Ruimte voor nieuwkomers
Christenen en moslims [2, slot]
Onze samenleving raakt steeds meer verdeeld. Hebben christenen ten opzichte van moslims een verantwoordelijkheid, en welke dan?
Veel moslim-migranten maken een vanzelfsprekende koppeling tussen hun etniciteit en hun geloof: Ik ben Turk en dus moslim, of Marokkaan en dus moslim. Dat geeft hen in een verwarrende wereld een gevoel van identiteit. De overheid en de media versterken deze verbinding vaak. Migranten en moslims, het wordt al snel als hetzelfde gezien.
Zo’n automatische koppeling doet echter geen recht aan God, die ons als Zijn schepselen persoonlijk ter verantwoording roept. Daar mogen we als christenen steeds weer mensen op aanspreken. Het doet ook geen recht aan het feit dat honderdduizenden migranten geen moslim (meer) zijn. Er zijn naar schatting ongeveer 800.000 migranten die zich christen noemen. Als medechristenen mogen we ervoor opkomen dat ook zij een gezicht krijgen en niet alle aandacht en subsidie naar moslimorganisaties gaat.
Niet alles heeft immers met de islam te maken. Migratievraagstukken en culturele verschillen die het samenleven complex maken vragen apart onze aandacht. Christelijke tradities en gewoonten zijn er nog minder vanzelfsprekend door geworden. Een goede integratie van nieuwkomers vraagt de inzet van de nieuwkomers zelf en van onze overheid, maar ook van iedere burger. We dragen verantwoordelijkheid voor elkaar in de samenleving.
Als kerk hebben we een aparte opdracht om in deze verwarrende samenleving een duidelijke weg te wijzen en daar als christelijke gemeente zelf ook in voor te gaan en zo een teken van hoop te zijn.
Moeizaam proces
We zijn dankbaar voor al die gemeenteleden die zich inspannen om nieuwkomers welkom te heten in de christelijke gemeente. In de afgelopen jaren zijn er overal in het land moslims gedoopt en toegetreden tot de christelijke gemeente. Dat is in de eerste plaats natuurlijk het werk van Gods Geest geweest, die gesloten deuren opende.
Desondanks ervaren veel nieuwe gelovigen uit de wereld van de islam hun integratie in de christelijke gemeente als een moeizaam proces. De christelijke gemeente in het Nieuwe Testament kenmerkte zich als een plaats in de samenleving waar mensen over de grenzen van etniciteiten en culturen heen, elkaar vonden rond het kruis van Christus (Ef. 2). Dat viel op in het Romeinse rijk: Een Noord-Afrikaanse slaaf en een voornaam Romeins burger die op voet van gelijkheid als broeders met elkaar omgingen. Wat zou het mooi zijn wanneer Turkse en Marokkaanse jongeren zouden ontdekken dat, terwijl ze in de samenleving voortdurend moeten vechten voor hun plaats en respect, de christelijke gemeente een plek is waar ze worden gezien door Gods ogen als mensen die van waarde zijn. Een plaats waar mensen klein worden omdat ze knielen voor Jezus en daarom ook ruimte gunnen voor mensen die vanuit een heel andere achtergrond met hen buigen voor Hem.
Offers
Tussen dit beeld en de werkelijkheid van de meeste christelijke gemeenten in ons land bestaat een onmiskenbare kloof. Zien wij wel uit naar nieuwkomers, is er ruimte voor hen bij ons? Mijn gebed en verlangen is dat christelijke gemeenten in ons land een thuis worden voor mensen van alle etnische en culturele achtergronden, die elkaar vinden rond het kruis van Christus. Een plaats van verzoening en vernieuwing. Een teken van hoop in een verdeelde samenleving.
Dat vraagt offers van ons, het loslaten van wat geriefelijkheid en vanzelfsprekendheid. Tal van gemeenteleden hebben echter ontdekt dat het naast de inspanning die dit vraagt, ook een zegen is om te mogen meemaken hoe mensen uit een moslimachtergrond tot geloof in Jezus komen en hoe hun leven daarmee ingrijpend verandert.
Niet uit het lood
De kerk mag zich ervoor verantwoordelijk weten dat moslims in onze samenleving als onze medemensen met respect worden bejegend en rechtvaardig worden behandeld, uit ontzag voor God, die ons mensen geschapen heeft (1 Petr. 3). Daar doet het feit dat we aanspraken van de islam als godsdienst afwijzen, niets aan af. We behoren ons in dat opzicht niet uit het lood te laten slaan door alle commotie over de islam.
We constateren echter met zorg dat het omgekeerde in veel landen met een moslimmeerderheid niet het geval is voor etnische en religieuze minderheden en met name niet voor christenen en voor hen die de islam verlaten. De situatie gaat in veel landen zelfs achteruit, zelfs in een land als Turkije, dat wil toetreden tot de Europese Unie. Overheid en/of geestelijk leiders belemmeren christenen op grond van koran en traditie om in vrijheid kennis te nemen van de Bijbel publiekelijk het geloof te belijden.
Nu de wereld steeds kleiner wordt, dienen we zowel in discussies in onze samenleving als in de internationale politiek voor hun positie op te komen. Tegelijk weten we vanuit de Schrift dat de boodschap van het kruis steeds weer tegenstand zal oproepen. Dat betekent in ons eigen leven een geestelijke strijd en lijden voor Jezus’ Naam in de wereld. Niet door kracht, noch door geweld, maar door het werk van Gods Geest zal Gods gemeente toch onder alle volken gebouwd worden. Dat vraagt om een nuchtere houding, missionair werk in geduld en volharding en bovenal vertrouwen op God.
Gemeenten die zich in de houding ten opzichte van de islam en moslims willen verdiepen, kunnen gebruikmaken van twee werkpakketten van de stichting Evangelie & Moslims: Gemeente-zijn te midden van moslims en Jij & islam. Zie www. evangelie-moslims.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's