Roerdomp en steenuil
Op weg naar de HSV
In Psalm 102 lezen we over twee soorten vogels. De dichter zegt daar: 'Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen.' Welke vogels zijn daar nu precies bedoeld?
Om met de laatste te beginnen: de steenuil wordt maar drie keer in de Bijbel genoemd. Hij staat in de lijst van onreine vogels (Lev. 11:17 en Deut. 14:16) en wordt hier nog een keer vermeld. De vogel komt vooral voor rond oude, verlaten gebouwen en ruïnes en heeft een uitgestrekt territorium. In Psalm 102 moeten we daaraan denken: de dichter voelt zich als een steenuil tussen de ruïnes.
Het Hebreeuwse woord dat de Statenvertalers met wildernissen vertaald hebben, betekent namelijk niet zozeer wildernis in de zin van een dorre, hete woestijn, maar het wordt gebruikt om woeste plaatsen aan te duiden en het kan ook gewoon puinhoop, verwoeste plaats, ruïne betekenen. Dat laatste is bijvoorbeeld duidelijk te zien in Jesaja 44:26, waar dit Hebreeuwse woord ook gebruikt wordt. De Statenvertalers spreken dan van ‘verwoeste plaatsen’. Blijkens de context zijn dat de steden van Juda.
Roerdomp
Dan de eerste vogel, de roerdomp. Deze komt in de Bijbel iets meer voor. Hij staat in de lijst van onreine dieren (Lev. 11:18; Deut. 14:17), maar ook in Jesaja 34:11 en Zefanja 2:14. Vooral die laatste twee teksten kunnen ons houvast geven om erachter te komen over welke vogel het hier gaat. Wie beide teksten leest, merkt dat daar een heel aantal vogels worden genoemd die zich in droge gebieden en rondom verlaten gebouwen uitstekend thuis voelen. In beide gevallen gaat het om de uitwerking van een boetepreek. Jesaja profeteert, dat Edom zo vervallen en verwilderd zal zijn, dat allerlei vogels hun intrek zullen nemen in de verlaten gebouwen. Een van die vogels zou volgens de Statenvertaling de roerdomp zijn.
Om diverse redenen is dat woord echter niet zo gelukkig gekozen. In Jesaja 34:9 wordt gezegd dat rivieren of beken in pek veranderd zullen worden. Dat zou dan ook het einde betekenen van het leefgebied van de roerdomp.
De roerdomp is een watervogel. De vogel die echter in Psalm 102 en in Jesaja en Zefanja genoemd wordt, woont in droge gebieden en heeft een voorkeur voor verlaten gebouwen en ruïnes. Het is dus beslist géén watervogel.
Wat dan wel?
Volgens biologen zijn er eigenlijk maar drie groepen vogels die overblijven: uilen, kraaien of ibissen. Er zijn eigenlijk maar drie soorten uilen die echt in aanmerking komen: de oehoe, de steenuil en de kerkuil. Dat zijn soorten die in het Midden-Oosten veel voorkomen. Ze zijn opvallend en broeden op rotsachtige plaatsen of in ruïnes. De dwergooruil zou ook nog kunnen, maar die heeft meer bomen nodig, en die valt dus af als we zien wat voor verlaten landschap wordt beschreven.
Dan komen de kraaien. Eigenlijk is de enige soort die echt ruines als woonplaats kiest, de kauw. De kraai is niet zo voor de hand liggend, want die broedt meestal in bomen en is wat minder opvallend dan de kauw. Kauwen leven in kolonies en bezetten graag een ruïne.
En dan is er nog de ibis. Er bestaat een ibis, namelijk de heremiet-ibis, die een paar duizend jaar geleden vermoedelijk nog talrijk was. In Europa en directe omgeving is deze vogel tegenwoordig bijna uitgestorven. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is deze ibis geen watervogel, maar een woestijn-, rots- en bergvogel die
Verschillende lezers van ons artikel in De Waarheidsvriend van 3 juli jl. hebben gereageerd op het voorstel om vertrouwde vogelnamen in de Statenvertaling te vervangen door andere. Die belangstelling waarderen we zeer. De vervanging van het woord roerdomp riep wel enige emoties op. We werken ons betoog daarom in dit artikel nader uit.
broedt op verlaten en desolate plaatsen. Heremiet betekent kluizenaar, bewoner van desolate plekken. Ook wordt het Hebreeuwse woord in verband gebracht met woestijn en wildernis. De soort is ook bekend onder de naam kaalkop-ibis.
Ibis
Het was een vogel die men niet mocht eten, want ibissen schuimen in groepjes rond en eten zelf van alles wat op hun weg komt. Dat is dus al snel iets dat onrein is. De naam van zo'n vogel kreeg een wat negatieve klank en werd gebruikt om te illustreren dat nederzettingen die eerst bewoond en daarna verlaten en verwoest waren, door deze vogel gekoloniseerd werden. Het zijn vogels die over grote afstanden rondzwerven en ineens ergens kunnen opduiken. Misschien is de roerdomp van de Statenvertaling wel een heremietibis geweest. In ieder geval is het een vogel die qua grootte en bouw ongeveer overeenkomt met een roerdomp.
De Bijbel is geen biologieboek en daarom is het wellicht raadzaam om gewoon van ibis te spreken. Welke vogel precies bedoeld is, blijft onzeker.
Psalm 102 is een psalm van een verdrukte, wanneer hij bezweken is en zijn klacht uitstort voor het aangezicht van de HEERE (vers 1). Hij is een man die tot de Heere roept, terwijl alles om hem heen zich tegen hem keert, een man die zichzelf omschrijft als een steenuil in de puinhopen, als een eenzame mus op het dak, als een ibis in de woestenij, eenzaam en alleen, totaal verlaten. Dát is wat Psalm 102 zegt. De eerste vogel met ‘roerdomp’ vertalen is aantrekkelijk met het oog op de gedachte van het-zich-niet-thuis-voelen, maar Jesaja 34 en Zefanja 2 laten ons zien dat die gedachte - hoe aantrekkelijk ook in Psalm 102 - niet juist is. Bovendien zou het Hebreeuws dat op een andere manier onder woorden hebben gebracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's