De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Viering en vrucht (11)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Viering en vrucht (11)

9 minuten leestijd

Een vorige keer vroeg ik aandacht voor wat de Heere aan Zijn tafel de Zijnen doet ondervinden. Naast de gemeenschap met Christus is er de gemeenschap met elkaar. Dit laatste is een wezenlijk onderdeel van de Avondmaalsviering.

Men mag maar niet zeggen dat de gemeenschapsoefening met Christus in het Heilig Avondmaal het voornaamste is en dat de gemeenschap der heiligen aan de dis van het Nieuwe Verbond daaraan ondergeschikt is.

Wij vieren geen Avondmaal op ons 'ééntje'. Wij doen dit met allen die een even dierbaar geloof hebben als wij. Dat wil zeggen: in de gemeenschap waarin God ons gezet heeft.

Ik kan niet alles zeggen over wat de gemeenschap der heiligen inhoudt. Het zou een aparte artikelenreeks vragen. Wel wil ik er zoveel van zeggen dat wij als broeders en zusters naast elkaar aan de Tafel zitten. Ook behoort er te zijn: een broederlijke -en zusterlijke liefde. Deze liefde heeft praktische gevolgen voor het dagelijks leven.

Heiliging

De praxis pietatis (de praktijk van de godzaligheid) heeft een voorname plaats in ons leven als wij met vrucht Avondmaal hebben gevierd. Petrus Immens wijst ons erop, dat de huisgenoten des geloofs er altijd iets van te horen en te zien zullen krijgen als er aan de Tafel des Heeren gemeenschap met Christus en met elkaar is geoefend. Vooral de zorg en de liefde voor elkaar zal in woorden en in daden blijken. Dit niet, omdat wij dit verplicht zijn, maar omdat wij niet anders kunnen.

Trouwens, dat de Heere ons geloof heeft willen versterken, zal ook op te merken zijn in de verbanden waarin de Heere ons heeft gezet. Op fabriek en kantoor, op school, in de politiek zullen wij niet kunnen nalaten om te spreken over die ene Naam onder de hemel gegeven tot zaligheid. Maar het blijft niet bij spreken alleen. Het zal evenzeer uit onze daden op te merken zijn.

Samengevat: de godvruchtige avondmaalganger is een leesbare brief van Christus in de samenleving alsmede in de kerk of gemeente. Ook zal hij na de Avondmaalsviering gemeenschap blijven beoefenen met allen voor wie Jezus Christus alles is geworden.

Thuis

Ik maak even een klein uitstapje naar het 'kerkje in de kerk'.

Na het Avondmaal gevierd te hebben komt men thuis. Van belang is om aan onze kinderen door te geven wat er die rnorgen in de kerk heeft plaatsgevonden. Dat dit op een kinderlijk eenvoudige manier moet gebeuren, zal duidelijk zijn.

Wat zeker is: wij moeten geen stommetje spelen en net doen alsof er die zondagochtend niets bijzonders is gebeurd. Het werk Gods aan onze ziel en de versterking daarvan door middel van de tekenen van brood en wijn mogen onze kinderen horen en zien.

Vaak zijn Avondmaalsdiensten lange kerkdiensten. Met name voor de kinderen is het wel eens moeilijk, om zo lang stil te zitten. Maar als wij dan aan het einde van kerkdienst als wij thuis zijn geen enkel woord vernemen van wat er die morgen is geschied, krijgen zij alleen maar een aversie (weerzin) tegen déze lange diensten.

Het werk Gods mag worden doorgegeven! Ook mogen onze kinderen horen, hoe de Heere in liefde naar ons heeft omgezien en dat wij veel van Hem houden. De Heere kon het nog wel eens willen zegenen wat wij tegen onze kinderen van Zijn dienst zeggen. Daarbij óók gebruik makend van onze daden die door onze kinderen gezien worden.

