Viering en vrucht (12, slot)
In de voorgaande artikelen heb ik een aantal vruchten genoemd die met de viering van het Heilig Avondmaal in verband staan. Een van die vruchten is de geestelijke vreugde die niet altijd voor een ieder dezelfde is. Zoals ik aantoonde spelen daarin aard en karakter een rol. Ook moeten de fysieke en psychische omstandigheden niet uit het oog verloren worden. De mens bestaat uit een eenheid: lichaam, geest en ziel. Wanneer er tussen deze drie een disharmonie bestaat, zal dit zéker gevolgen hebben voor de viering van het Avondmaal alsmede voor de vrucht daarvan.
Niet altijd direct
In het pastoraat gebeurt het wel dat gemeenteleden zeggen, dat zij aan het Avondmaal niet 'zoveel' hebben gehad. Zij hebben aan de dis van het Nieuwe Verbond deelgenomen, doch zij zijn - zoals zij zeggen - van de tafel gegaan zoals zij er aangegaan waren. Zij hadden gehoopt dat God opnieuw verzegeling van de vergeving der zonden zou schenken. Ook dat zij opnieuw zouden horen: 'Ik heb u lief met een eeuwige liefde'. Echter... noch het één noch het ander gebeurde.
De vraag die dan aan een pastor kan worden gesteld is of men wel terecht aan het Avondmaal heeft gezeten.
Het bovenstaande doet zich niet alleen voor als men reeds meerdere keren heeft deelgenomen aan de tafel des Heeren, maar ook als men voor een eerste keer aangaat. Wat kan men teleurgesteld na een eerste keer van de tafel des Heeren naar zijn/haar plaats terugkeren. Men dacht iets heel bijzonders te ondervinden, doch wat viel dat tegen. Het was 'van binnen' precies zó gebleven als vóór de viering van het Avondmaal. Dat hiermee in het pastoraat voorzichtig omgegaan moet worden, zal duidelijk zijn. Want dit alles kan een bijzondere geestelijke strijd geven in het leven van een gemeentelid. Met name als men een eerste keer in het Avondtnaal niet heeft ontvangen wat men verwachtte, kan al heel snel de gedachte opkomen: ben ik wel terecht aan het Heilig Avondmaal aangegaan? Heb ik mij niet een oordeel gegeten en gedronken? En als dan ook de satan nog z'n best doet om Gods werk in het hart verdacht te maken, heeft men het niet al te best. Niet altijd, maar toch wel heel vaak valt het tegen als men voor het eerst deelneemt aan de dis van het nieuwe Verbond.
Wat zijn daarvan de oorzaken. Zijn de verwachtingen wellicht te hoog gespannen? Verwacht men toch soms het één en ander buiten het Woord om? Een stem uit de hemel? Een inwendig licht? Of wil men iets meer dan gewoon gevoelen, terwijl het toch bij het Avondmaal gaat om versterking van het geloof?
Wanneer men voor een eerste keer aan het Avondmaal gaat, komt het wel voor dat men het gevoel een meer centrale plaats laat innemen dan het geloof. Dat het gevoel een plaats inneemt in het geloofsleven is buiten kijf. Echter... het gevoel is wel ondergeschikt aan het geloof. Gevoel mag warmte aan het geloof schenken, maar méér ook niet. Zeer zeker mag het gevoel niet de plaats gaan innemen van het geloof. De oorzaken waardoor zo'n eerste keer toch wat tegenvalt kunnen heel verschillend zijn. Toch moet men zich daardoor niet laten ontmoedigen. Het klinkt wellicht vreemd in de oren, maar Avondmaal vieren móet men leren. Zoals een kind niet direct vast voedsel krijgt, maar het met vloeibaar voedsel moet doen, zo ook de man of vrouw die voor een eerste keer Avondmaal viert. De vaste spijze komt wel, maar op Gods tijd en wijze. Met name in het begin, maar ook daarna geeft de Heere zoveel en zodanig als ons 'geestelijke maag' kan bevatten.
