Viering en vrucht (8)
Luther
De opvatting van Luther over het Heilig Avondmaal is anders dan die van Calvijn. Hoewel hij de leer van de transsubstantia van de hand wijst, wil hij toch zo dicht mogelijk bij de letterlijke betekenis van de instellingswoorden blijven.
Dat wil zeggen dat Luther terwille van het behoud van de vastigheid van het Woord de interpretatie van de woorden: Dit is mijn vlees en in de zin van: Dit betekent mijn vlees, afwijst. Het Woord zal men op deze manier niet minachten noch krachteloos maken.
Luther is - om zo te zeggen - hiervoor vuurbang geweest. Want gaat men het één zus interpreteren, dan kan men het andere zó gaan uitleggen. Ja, men kan de Schrift buigen zoals men wil. Zelfs kan men haar laten buikspreken.
Kortom: alle vastigheid en zekerheid gaan teloor. Een gevleugeld woord van Luther is: 'Het Woord zal men laten staan en daaraan niet tornen'.
De vraag is nu wel, hoe Luther het Avondmaal opvat als hij niet wil dat het werkwoord 'zijn' veranderd wordt in het werkwoord 'betekenen' ? Hoe is Christus daarin aanwezig?
Het antwoord is: In het Avondmaal is er een reële presentie (werkelijke aanwezigheid) van het lichaam en het bloed van Christus.
Naar het gevoelen van K. Exalto is het motief daarin niet in de eerste plaats van mystieke aard geweest, maar veelmeer geworteld in een diepgevoelde behoefte aan zekerheid des geloofs, welke voor Luther viel of stond met de vastheid van het Woord. Het Evangelie mag niet dubieus gemaakt worden door de betekenis van de instellingswoorden te veranderen.
Alomtegenwoordigheid
De opvatting van Luther over het Avondmaal heeft ook te maken met de zogenaamde ubiquiteitsleer.
Wat houdt deze leer in? Niet anders dan dat Christus' lichaam alomtegenwoordig is en dus niet slechts in de hemel is.
Nu moet gezegd worden dat theologen in de tijd van Luther niet altijd even fijnzinnig met elkaar omgingen. Karlstadt bijvoorbeeld maakte de spottende opmerking dat Luther toch niet helemaal goed bij zijn hoofd was door zó'n opvatting ter berde te brengen. Ook legde hij Luther de vraag voor of Christus dan soms Zijn plaats in de hemel leeg liet staan als het Avondmaal gevierd werd, nl. om in brood en wijn lichamelijk aanwezig te zijn.
Luther, ook niet op zijn mondje gevallen, gaf als antwoord aan Karlstadt dat Christus niet op en neer vaart, maar Hij is overal en vervult alle dingen.
Dit punt van de alomtegenwoordigheid van Christus is door Luther nooit helemaal opgelost. Calvijn kon met deze leer moeilijk uit de weg. Hij stelde de vraag: Wat blijft er nog van een werkelijke hemelvaart van Christus over als men durft te spreken van een alomtegenwoordigheid niet van Christus' Geest en kracht maar van Zijn lichaam?
Persoonlijk denk ik dat de opvatting van Luther over Christus' aanwezigheid in het Heilig Avondmaal niet geheel juist is. Niettemin kan ik zijn opvatting wel begrijpen vanwege zijn grote eerbied voor het Woord. Wat dat betreft kunnen wij van Luther nog wel het een en ander leren.
Zou er niet veel onzekerheid zijn, omdat er aan de zekerheid en vastheid van het Woord wordt getwijfeld? Zou het ook niet als oorzaak hebben dat wij meer 'onze theologieën' laten spreken dan het Woord zelf?
Zekerheid ligt er alleen in de zekerheid van het Woord, zoals één van de dichters heeft gezegd: 'Wat uit Gods mond uitgaat, blijft vast en ongebroken'.
Calvijn
Calvijn heeft zeker het diepst het geheimenis wat betreft het Avondmaal doorgrond. Hij leerde dat de gelovige met de lichamelijke mond brood en wijn eet en drinkt, doch met de geestelijke mond, d.i. in het geloof, het lichaam en bloed des Heeren. De Heilige Geest geeft geestelijke gemeenschap.
Dit alles heeft Calvijn als volgt omschreven: 'Wanneer ons in het Avondmaal de tekenen van vlees en bloed van Christus worden aangeboden, dan worden zij ons, zo zeggen wij, niet tevergeefs aangeboden zonder dat ook de zaak zelf voor ons vaststaat. Daaruit volgt dat wij het lichaam van Christus eten en Zijn bloed drinken. Door zo te spreken maken wij niet uit het teken de zaak zelf, noch vermengen wij deze beiden in één; wij sluiten het lichaam van Christus niet op in het brood en wij fantaseren daarentegen ook niet dat het onbegrensd is; wij dromen niet van een vleselijke transfusie van Christus in ons en wij doen ook niet een uitspraak over een ander dergelijk verzinsel...'
Wie tussen de regels doorleest, merkt op dat Calvijn zowel tegen de opvatting van Luther als tegen die van de rooms-katholieke kerk stelling neemt.
Hoe dan ook: de opvatting van Calvijn is de meest Schriftuurlijke. De Heilige Geest geeft in de tekenen van brood en wijn geestelijke gemeenschap.
Versterking
Het geloof wordt door het sacrament versterkt. Het is wellicht goed om dit nog eens te onderstrepen. Hiermee is gezegd dat het geloof niet door het sacrament wordt gewerkt. Alleen het Woord, toegepast en verklaard door de Heilige Geest, werkt het geloof. Het Woord is het zaad van de wedergeboorte. Door de Heilige Geest valt het in een 'weltoebereide aarde' tengevolge waarvan het naar berieden wortel schiet en naar boven vruchten gaat voortbrengen.
