Sprinkhanen en een roerdomp
OP WEG NAAR DE HERZIENE STATENVERTALING [2, SLOT]
In het bijbelboek Joël gaat het over sprinkhanen en andere dieren en in de Psalmen gaat het over een roerdomp. De vraag is welke dieren hier bedoeld worden.
In het eerste hoofdstuk van het boek van de profeet Joël staat een opsomming van vraatzuchtige dieren die de oogst vernielen. De Deux-Aes vertaalt:' Wat de rupsen overblijven laten, dat verslinden de sprinkhanen, en wat de sprinkhanen overblijven laten, dat verslinden de kevers, en wat de kevers overblijven laten, dat verslinden de wormen.' De Statenvertalers hebben de namen van de dieren rechtstreeks overgenomen. Ze volgen hiermee de uitleg die in hun tijd gebruikelijk was en die lange tijd gangbaar is gebleven.
Verschillende diersoorten?
Het probleem van deze opsomming is, dat er de suggestie van uitgaat, dat het om verschillende soorten diertjes gaat, terwijl het in werkelijkheid vier verschillende benamingen betreft van dezelfde diersoort. De profeet beschrijft namelijk de catastrofale uitwerking van een sprinkhanenzwerm: in groten getale zijn deze insecten neergestreken op bomen, struiken en planten, ze dringen huizen en schuren binnen en doen zich te goed aan alles wat ze tegenkomen. In het Midden-Oosten kwamen en komen deze plagen geregeld voor. De plagen kunnen door diverse soorten sprinkhanen veroorzaakt worden.
Hoe komen wij, als hertalers, in zo’n geval tot een oplossing? In de naamgeving van planten en dieren volgen de hertalers de adviezen voor vertalers, zoals die opgesteld zijn onder verantwoordelijkheid van de Wereldbond van Bijbelgenootschappen (UBS). De UBS heeft een prachtig geïllustreerd handboek uitgegeven, waarin alle in de Bijbel voorkomende dieren en planten worden besproken en benoemd. Tevens hebben we een bioloog, dr. D. Groenendijk, geraadpleegd. Hij heeft ons waardevolle adviezen gegeven. Om uit te laten komen dat het in Joël 1:4 – en in 2:25 – om sprinkhanen gaat, hebben we in de hertaling gekozen voor verschillende benamingen van dezelfde sprinkhaan.
Vier fasen?
Biologisch is deze groep het best te benoemen als treksprinkhanen. Alle soorten treksprinkhanen vallen onder de groep van de veldsprinkhanen. Onder normale omstandigheden ontwikkelt een sprinkhaan zich van een eitje via een nimf tot een volwassen sprinkhaan. Bij bijzondere omstandigheden (hoge dichtheden, veel lichaamscontact (= stress) en feromonen, een soort geurstoffen) ontstaan er echter aparte nimfen die zich ontwikkelen tot zwermsprinkhanen. Dus bij gewone ‘niets-aan-de-hand-sprinkhanen’ zijn er eigenlijk maar drie fasen. Bij de 'gevaarlijke' ontwikkeling van de treksprinkhaan zijn vier fasen te onderscheiden: 1) eitje 2) nimf 3) 'hopper' (hier is geen Nederlands woord voor: het is de voorloper van de zwermende fase) en 4) zwermsprinkhaan.
Het zou mogelijk kunnen zijn dat Joël die vier fasen voor ogen heeft gehad. Omdat de volgorde van de vier benamingen in Joël 1:4 van die in 2:25 verschilt, is het echter meer voor de hand liggend dat Joël vier verschillende benamingen gebruikt om het catastrofale van de plaag aan te geven. De verschillende benamingen zijn dan opgebouwd in de vorm van een climax, zonder dat Joël als een bioloog de precieze biologische ontwikkelingsfasen wil beschrijven.
Hertaling
In de hertaling hebben we geprobeerd om voor een volgorde de kiezen die biologisch niet fout is en die tegelijk iedereen kan begrijpen. De tekst van Joël 1:4 luidt daarom in de Herziene Statenvertaling als volgt: 'Wat de jonge sprinkhaan overliet, heeft de veldsprinkhaan opgegeten; wat de veldsprinkhaan overliet, heeft de treksprinkhaan opgegeten, en wat de treksprinkhaan overliet, heeft de zwermsprinkhaan opgegeten.'
De roerdomp in Psalm 102|
In Psalm 102:7a heeft de Statenvertaling de volgende zinsnede: 'Ik ben een roerdomp der woestijn geworden.' Dat is kennelijk ontleend aan de Deux-Aes die dat ook zo heeft. Het dier dat hier genoemd wordt, komt ook een aantal keren elders in de Bijbel voor (Lev. 11:18; Deut. 14:17; Jes. 34:11; Zef. 2:14). Het blijkt nog steeds moeilijk vast te stellen om welke vogel het precies gaat. Vandaar dat de Statenvertalers in al deze gevallen de Deux-Aes gevolgd hebben. Toch lijkt de roerdomp om verschillende redenen een minder gelukkige keuze. De roerdomp is een moerasvogel. Verder is de roerdomp een uiterst schuwe en zeldzame vogel in Israël die er alleen in kleine aantallen overwintert. Daarom ligt er een voorstel om het betreffende dier in de hertaling te beschouwen als een kauw, een kraaiachtige, in kolonies levende, zwarte vogel, of als een ibis, een in de woestijn broedende, zwarte aaseter, die ongeveer even groot is als een roerdomp.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's