De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Viering en vrucht (9)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Viering en vrucht (9)

9 minuten leestijd

L. Blok heeft ooit eens een zin geschreven die door ons nooit of te nimmer vergeten moet worden. Hij schreef: 'In de sacramenten verzegeld God Zijn genadebeloften en niet onze genadestaat, niet ons gelovig zijn of bekeerd zijn.'

Ik moet zeggen: dit is een zeer troostrijke zin. In het sacrament van het Heilig Avondmaal gedenkt de Heere aan Zijn Verbond. Hij zet er opnieuw een zegel op dat in het bloed van Christus vergeving van zonden wordt/is geschonken. Weer laat Hij op grond van Zijn Verbond ons horen: 'Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met koorden van goedertierenheid.'

Vergeving

Voor wie is het Evangelie bestemd? Het antwoord is eenvoudig: voor zondaren! Voor alle zondaren? Jazeker, voor alle zondaren. Zonder enige restrictie (beperking) mag geschreven worden dat het Evangelie met alle beloften aan een ieder gepredikt zal worden.

Het Evangelie is juist voor zondaren. Ik hoor de Zaligmaker zeggen dat Hij is gekomen om zondaren zalig te maken. Ook zegt Hij tijdens Zijn omwandeling op aarde: 'Ik ben niet gekomen om de mensenzielen te verderven, doch om die te behouden.'

In het Evangelie staan rijke beloften. In een van de beloften wordt ons onder andere toegezegd: de vergeving der zonden.

Deze vergeving der zonden heeft iedere zondaar nodig. Geen mens kan rechtvaardig voor God verschijnen, tenzij het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, hem of haar gereinigd heeft van alle zonden.

Nu is het wel de vraag of iedere zondaar het bloed van Jezus Christus nodig heeft. Of men er met heel z'n hart om verlegen is.

Helaas is dit niet het geval. Niemand zit van nature te wachten op de vergeving der zonden. Niemand verlangt ernaar en niemand ziet er van huis uit naar uit.

Alleen als men van Boven wordt geleerd dat men zondaar is, wordt men werkzaam met de belofte van de vergeving der zonden. Dan wordt het: 'Niets, o Jezus, dan Uw bloed; wast en reinigt mijn gemoed'. Zonder de wederbarende kracht van Gods Geest, blijven onze ogen gesloten voor het bloed van het Lam en voor het Lam zelf. Het is een Godswonder als wij werkelijk zondaar zijn. Het is bepaald geen vrucht van eigen akker als wij iets van de gestalte van de tollenaar hebben die achter in de tempel bad: 'O God, wees mij, de zondaar, genadig.'

Als zondaar, verloren in schuld en zonde, zoekt de Heere ons op. Hij rechtvaardigt ons als een goddeloze. Aan verlorenen schenkt Hij vergeving van zonden.

Hetzelfde gebeurt bij het Avondmaal! De Heere zoekt ons daarin niet op in onze vroomheid en in onze godsvrucht. Hij zoekt er ons op in onze onwaardigheid, in onze schuld en zonde. Daarover kunnen wij ons alleen maar verwonderen. Klein, heel klein worden wij in onszelf als wij bedenken, hoe goed de Heere is.

Over de vergeving van de zonden heeft de Zaligmaker ook gesproken bij de inzetting van het Heilig Avondmaal. Wij horen Hem zeggen: 'Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in mijn bloed, dat voor u en voor velen vergoten wordt tot vergeving der zonden.'

Zoals ik een vorig keer aantoonde, ontvangen wij aan de Tafel des Heeren in het gebruik van brood en wijn niet de vergeving van de zonden. Van een zogenaamde 'gratia infusa' (ingegoten genade) is geen sprake.

Wel is er sprake van de verzekering van de vergeving der zonden. Men mag zeggen dat de Heere nog weer eens onderstreept wat hij heeft geschonken, nl. de vergeving van de zonden. Hij laat ons zien in de tekenen van brood en wijn die heenwijzen naar het gekruiste lichaam en vergoten bloed van Christus dat Hij al onze zonden vergeven heeft. Hij zegt als het ware: bloed over alle zonden.

Steeds opnieuw nodig

De verzekering van de vergeving van de zonden blijft steeds opnieuw nodig. Zij blijft nodig door middel van het spreken Gods via Zijn Woord, maar ook het sacrament van het Heilig Avondmaal is daarbij onontbeerlijk.

Men mag maar niet zeggen dat men 'na eens ontvangen genade' de verzekering van de vergeving niet meer nodig heeft.

Men heeft ze nodig, men houdt ze nodig! Waarom? Omdat de zonde - ook in een verlost leven - maar al te zeer blijft doorgaan.

In zijn brief aan de Romeinen horen wij de apostel Paulus zeggen: 'Het goede dat ik wil, doe ik niet; maar het kwade dat ik niet wil, dat doe ik; ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods? '

Dit schreef de apostel, toen hij mocht weten dat hem al zijn zonden om Jezus' wil waren vergeven. Juist na zijn 'eerste bekering' voelde hij zich een twee-mens. Er was genade in zijn leven, niettemin nam hij ook waar dat de zonde maar al te zeer bleef doorgaan in zijn leven. Zo is het bij ieder oprecht christen! Wat kunnen er juist door een christen veldslagen geleverd moeten worden.

Daar is de strijd tegen de boze! Steeds opnieuw trekt satan van de Heere en Zijn dienst af. Hoe vaak geeft men gehoor aan de influisteringen van de tegenstander van God.