Alleen de gelovigen nemen deel aan het Avondmaal. Ik ga er nu niet meer op in, hoe het geloof er uit kan zien, klein of groot. Geloof is geloof! Alleen het geloof wordt door middel van het gebruik van het sacrament Versterkt.
Ik kan mij vergissen, maar soms denk ik wel eens dat wij weer terugkeren naar de middeleeuwen waarin werd geleerd dat het sacrament het geloof werkt. Men sprak bij het sacrament wel over de zogenaamde 'gratia infusa' d.i. de ingegoten genade. Het sacramentalisme stond hoog in het vaandel.
Maar... keren wij niet enigermate terug tot het 'sacramentalisme'? In de laatste decennia zijn de Avondmaalstafels steeds voller geworden. Aan de ene kant is dit zeer verblijdend. Immers, er is óók een tijd geweest dat er slechts een enkeling aan het Heilig Avondmaal ging. Het is zelfs wel gebeurd dat als een bepaalde broeder of zuster niet aanwezig was in de kerkdienst het Avondmaal niet eens werd gevierd. Zelfs ging er geen nodiging uit, omdat de ene man of vrouw die als enige altijd deelnam niet aanwezig was.
Het moet eerlijk gezegd worden dat het Heilig Avondmaal lange tijd is onderschat. Het voert mij te ver om de wortels daarvan op te diepen, ofschoon ik wel de opmerking wil maken dat met name tegen het einde van de nadere reformatie een andere opvatting over het Avondmaal kwam dan ten tijde van de reformatie en in de beginperiode van de nadere reformatie.
Alleen... en dat is de andere zijde: is de onderschatting niet overgegaan in een overschatting? Is er toch bij een ieder wel een juiste visie en een helder zicht op het Avondmaal? Wordt er toch niet heimelijk gedacht dat het sacrament het geloof werkt? En vervalt men zo niet weer in sacramentalisme?
Het zijn slechts een paar vragen die om aandacht vragen.
Aan de ene kant zeg ik: laat de nodiging tot des Heeren maaltijd maar ruim uitgaan. De geestelijke 'ruif' kan niet laag genoeg gehangen worden. Aan de andere kant stel ik dat duidelijk in de nodiging dient uit te komen wie er worden genodigd en wat zij aan de Tafel des Heeren mogen verwachten.
De Heere is blij als Hij Zijn kinderen, klein en groot, aan Zijn tafel ziet zitten. Bij hen versterkt Hij wat Hij heeft gewrocht.
Gemeenschap
De Avondmaalsviering is gedachtenisviering van de dood van Christus. Hij zelf heeft opdracht aan Zijn kerk gegeven om Zijn dood te gedenken, totdat Hij komt. Gelukkig wordt aan deze opdracht in alle gemeenten gehoor gegeven, tenzij er tuchtmaatregelen zijn die deze gedachtenisviering in de weg staan.
Ik moet zeggen: het is wel heel erg als het een gemeente niet is toegestaan om het Avondmaal te vieren. En dat niet alleen omdat er dan van versterking van het geloof door het sacrament geen sprake is, maar ook omdat Woord en sacrament worden gescheiden.
Ik weet wel: die scheiding kan nodig zijn vanwege ernstige misstanden in de gemeente. Maar het is en blijft een zeer ernstige zaak!
Een gemeente die dit overkomt moet zien dat zo snel mogelijk alle mis-en wantoestanden worden opgeruimd, opdat de gedachtenisviering weer in het midden van de gemeente kan plaatsvinden. Geen Avondmaal te mogen vieren moet tot smart van een gehele gemeente zijn. Het Avondmaal te mogen vieren is zo'n grote zaak! Want naast de gedachtenisviering van de dood van Christus is zij gemeenschapsoefening van de gelovigen met Christus.
Opnieuw vindt aan de Tafel des Heeren de verzekering plaats: 'Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven' . Opnieuw worden Gods beloften verzegeld. De beloften van de vergeving der zonden wordt door het aanschouwelijk onderwijs dat men krijgt in het gebroken brood en in de vergoten wijn nog eens onderstreept.
Hoe kan het gebeuren dat men juist aan de Avondmaalstafel nog eens weer beleeft en meemaakt, dat de schuld en de zonden als een pak zijn weggerold in het lege graf (denk aan Christen in Bunyans 'Christenreize').
Heel het heil, alle genade door Christus op het kruis verworven wordt nog weer eens aan het Avondmaal helderder en duidelijker voor ogen gesteld. Wat voorwerpelijk door onze Borg is verworven, wordt onderwerpelijk nog weer eens doorleefd.
Christus, Hij vormt het middelpunt bij de Avondmaalsviering. Niet het kind van God met z'n bevinding en bekering staat in het middelpunt. Christus, Christus alleen! Daarbij wil ik God de Vader vanzelfsprekend niet vergeten.
Hoe kan het gebeuren dat men ziende op de gekruisigde en opgestane Christus door de Heilige Geest wordt gebracht aan het Vaderhart van God. Om dan van Vader te horen: 'Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met koorden van goedertierenheid'.
Aan de Tafel des Heeren kan er zó'n gemeenschap geoefend worden met een drieenige God, dat dit nooit of te nimmer meer uit ons geheugen is te wissen. Zolang wij ons geheugen blijven houden, weten wij zelfs de zondagen te noemen waarop dit gebeurde.
Is die gemeenschap als hierboven omschreven er dan niet altijd? Laat ik er dit van schrijven: zij is er alléén als de Heere ons die geeft. Er zijn ook wel Avondmaalszondagen waarop het er geheel anders aan toegaat. Maar daarover een volgende keer. (Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's