Wat is vertalen?
In januari 1998 zal op de predikantencontio van de Gereformeerde Bond aandacht worden gegeven aan o.a. de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Omdat ondergetekende de hem toegemeten tijd van een causerie bij het referaat van dr. M. J. Paul goed wil benutten, heeft hij, na overleg met dr. Paul, de redactie bereid gevonden om een aantal artikelen op te nemen, die achtergrondinformatie geven over dit vertaalproject en over vertalen in het algemeen. Omdat ik geen regelmatig scribent in de Waarheids vriend ben, stel ik mijzelf eerst voor. Voor ik in dienst van het NBG kwam, studeerde ik theologie en Hebreeuws te Groningen en Utrecht. Daarna had ik het voorrecht om mij aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem verder te mogen bekwamen in Hebreeuws en 'Tenach' (Oude Testament). Thans werk ik als hebraïcus mee aan de Nieuwe Bijbelvertaling (op het ogenblik aan Deuteronomium). Ik zal in de artikelen dus vooral ingaan op het Oude Testament. Th. A. W. van der Louw, Groningen
Vertaalproject NBV(1)
Wat is vertalen? Eerst willen we stilstaan bij de vraag wat vertalen eigenlijk is. Dat lijkt een overbodige vraag omdat iedereen dat wel weet, of beter gezegd, denkt te weten. Maar er leven nogal wat misverstanden. Een van de ergste misverstanden is dat iemand die twee talen kent ook kan vertalen. Natuurlijk is de kennis van twee talen een vereiste, maar vertalen is een bijzonder ingewikkeld gebeuren en wetenschappers zijn er nog lang niet achter welke geestelijke processen zich bij het vertalen afspelen. Vertaalwerk is zelfs zo complex dat het niet uitbesteed kan worden aan een computer. Men heeft wel geprobeerd om programma's te schrijven om de computer literaire teksten te laten vertalen, maar die pogingen zijn allemaal gestrand.
Vertalen is een vorm van communicatie. Wanneer Hans een gebaar maakt, iets zegt of een brief schrijft aan Anneke, noemen we dat communicatie. In het dagelijks leven weten we dat zoiets meestal goed gaat, maar er kunnen ook dingen misgaan. Stel dat Anneke iets klaargemaakt heeft en van Hans de reactie krijgt: 'Dat heb je weer mooi gedaan'. Zo'n uitspraak kan op twee manieren opgevat worden,
a. positief: dat heb je prima gedaan;
b. negatief: dat heb je flink verknoeid.
En aan de toon waarop iemand iets zegt kun je meestal wel horen of iemand het letterlijk of ironisch bedoelt. Maar bij een geschreven tekst heb je die mogelijkheid niet, zodat je soms naar de bedoeling moet gissen.
Bij vertalen speelt de communicatie zich eigenlijk tweemaal af:
1. van schrijver naar vertaler;
2. van vertaler naar lezer.
En het is dus niet verwonderlijk dat er ook tweemaal zoveel kan misgaan als bij gewone communicatie. De vertaler kan een boodschap verkeerd opvatten en hij kan de boodschap verkeerd uitzenden.
Vertaalproces
We zullen het vertaalproces nu iets nader gaan beschouwen. Wat gebeurt er in grote lijnen bij het vertalen van een woordje? Stel dat iemand vertaalt vanuit het Duits in het Engels. Dan noemen we het Duits de brontaal en het Engels de doeltaal. De vertaler ziet nu in zijn Duitse tekst het woordje 'Wald', stelt daarvan de betekenis vast (het betekent 'bos') en moet voor die betekenis het meest passende woord zien te vinden in het Engels. Hij komt daarbij uit op het Engelse woord 'forest'. Het zoeken van een woordje is in dit voorbeeld nog tamelijk eenvoudig; in werkelijkheid is het vaak heel moeilijk. Maar de werkwijze is nog tamelijk overzichtelijk.
Moeilijker wordt het bij het vertalen van een hele zin: dan moeten we heel wat overhoop halen. Je kunt namelijk meestal niet woord voor woord vertalen, omdat je dan de kromste zinnen krijgt. Een voorbeeld van zo'n woord-voor-woord vertaald zinnetje uit de Bijbel: 'en man in Maon en werk-zijn in Karmel en de man groot zeer' (1 Samuel 25:2).
Dit soort zinnen vind je wel in een interlineaire vertaling, een studiebijbel waarbij de bijbeltekst in het Hebreeuws of Grieks is afgedrukt, en in de ruimte tussen de regels de vertaling (zonder te letten op het zinsverband). Om kromme zinnen te vermijden moet je de zinnen aanpassen aan de normen van het Nederlands. Als voorbeeld geef ik een onschuldig Engels zinnetje:
Yesterday I heard you were in London. Als je dit woord-voor-woord in het Nederlands vertaalt, krijg je: Gisteren ik hoorde jij was in Londen. Geen mens zal dit natuurlijk zo vertalen. Zelfs iemand met weinig kennis van vertalen weet hoe hij of zij dit correct moet weergeven:
Gisteren hoorde ik dat jij in Londen was. Om natuurlijk Nederlands te bereiken moeten er dus drie (!) veranderingen worden doorgevoerd:
1. Gisteren ik hoorde - > gisteren hoorde ik (volgorde)
2. Voegwoordje 'dat' moet worden toegevoegd
3. dat jij was in Londen - > dat jij in Londen was (volgorde).