Trouwens, er komt nog iets bij. Als wij een eerste keer Avondmaal vieren, staan wij soms zelfs zo in het middelpunt. Heel vaak gaat het dan erom, wat ik ontvang en wat ik gevoel etc. Op de leerschool van Gods genade leren wij echter steeds meer van ons af te zien. Meer en meer is het ons te doen om Gods eer. Ook aan het Avondmaal wordt het dan: hoe komt God het meest aan Zijn eer! Dat wil vanzelfsprekend niet zeggen dat onze hongerige zielen niet verzadigd worden. Naarmate het ons meer om de eer van God aan de tafel te doen is, naar die mate zullen onze dorstige zielen gelaafd worden. Wij krijgen dus bij een eerste keer niet alles, maar de Heere geeft ons aan Zijn tafel zoveel als Hij nodig acht. Toch mag ik niet verhelen, dat het bij een geregelde Avondmaalgang óók wel eens kan zijn dat men na afloop zegt: 'Ik heb er toch niet "zoveel" aan gehad' . Ook hier kunnen er heel verschillende oorzaken zijn. Het kan aan ons liggen. Maar... dat behoeft niet altijd het geval te zijn.
Ik denk nu een ogenblik aan Saldenus. Een vorig keer haalde ik hem ook reeds aan, al was dat tóen in een ander verband. Saldenus zegt in een aantal stellingen over het Heilig Avondmaal het volgende: 'De geestelijke vreugde van het Avondmaal is niet altijd gebonden aan dezelfde tijd waarop men 't zelfde geniet of genoten heeft. Deze vreugde kan ook lang daarna nog wel gevoeld of opgemerkt worden'. Kort samengevat zegt hij: de Heere geeft de gemeenschap met Hem en met elkaar alsmede allerlei vruchten óók wel eens na de viering van het Heilig Avondmaal. Dat kan zijn in de nabetrachting of een paar dagen daarna. Ook daarin voert Hij Zijn welbehagen uit.
Wanneer daarentegen na verloop van tijd de verzegeling van Gods belofte niet wordt gevonden, onderzoeke men zich zeer nauw of men toch zelf niet de oorzaak is dat het Avondmaal niet geeft wat de Schrift ons daarvan voorhoudt.
Niet op die manier
Pastoraat rondom het Avondmaal kan heel verschillend zijn. Heel verschillende vragen en opmerkingen kunnen gesteld en gedaan worden. Een punt waar ik het als pastor zelf moeilijk mee heb is als gemeenteleden zeggen dat zij 's ochtends van het Avondmaal zijn weggebleven, maar dat zij 's avonds in de dienst van dankzegging en nabetrachting Avondmaal hebben gevierd, 's Ochtends hoorden zij wel de nodiging en andere Avondsmaalszondagen waren zij op die uitnodiging wel ingegaan, maar juist die bewuste ochtend niet. Kan dat. Avondmaal vieren 's avonds als men 's ochtends de dood des Heeren niet heeft herdacht in de tekenen van brood en wijn? Is het mogelijk zichzelf zo in het middelpunt te zetten dat men de middelen die de Heere heeft ingesteld verontachtzaamd? In de praktijk is dit inderdaad mogelijk? Men vindt de innerlijke gestalte (subjectief) belangrijker dat wat de Heere heeft ingezet (objectief).
Een waarschuwing: laten wij met het subjectieve element voorzichtig omgaan. Ik weet ook wel dat het niet buiten ons omgaat, maar wel stel ik dat het werk Gods en wat Hij heeft ingezet altijd aan het subjectieve voorafgaat. Anders gezegd: het voorwerpelijke gaat aan het onderwerpelijke vooraf. Wie enkel het onderwerpelijke laat spreken, doet het voorwerpelijke ernstig te kort. Maar het omgekeerde is ook waar: het voorwerpelijke kan niet zonder het onderwerpelijk. Christus niet zonder de christen!
Uit wat ik schreef, zal het ons wel duidelijk zijn dat ik uitermate voorzichtig ben, wanneer er gezegd wordt dat men 's avonds toch zo goed Avondmaal gevierd heeft zonder 's ochtends aan de tafel des Heeren aangezeten te hebben. Daarmee sluit ik niet uit dat de Heere niet buiten de middelen om kan werken. Naar Zijn vrijmachtig welbehagen staat Hem niets in de weg. Maar ook al behoeft Hij Zich niet aan de middelen te houden, de Heere heeft ons wèl daaraan verplicht. En als Saldenus zegt dat de Heere ook later dan met name aan de Avondmaalstafel Zijn zegen kan geven, dan bedoelt hij daarmee wel te zeggen dat men wat de Heere heeft ingezet niet zal minachten. Men moet dus gebruik maken van het Heilig Avondmaal des Heeren en niet voorbijgaan aan wat Hij ons heeft geschonken.
Zonder Avondmaal naar de hemel?
