Over des Heeren Avondmaal
Tot dijner heughenis hebt gh' ons dit voorgeschreven.
Almachtigh Middelaer, doegh'uyt het stervend leven
En van 'tvervloeckte Hout, daer ghij voor ons aen hingt
En uijt de koude rots ten hogen Hemel gingt.
Wel moght ghij 't seggen, Heer, dus sult ghij mijner heugen:
Ghij saeght medoogentlick op 't machteloos vermeugen
Van dijne Leerlingen: de kloeckste weecken eerst,
Als 't op den nood aen quam, en elck vergat om 't zeerst
Hoe hij gewaerschouwt was, getroost en onderwesen.
Elf blevender nochtans van velen uijtgelesen
Die daer eendrachtelyck van aller zielen plicht
Het voorbeeld mosten zijn, en doen 't in dijn gesicht
Ter eeuwigh' heughenis. Sij deden 't naer dijn voordoen,
En wij naer 't haer. O God, geeft dat wij 't door en door doen
En hechten meer ons hart aen Dij, ons Levens Brood,
Als aen des' heilige doodverwe van Dijn Dood.
En sulcx getujjgen, niet ter loops in volle kercken,
Maer in 't voornemen van voll' aendacht, woord en wercken.
CONST. HUYGENS
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's