Zo zien we dus dat een vrij eenvoudig zinnetje al aardig wat veranderingen met zich meebrengt (die veranderingen noemen we "vertaaltransformaties').
Echt ingewikkeld wordt het bij het vertalen van idioom, dat zijn vaste uitdrukkingen, groeten, spreekwoorden enz. Ik neem weer even een eenvoudig voorbeeld uit het Engels. Als je aan een Engelsman voorgesteld wordt, zegt hij ongetwijfeld 'How do you do? ' Je moet dit natuurlijk niet letterlijk vertalen (tenzij je te doen hebt met een hoogleraar in de filosofie), want dan krijg je de grootste onzin: 'Hoe doe je doen? ' Een goede vertaling zou zijn 'Hoe gaat het? ' of 'Aangenaam kennis te maken'. Dan kies je dus niet voor een woord-voorwoord-vertaling, maar voor datgene wat een Nederlander in een vergelijkbare situatie zou zeggen. En zo maak je natuurlijk van een 'black eye' (letterlijk: een zwart oog) in het Nederlands een 'blauw oog'.
En als een Engelsman van twee mensen zegt 'they are like ham and eggs' (letterlijk: ze zijn als ham en eieren), dan kun je dit in het Nederlands goed weergeven als 'ze zijn twee handen op één buik'.
In de Bijbel kom je ook zegswijzen tegen. Een vertaler die daar veel aandacht aan heeft besteed is Maarten Luther. Hij schreef zelfs een boekje over vertalen, de Sendbrief vom Dolmetschen ('brief over het vertalen'). Luther meent (mijns inziens terecht) dat je altijd moet streven naar een vertaling in zo goed mogelijk Duits (in ons geval: Nederlands). Deze gouden stelregel past hij toe op Mattheüs 12 : 34. Hoewel Luther de Statenvertaling nog niet kent, trekt hij fel van leer tegen de weergave die daar te vinden is: [...] Christus spreekt Ex abundantia cordis os loquitur Als ik die ezels hun zin geef, houden ze me lettertjes voor de neus en vertalen: Uit de overvloed des harten spreekt de mond". Zeg me: is dat goed Duits? Welke Duitser begrijpt zoiets? Wat is overvloed des harten voor een ding? Zoiets zegt toch geen Duitser! Dan zegt hij nog eerder dat hij een te groot hart of teveel hart heeft, hoewel ook dat nog niet goed is. [...] Nee, zo spreekt een huisvrouw of een gewone man: Waar het hart vol van is, loopt de mond van over". Dat is pas het natuurlijke Duits waar ik naar streef, maar dat ik helaas nog niet overal bereikt heb, omdat me die Latijnse letters enorm belemmeren om goed Duits te spreken'.
Een Hebreeuws voorbeeld van een typische zegswijze is het gebruik van het bekende woord sjaloom. Het kan soms vertaald worden met 'vrede', maar vaak ook niet. In Genesis 29 : 6 vraagt Jakob, aangekomen bij de put in Haran, naar Laban: ha-sjaloom lo? , letterlijk: is hem sjaloom? ' De Statenvertaling heeft hier niet letterlijk vertaald, maar gekozen voor een weergave in (het toenmalige) natuurlijk Nederlands: is het wel met hem? ' Wij zouden zeggen: Gaat het goed met hem? ' (Groot Nieuws Bijbel).
Maatstaven
Wie een boekwinkel binnenloopt kan gemakkelijk vaststellen dat er heel wat boeken in het Nederlands vertaald worden. En die boeken worden natuurlijk ook gelezen en beoordeeld door recensenten. Wat voor maatstaven hanteren die? Vertalers van allerlei boeken worden gevormd aan universitaire vertaalopleidingen. Wat voor richtlijnen krijgen zij mee om een zo goed mogelijke vertaling te maken? In de toegepaste vertaalkunde worden aan vertalingen doorgaans de volgende twee eisen gesteld:
1. Voorop staat natuurlijk dat de inhoud van de brontekst zo getrouw mogelijk moet worden weergegeven.
2. De vertaling moet in natuurlijk Nederlands gesteld zijn, zodat men bij het lezen niet in de gaten heeft dat het een vertaling is. Pas dan is een vertaling echt geslaagd te noemen.
Voor wie geïnteresseerd is om zich verder te verdiepen in het vertalen, wil ik twee goede boeken over vertalen noemen: A. Langeveld, Vertalen wat er staat, Amsterdam 1994, een eenvoudig geschreven boek dat wel aan vertaalopleidingen gebruikt wordt; H. W. Hollander en E. W. Tuinstra, Bijbel vertalen. Liefhebberij of wetenschap? , Haarlem 1985, een boek van het NBG dat vanuit de vertaalwetenschap ingaat op bijzondere problemem bij het bijbelvertalen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's