Ook de wereld met al haar begeerten kan een strijdveld zijn. Meer dan eens verliest een christen de strijd tegen de wereld.

Maar de grootste vijand is niet de duivel en niet de wereld, maar dat is ons eigen vlees. Van het bedenken des vleses staat geschreven, dat het vijandschap is tegen God. Terecht blijft daarom de bede: 'Hoe raak ik nog .mijzelven kwijt; om Jezus voor een eeuwigheid recht hartelijk te kiezen.'

Strijd zal een christen blijven kennen tot z'n laatste snik in het hier en nu. Niet al­leen tegen de vijanden van wie ik hierboven het een en ander schreef, maar tegen nog vele boosdoeners meer.

Soms wordt men er moedeloos onder. Vooral dan als de afdwalingen en de misdragingen zeer ernstig zijn. Immers, een kind des Heeren kan zeer diep vallen. Daarbij moeten wij niet alleen denken aan de zonden tegen de tweede tafel van Gods wet, maar niet minder tegen die van de eerste tafel.

Zo heb ik in de afgelopen jaren in het pastoraat een kind van God ontmoet die niet kon nalaten om Gods Naam op een zeer grove manier te ontheiligen. Toen ik haar eens vroeg, hoe dit toch kon gebeuren, gaf zij als antwoord: 'het welt "zomaar" in mijn hart op'.

Met dit alles wil ik maar zeggen dat het een onjuist gezegde is als men zegt: 'eens bekeerd, voor altijd bekeerd'. Vanuit de eeuwige raad Gods gezien is dat juist, maar vanuit de mens gezien is het onterecht. 'Ten tijde van de reformatie was er de leus: reformata reformanda, d.i. wij zijn gereformeerd om gereformeerd te worden. Met een variant daarop kan ik ook schrijven: 'Wij zijn bekeerd om bekeerd te worden'.

Juist vanwege het steeds opnieuw ongehoorzaam zijn aan de Heere, is die herhaalde bezegeling van de vergeving van de zonden nodig. En dat gebeurt bij het Avondmaal. Want tot onze beschaming en tot onze troost wijst de Heere door de tekenen van het gebroken brood en de vergoten wijn naar de verzoening van de zonden die op Golgotha is aangebracht. Wat wordt Christus ons dan niet alleen noodzakelijk, maar ook dierbaar (kostbaar) als ons wordt gewezen op Zijn volbracht werk. Wat kan er dan met Hem en Zijn Vader gemeenschap worden geoefend door de Heilige Geest.

De zoete smaak van de vergeving der zonden, ontvangen door het gebruik van het Heilig Avondmaal, kan ons in de armen van Christus brengen aan het hart van de Vader, zodat het wordt: 'Abba, lieve Vader'. Dan is er gemeenschap met een drieenig God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Aan het Vaderharte Gods vindt opnieuw de verzegeling van de Heilige Geest plaats. Niet als een tweede, aparte zegen (second blessing) maar als een zaak die bij het geloofsleven behoort.

Sursum corda

Het Avondmaal brengt ons in de gemeenschap met Christus. Wij oefenen daarin de heerlijke nagedachtenis van Zijn dood.

Toch is het niet zo dat wij alleen maar met een gekruiste Christus gemeenschap oefenen, maar wij doen dat ook met wie Christus in het heden is. Hij is immers verhoogd. Hij is verheerlijkt. Als de verhoogde en verheerlijkte Christus is Hij gezeten aan de rechterhand van Zijn Vader.

Om die reden vermaant het formulier van het Heilig Avondmaal ons om niet met onze gedachten aan het uiterlijke brood en de wijn te blijven hangen, doch onze harten in hemel opwaarts (sursum corda) te verheffen.

Het is juist de verheerlijkte Heiland zelf, Die door Zijn Geest onder de tekenen van brood en wijn de gemeenschap oefent en bekrachtigt tussen Hem en Zijn kerk die Hij zijn bruid wil noemen en die vlees van Zijn vlees en been van Zijn gebeente is (Heid. Cat., vraag 76).

Onderlinge band

Aan de Avondmaalstafel is er tussen de gelovigen een onderlinge band. Hoe verschillend van aard zij kunnen zijn en hoe onderscheiden in maatschappelijke status, maar aan de Avondmaalstafel zijn zij één door een mystieke band die hen aan elkaar verbindt.

De Heilige Geest bindt ze samen. Hij vormt ze tot één lichaam. In I Korinthe 10 : 17 horen wij de apostel Paulus zeggen: Eet brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.'

Het zal duidelijk zijn dat die mystieke band, die band van liefde en enigheid, ver te zoeken is als men ruzie of onenigheid met elkaar heeft.

Het is onmogelijk dat men aan Tafel èn gemeenschap oefent met een drie-enig God èn met een broeder of een zuster met wie men wat heeft gehad of met wie men in het heden nog iets heeft. Men neemt aan een andere tafel deel dan die bepaalde broeder of zuster.

Men kan dit inderdaad doen, maar een zegen ontvangt men niet. Ook zal men geen onderlinge band met het ene lichaam van Christus kennen. Zij zal alleen geproefd en gesmaakt worden als wrok en twist verdwenen zijn.

Er mag - om zo te zeggen niets tussen God en onze naaste zijn om een gezegende Avondmaalsviering te hebben. Verzegeling van de vergeving van de zonden betekent vrede met God, maar ook vrede met elkaar! (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Viering en vrucht (9)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's