Met name als onze kinderen ouder worden kan er een tijd zijn dat men beter kan zwijgen dan spreken. Wat vader of moeder zeggen komt niet altijd meer over of valt verkeerd. Dat kan ons als ouders pijn en verdriet doen. Hoe dan, als er niet meer te spreken valt over wat voor ons het voornaamste is? Dan behoren wij in onze daden een leesbare brief van Christus voor onze kinderen te zijn. Wie zal zeggen, hoe de Heere via onze daden onze kinderen weer kan terugbrengen tot Zijn Woord.

Hoe het ook zij: onze kinderen - met name als zij ouder worden - letten scherp op ons. Zij weten ons heel goed te vertellen wanneer onze daden niet in overeenstemming zijn met wat wij zeggen of niet zeggen.

Dat ons als ouders veel wijsheid nodig is, zal derhalve een ieder wel verstaan. Maar wie om wijsheid verlegen is, kan bij de Heere terecht. Er staat duidelijk in de Schrift dat de Heere wijsheid wil schenken aan een ieder die wijsheid ontbreekt. De Heere is een God die mildelijk geeft en niet verwijt.

De duivel op kerkenpad

Onlangs ontving ik een schrijven van één van de lezers die schreef dat hij het meest last van de duivel had in de week van voorbereiding en als de Avondmaalsviering aanbrak. Steeds opnieuw probeert de duivel het werk Gods m hem in een kwaad daglicht te stellen. Meer dan eens moet hij horen: u hebt geen heil bij God.

Onze lezer vraagt: wat moet ik toch tegen die lelijke duivel doen? Het lijkt wel alsof die verwoester van den beginne juist op de Avondmaalsviering op kerkenpad is.

Wat deze laatste zin betreft ben ik het van harte met de briefschrijver eens. Het lijkt wel alsof de duivel juist op die zondag het erg druk heeft om te verstoren W|at niet mag en kan verstoord worden. Hoewel... wij moeten niet vergeten dat de duivel het iedere zondag druk heeft, ook dan als er geen bediening en viering van het Heilig Avondmaal is. Hij neemt iedere zondag al eerder een plaats in dan de eerste kerkganger dit heeft gedaan. Hij zit - om zo te zeggen al op zijn plaats - alvorens de koster de kerk heeft betreden. Om de duivel moet maar niet gelachen worden. Waar men zich zeker voor moet hoeden is om te denken dat het geloof in de duivel in ons computertijdperk achterhaald is.

Het moge dan waar zijn dat de kop van de satan vermorzeld is, doch zijn bestaan en zijn kracht moeten wij maar niet onderschatten.

Wat probeert hij juist als wij aan het Avondmaal zitten ons van de zegen Gods te beroven. Wat kan hij onze gedachten op geheel andere plaatsen doen verwijlen dan juist daar waar zij moeten zijn: aan de Tafel, bij de tekenen van brood en wijn.

Wat hieraan te doen? De apostel geeft ons een goede raad! Hij zegt tot ons: wedersta de duivel. Dat wil heel eenvoudig zeggen: sta hem tegen; geef hem geen kans om zijn verwoestend werk te verrichten.

Wellicht dat iemand nu bij zichzelf denkt of men wel in eigen kracht de duivel kan weerstaan, tegenstaan. Neen, dat niet! Onze kracht is klein. Hoe verder de Heere ons leidt, hoe meer wij er achter komen dat wij in en van onszelf geen kracht bezitten. Wij zijn krachteloos en machteloos in onszelf. Maar vergeet niet: de kerk heeft een machtige Koning. Hij voorziet Zijn kerk van krachten. Zelfs om de duivel tegen te staan!

Fervente tegenstand zij dus geboden! Door de kracht des Heeren. Om die kracht moet veel gevraagd worden. Maar dan is ook dit waar: onze God ontfermt zich op het gebed.

Niet altijd hetzelfde

Wie mocht denken dat iedere Avondmaalsviering eenzelfde inhoud heeft of altijd zoveel vrucht geeft, vergist zich.

