoop ik op de vragen in te gaan die naar aanleiding van de vorige artikelen zijn gesteld.
Voor wie?
In mijn laatste bijdrage in december schreef ik reeds iets over de vraag voor wie het Heilig Avondmaal is ingesteld. De kon tóen tot geen andere conclusie komen dan dat de Heere het heeft ingesteld voor de gelovigen.
Prompt volgde daarop een schrijven waarin de vraag gesteld werd of de toegang tot de dis van het Nieuwe Verbond alleen was voor de verzekerde gelovigen.
Mijn antwoord is kort en krachtig: neen! Persoonlijk denk ik dat 'de ruif' te hoog gehangen wordt als er gesteld wordt dat het Heilig Avondmaal er alleen is voor jongeren en ouderen die een verzekerd geloof bezitten. Ik heb dit in preken uit de tijd van de reformatie niet kunnen opmaken.
Ook in de nadere reformatie ben ik dat niet zo tegengekomen. Nu zal men mij niet horen zeggen dat er geen vertegenwoordigers van laatstgenoemde beweging zijn geweest die de deur naar het Heilig Avondmaal op een kier hebben gezet. Wellicht zijn er te noemen! Een man als W. Teellinck behoort echter niet tot hen. Bij deze oud-vader vond ik in z'n preken een ruimte die in onze tijd wel eens wordt gemist. En dat juist bij hen die zeggen in de voetsporen van Teellinck te gaan. Teellinck kent verschillende stadia in het geloof. Er zijn kinderen, jongelingen en vaders in het geloof. In het begin van het geloofsleven is er nog niet die verzekerheid van het geloof die er in later jaren is. Soms vraagt men zich als kind in het geloof wel eens af of het wel geloof is dat men bezit. In geen geval zou men durven spreken over een verzekerd geloof, want dat bezit men niet.
Moet men dan maar achterwege blijven en niet toetreden tot de heilige Tafel des Heeren? Teellinck geeft als antwoord dat men z'n plaats zeker niet moet leeg laten. Naar zijn zeggen gaat het om het geloof.
Dat geloof moet echt, waarachtig zijn. Naar zijn terechte mening behoeft dat geloof niet altijd verzekerd van aard te zijn. Er zijn verschillende trappen in het geloof. Als laagste trap van het geloof noemt Teellinck: 'In Christus de zaligheid zoeken, in Hem het heil begeren'.
Ook al kan men niet vast geloven dat de vergeving van zonden in het hart wordt gevonden, toch komen tot des Heeren Avondmaal. Wie er naar verlangt om te geloven dat al z'n zonden hem om Jezus' wil vergeven worden, behoeft niet achter te blijven. Wie hongert en dorst naar de gerechtigheid van Christus bezondigt zich niet als men de tekenen van brood en wijn tot zich neemt.
Ook wanneer men zich nog niet volkomen aan Christus heeft overgegeven en als men nog niet met een volkomen hart kan zeggen: 'Mijn Heere en mijn God', mag men komen.
Wellicht dat men met wat ik in het bovenstaande van Teellinck aanhaalde iets kan doen. In navolging van hem, doch nog meer in navolging van de Heilige Schrift stel ik dat het Heilig Avondmaal is voor de onverzekerde en verzekerde gelovigen.
Ooit hoorde ik wijlen L. Vroegindeweij in een voorbereidingspreek het volgende zeggen: 'Al is er slechts een kruimeltje geloof in u, al is er alleen maar een heimwee naar Jezus Christus in die zin dat u Hem niet kan missen, dan maar komen tot de Tafel. De Heere zal erg blij zijn u te zien'. Evenals door Teellinck werd ook door hem in de prediking 'de ruif' niet hoog opgetrokken. De echte lammeren van de Goede Herder konden erbij. Trouwens, ook vandaag moeten zij erbij kunnen, want zij behoren er helemaal bij.
Zekerheid
Ook al zijn het - zoals ik hierboven schreef - niet allemaal verzekerde gelovigen die aan de Tafel des Heeren aanzitten, dat wil niet zeggen dat de lammeren aan de dis niet zouden moeten zien een schaap te worden. Wat wil ik daarmee zeggen? Wie heimwee heeft naar Jezus Christus moet daarin niet blijven steken. Dat geldt evenzeer voor de kinderen des geloofs die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid van Christus, maar die toch niet helemaal voor hun rekening durven te nemen wat er in zondag 7 van de Heidelberger staat geschreven. Het is tot oneer van de Heere als een bekommerde blijft steken in z'n bekommernis. Alsof de Heere geen uitredding zou kunnen geven, 't Zelfde is van toepassing als men meent uit het gemis te kunnen leven alsof de Heere het gemis niet zou kunnen vervullen.
Trouwens, wij moeten niet vergeten dat wij van ons gemis nooit óf te nimmer kunnen leven. Een waarachtig missend mens zal altijd uitzien naar Jezus Christus. Honger en dorst naar Zijn gerechtigheid wordt in het hart gevonden.
Opzettelijk schrijf ik dit alles enigszins neer. Ik ontkom namelijk niet helemaal aan de indruk dat het gemis aan zekerheid beter is dan dat men zekerheid van het geloof bezit. Wanneer men zegt dit laatste door Gods genade te mogen bezitten, wordt men al snel te 'groot en te hoog' gevonden. Men gaat ook niet graag om met een verzekerd gelovige. De oorzaak is dat men het gemis veel belangrijker vindt. Niet de zekerheid is een kenmerk van het geloof, maar het gemis.