Soms hoort men onder ons wel eens zeggen dat men ook zonder op aarde Avondmaal te vieren wel naar de hemel kan gaan. Het vieren van het Avondmaal is geen entreebewijs voor de hemel.
Dat het Avondmaal geen toegangsbewijs voor de hemel is, wil ik graag geloven. Het zal er maar omgaan of ons paspoort getekend zal zijn met het bloed. Het bloed van het Lam dat ons reinigt van alle zonden. Ook geef ik direct iemand gelijk als men tegen mij zegt, dat men toch wel aan de bruiloft des Lams een plaats kan ontvangen, ook al heeft men hier nooit aan de tafel van het Nieuwe Verbond aangezeten.
Er zijn mensen die pas op het einde van het leven tot ruimte komen. Tijdens hun sterven komt er een doorbraak tot op Christus. De Heere schenkt bij het naderen van de dood aan hen volkomen uitkomst. Ik moet wel zeggen dat het heel bijzonder is als het tot een doorbraak op een sterfbed komt. Dat komt werkelijk niet zoveel voor. De meesten gaan heen zoals zij geleefd hebben. Met Christus óf zonder Christus. Maar goed, de Heere kan buiten de gewone orde om werken. Hij is daarin vrij.
Toch krijg ik wel eens de indruk, dat men zich achter allerlei dingen verschuilt als men zegt dat men ook zonder Avondmaal te vieren in de hemel kan komen.
Het is wellicht goed om ook een ogenblik naar Johannes van der Kemp te luisteren. Hij legt de vinger bij deze zere plek als hij in z'n Catechismusverklaring zegt: Wat heeft u tot nu toe verhinderd om de waarheid gehoorzaam te zijn? Waarom hebt gij u niet begeven tot het Heilig Avondmaal? Wilt gij het niet van mij horen? 't Is of uw blindheid en onkunde van de waarheid des Avondmaals... Of 't is zorgeloosheid, dat gij uw zielsheil en zoet verwaarloost... Of 't is aardsgezindheid; de bezigheid omtrent uw akker, uw os, uw vrouw, uw koopmanschap bezet 't hart en tijd zo, dat men lust noch gelegenheid vindt om zich bezig te houden met het najagen van het Avondmaal en daarom wil men zich verontschuldigen gelijk de genodigden, waar de Heiland van spreekt in Lukas 14 : 17-20. Omdat zo nu en dan het gemoed eens zijn waarschuwingen laat horen, zal men om die te verdrijven zich wijsmaken dat het Avondmaal niet nodig is; men kan wel zalig worden, denkt men, al gaat men niet ten Avondmaal. Maar het zij zo, het Avondmaal moge dan niet volstrekt noodzakelijk zijn en daar worden er wel enigen zalig zonder ooit het Avondmaal genoten te hebben, maar die het door onkunde, zorgeloosheid en aardsgezindheid versmaden en verwaarlozen, zullen ook Gods zalige Avondmaal in de hemel niet smaken, volgens Jezus eigen dreigement in Lukas 14 : 24'.
Aan deze woorden van Johannes van der Kemp behoef ik niets toe te voegen. Hij legt er de nadruk op om met name het sacrament van het Heilig Avondmaal niet te verontachtzamen. Ook hij stelt dat er slechts weinigen zijn die aan de bruiloft des Lams zullen aanzitten zonder op aarde Avondmaal te hebben gevierd. Voor een ieder geldt: zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen.
Slot
De artikelenreeks is groter geworden dan ik aanvankelijk dacht. De oorzaak is onder andere dat het niet alleen een zeer breed veld was dat van alle kanten bekeken moest worden, maar ook dat er verschillende vragen zijn gesteld die wij en passant hebben meegenomen.
Vanwege het persoonlijk karakter van de meeste vragen ben ik er zó op ingegaan dat er van herkenning van de persoon geen sprake kan zijn. De Heere zegene alles wat in deze artikelen ter sprake is gebracht. Tegen het Avondmaal wordt nog wel eens opgezien. Er wordt zwaarder aan getild dan aan de Doop. Hoewel onderscheiden, zijn ze beide door de Heere Christus ingesteld. De doop als inlijving in de kerk en het Avondmaal als gedurige voeding voor Gods kerk. Als zodanig mocht ook dit laatste gebruikt worden. Afziende van onszelf èn opziende tot de overste Leidsman en Voleinder van het geloof: Jezus Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1996
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1996
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's