In het bovenstaande gaf ik reeds een voorbeeld, hoe fel de bestrijdingen van de duivel kunnen zijn. Niet alleen in een voorbereidingsweek, maar met name ook als men aan de dis van het Nieuwe Verbond deelneemt.

Maar er kunnen nog andere oorzaken zijn. Ik denk in dit verband aan wat G. A. Saldenus heeft geschreven. Saldenus was een Nederlands theoloog die in Utrecht onder Voetius en Hoornbeeck studeerde. Hij was een zeer bekwaam man en geestverwant van de Nadere Reformatie. Hij protesteerde niet alleen maar tegen het toneel, maar heeft vooral wezenlijke dingen gezegd inzake het geloof en de inhoud van het geloof.

Ook heeft Saldenus niet nagelaten om een aantal punten op te sommen ten gevolge waarvan de viering van het Heilig Avondmaal niet die kracht heeft die het naar aard en inhoud zou moeten hebben. Hij wijt dat niet aan de bediening en de viering van het Heilig Avondmaal, doch veeleer aan de persoon die deelneemt aan het Avondmaal.

Als één van de oorzaken noemt hij: neerslachtigheid. Daarmee bedoelt hij niet zozeer die psychische toestand die wij als neerslachtig of depressief aanmerken. Onder neerslachtigheid verstaat Saldenus dit dat men aan de Tafel des Heeren zich meer bezighoudt met z'n zonden en gruwelen dan dat er opgezien wordt tot de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus Christus.

Wie naar binnen ziet, in z'n hart kijkt, kan inderdaad alleen maar moedeloos en neerslachtig worden. In ons hart wordt geen zaligheid gevonden, wel rampzaligheid. Om die reden moeten - zoals het formulier zegt - de harten opwaarts geheven worden waar onze trouwe Zaligmaker gezeten is aan Gods rechterhand. Hij alleen heeft gerechtigheid verworven. Hij alleen is de Heere, onze gerechtigheid. Ziende op Hem in 't geloof zal het vieren van het Avondmaal niet alleen ons vrucht schenken, maar ook vreugde.

Terecht zegt dan ook Saldenus dat men niet met vreugde van de Tafel des Heeren zal opstaan: 'omdat gij u daar met verkeert werk hebt bezich gehouden en u meer bekommert hebt met uw sonden en grouwelen als met de genade Jesu Christi aan te merken'. Deze laatste zin heb ik overgenomen in de taal waarin Saldenus schreef, doch waarvan ik denk dat die door allen wel te begrijpen is.

Ook waarschuwt Saldenus mensen die ziek zijn of die psychisch zwak zijn niet altijd te verwachten dat de geestelijke vreugde in overvloedige mate aanwezig zal zijn.

Een kwaal of psychische zwakte kan er wel eens de oorzaak van zijn dat men aan de Tafel des Heeren toch meer met zichzelf bezig is dan dat men zich goed bewust is dat men in de tekenen van brood en wijn gemeenschap oefent met de gekruiste Christus en met elkaar.

Opvallend is dat Saldenus niet zegt dat iemand die in een 'getroubleerde en verwarde staat' verkeert zich dan maar moet onthouden van de Tafel des Heeren. Integendeel, de nodiging die Saldenus laat uitgaan is ruim en mild. Ook naar hen toe van wie hij bijna zeker weet dat zij vanwege hun lichamelijke of psychische omstandigheden niet veel geestelijke vreugde zullen smaken.

Ook is hij een fervent tegenstander van nu eens aan het Avondmaal gaan en dan weer niet. Ik wil hem daarin graag volgen. Want soms ontmoet men inderdaad kinderen Gods die nu eens aangaan en dan weer niet. Zij zullen hun redenen daarvoor hebben, maar zijn het redenen die de goedkeuring van God wegdragen?

Kan het zijn dat men 's ochtends niet aan het Avondmaal deelneemt, maar dat men onder de preek, waarin de dankzegging een centrale plaats inneemt Avondmaal viert? (Slot volgt.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Viering en vrucht (11)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's