Zelf blijf ik toch liever in de lijn van de Heidelberger waarin duidelijk gesteld wordt dat de zekerheid behoort tot het wezen van het geloof. Daarmee zeg ik niet dat het gemis er niet kan zijn. In het geloofsleven sluit het een het ander niet uit. Ook al weet men zich verzekerd van het geloof, dan kan men ook nog wel eens het gemis ondervinden. Maar waar het mij om gaat is dit: Wie de zekerheid mist, moet niet van het gebrek daaraan leven. Er is niet van te leven. Maar wat moet men dan doen? Men moet zien zekerheid te verkrijgen.
Een vraag is wel: hoe verkrijgt men die zekerheid des geloofs? Wat zeker is: zij komt ons niet aangewaaid. Door middel van een trouw gebruik van het onderzoek van Gods Woord en de prediking wordt de zekerheid gewerkt. Ook wil de Heere die werken door middel van het gebruik maken van het Heilig Avondmaal. De tekenen van brood en wijn onderstrepen niet alleen dat de Heere in Christus een genadig God en Vader voor ons wil zijn, doch dat Hij dat óók is. De dis van het Nieuwe Verbond is een verzegeling van de beloften Gods, die zowel trouw als waarachtig zijn. Want déze beloften komen uit Gods mond. En alles wat uit Zijn mond uitgaat, blijft vast en ongebroken.
Wanneer?
De al eerder genoemde briefschrijver die de vraag stelde voor wie het Avondmaal is, voegde daaraan nog een vraag. Hij schreef: 'Als u stelt dat ook gelovigen mogen aanzitten die de zekerheid missen, wanneer komt dan die zekerheid in het leven'?
Nu hoop ik maar dat vragensteller met z'n vraag niet het tijdstip bedoelt, want dan moet ik hem het antwoord schuldig blijven. Hoewel... dit laatste is niet helemaal juist. De Heere schenkt de zekerheid van het geloof als het Hem behaagt. Er is een tijdstip dat bij God in Zijn heilige en glanzende Raad bekend is. Veel meer kan ik er niet over zeggen. Of het moest zijn dat die zekerheid geleidelijk in ons leven groeit. Dat wil zeggen dat de afkeer tegen de zonde in ons leven steeds groter wordt en Jezus Christus steeds begeerlijker, heerlijker en noodzakelijker. Die groei zowel in het een als in het ander kan al vanaf onze kinderjaren in ons leven zijn. Toch komt er een moment dat wij van kind een volwassene gaan worden. Dat wil zeggen, dat het zeker weten en dat vaste vertrouwen dat al onze zonden ons om Jezus' wil vergeven zijn ons door de Heilige Geest geschonken zijn.
Ik schreef: het kan heel geleidelijk gaan. 't Kan ook plotseling eraan toegaan. Zonder dat men het verwacht. Zo herinner ik mij iemand in het pastoraat ontmoet te hebben die vertelde dat hij als een missend mens aan de Tafel des Heeren was gegaan. Hij durfde niet te zeggen dat er nooit iets in z'n leven was geweest, maar die bewuste zondagmorgen leefde hij meer met vrees in z'n hart dan met hoop. Niettemin was hij toch naar de tafel gegaan. Zekerheid had hij nooit gekregen en hij rekende er ook zeer zeker bij déze Avondmaalsviering niet op. Toch kon hij - zoals ik schreef - niet wegblijven. Toen hij aanzat en het brood en de wijn tot zich nam, hoorde hij tot zijn verwondering de Heere tegen hem zeggen: 'Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde. Weest verzekerd van deze Mijn liefde'. En toen was hij verzekerd... Met name uit het slot van Romeinen 8 mocht hij tóen leven en dit anderen voorhouden. Vanzelfsprekend is die zekerheid daarna ook wel eens enigszins weg- geëbd, hoewel zij toch nooit helemaal is verdwenen. In tijden van grote duisternis en donkerheid mocht hij dit alles nog wel eens de Heere voorhouden. Niet als een recht, maar als een pleitgrond!
Nog een voorbeeld inzake de zekerheid van het geloof. Ook een praktijkvoorbeeld. Ik kwam op bezoek bij een vrouw die ten einde raad was. Zij wist geen raad meer met haar schuld. Ook geen raad meer met zichzelf. Hoe ik haar ook wees op Jezus Christus, het hielp niets. Voor haar was Hij niet! Zij zou Hem om die reden toch niet leren kennen. Een paar maanden na ons gesprek belde zij op om nog eens langs te komen. Er was naar haar zeggen een groot wonder gebeurd. Tijdens het bezoek vertelde zij dat de Heere was overgekomen in het leven. Evenals bij Paulus had het God behaagd Zijn Zoon in haar te openbaren. Toen wist zij het zeker: 'Mijn Heere en mijn God'. Die zekerheid kreeg zij, toen zij zo in donkerheid verkeerde en met dingen in de keuken bezig was die weinig met God te maken hadden. Zij dacht niet eens aan de Heere, maar Hij wel aan haar.
Ik heb met dit alles willen zeggen dat de zekerheid van het geloof bij de één zus en bij de ander zo kan gewerkt worden. Maar wat zeker is: een onverzekerde moet niet bij zijn onverzekerdheid blijven staan, maar jagen, zoeken met ingesparmen krachten naar de zekerheid van het geloof.
Voorbereidingspreek
Hoe men zich in de week voor het Heilig Avondmaal heeft voor te bereiden, schreef ik reeds in een van de vorige artikelen. Nu wil ik nog iets op papier zetten over de voorbereidingspreek die in de meeste gemeenten van gereformeerde signatuur wordt gehouden. Meestentijds in de ochtenddiensten, maar als dit niet kan in de middag-of avonddiensten op de zondag voorafgaande aan de bediening en viering van het Heilig Avondmaal. ' (Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's