Gehecht aan een vertaling
Invoering een kwestie van lange adem
Hij voert het woord op de classis Harderwijk, de dominee van Elburg. Verschillende keren laat hij zich minachtend uit over de nieuwe vertaling van de Bijbel: ‘Beuzelarij, oneerbare nieuwigheid’. Dat zijn forse woorden voor een bijbelvertaling die getrouw is vertaald.
N ee, het betreft geen citaat van ds. Van Mourik of zijn collega Schuitemaker, huidige predikanten van hervormd Elburg. Hier spreekt een van hun voorgangers, ds. Johannes Haenius, die fel protesteert tegen de invoering van de Statenvertaling. Zes jaar na dato, in 1643, uit Haenius zich in emotionele bewoordingen op de vergadering van de classis.
Dit historische feit staat niet op zichzelf. Op meer plaatsen waren er vormen van kerkelijk conservatisme die ertoe leiden dat de Statenvertaling geen ingang vond. Ook in IJzendoorn wilde de gemeente de oude kerkbijbel niet inwisselen voor ‘1637’, ook niet toen de ‘heer van het dorp’, Joost Vijgh tot Isendoorn, zich ermee bemoeide. Pas toen deze zijn beurs trok, kwam de Statenvertaling op de kansel van IJzendoorn.
Psalmberijming
Gehechtheid aan een bijbelvertaling betekent dat een verandering op dit gebied een kwestie van lange adem is. Voor een psalmberijming ligt dit overigens nog moeilijker. Om die reden kwam het niet tot de invoering van een psalmberijming die de berijmde tekst van de Psalmen in overeenstemming bracht met de Statenvertaling – ook al waren pogingen als van de calvinistische dominee-dichter Jacobus Revius heel geslaagd. En toen het staatsbestuur in 1773 een nieuwe berijming invoerde, gecombineerd met een sneller zangtempo, leidde het in Maassluis en Vlaardingen tot oproer.
Voor altijd
We kunnen 4 december 2010, de presentatie van de herziene Statenvertaling, niet vergelijken met 1637 of 1773. Toen werden vertaling en berijming min of meer van boven opgelegd. Naar de Statenbijbel hebben de mensen niet uitgezien, zij is dankzij milde steun van de overheid en met een portie kerkelijke dwang ingevoerd.
Omdat het vertaalwerk zo nauwgezet plaatsvond, kon ds. Johannes Bogerman – voorzitter van de Dordtse synode en als vertaler bij het werk betrokken – over de nieuwe Bijbel opmerken dat dit werk ‘voor altijd en eeuwig’ zou zijn. We nemen de woorden van Bogerman niet letterlijk, maar constateren wel dat de Statenvertaling de eeuwen verduurt. Juist om haar als de meest betrouwbare bijbelvertaling van ons land een lévend monument te laten blijven, is het werk aan de herziening van start gegaan.
Wetenschap
Ik vind het opvallend dat de gereformeerde gezindte (bij mijn weten) geen hoogleraar bijbelvertalen heeft voortgebracht, al zullen er in zendingsdienst veel theologen en taalwetenschappers met Schrift en cultuur bezig geweest zijn. Maar de verknochtheid aan de Statenvertaling heeft ervoor gezorgd dat in de Nederlandse kerkelijke traditie zich niet veel wetenschappers bezighielden met het bij de tijd houden van een monumentaal instituut als de Statenvertaling. Het kan zomaar zijn dat dit gegeven zich in delen van reformatorisch Nederland rond de invoering van de herziene Statenvertaling wreekt.
Toenemende taalkloof
Sinds een halve eeuw doet de kloof vanwege het taalkleed van de Statenvertaling zich in steeds sterkere mate gevoelen. Op initiatief van het Nederlands Bijbelgenootschap werd vanaf eind jaren zestig gewerkt aan een ‘enigszins gereviseerde Statenvertaling’, waaraan predikanten uit de kring van de Gereformeerde Bond, de Christelijke Gereformeerde Kerken en aanvankelijk ook de Gereformeerde Gemeenten deelnamen. Het noemen van de naam van de Gereformeerde Gemeenten onderstreept dat toen al (!) in die gemeenten erkend werd dat het taalgebruik bij de tijd gebracht dient te worden. Wie vanuit deze optiek denkt, kan ons huidige project niet polariserend noemen en is ook teleurgesteld dat HSV-bestuurslid ds. C.G. Vreugdenhil dit najaar door de synode van zijn kerk gevraagd werd omwille van de eenheid van deze gemeenten terug te treden.
De Gereformeerde Bond erkent de wetenschappelijke betrouwbaarheid van de Statenvertaling en wil om die reden deze toegankelijk houden naar de toekomst. Dat is niet alleen een legitiem streven, dat is een bijbels te onderbouwen positie: nauwkeurig omgaan met de geopenbaarde woorden van God én proberen die boodschap aan het
hart van mensen te leggen. Critici rond de Gereformeerde Bijbelstichting die er veertig jaar geleden al op wezen dat verouderde woorden ten onrechte vervangen zijn door hedendaags Nederlands, gaan voorbij aan het feit dat de eigen uitgaven ook niet meer het zeventiende-eeuwse idioom kennen.
Varen in de mist
Het is bijna dertien jaar geleden dat op de predikantencontio van de Gereformeerde Bond de problemen vanwege het taaleigen van de Statenvertaling gethematiseerd werden. Nadat de uitslag van een HGJB-enquête onder predikanten bekend geworden was, werd de noodzaak om wat te gaan doen ervaren. Ds. M.A. van den Berg (toen te Groot-Ammers) zei dat er snel begonnen moest worden aan een herziening, ‘anders hoeft het nooit meer’. En ds. H. Visser (toen te Katwijk) merkte op dat er wat móet gebeuren, ‘anders varen we toch in de mist verder’.
Van betekenis is toen – jaren waarin intensief nagedacht werd over de wenselijkheid én de haalbaarheid van een herziening – geweest een opmerking van de nestor van het HSV-bestuur, ir. L. van der Waal. Hij wierp op wat we DV over 25 jaar aan ouderen en jongeren zouden antwoorden op hun vraag: ‘Wat hebben jullie concreet gedaan toen rond het jaar 2000 de verstaanbaarheid van de Statenvertaling als een steeds groter probleem ervaren werd? ’
Editie 1977
Van der Waal gaf zelf leiding aan een van de adviescommissies die het hoofdbestuur toen instelde. Nadat onder leiding van ds. W.Chr. Hovius een commissie advies uitgebracht had over de reikwijdte van de herziening, deden Van der Waal c.s. in 2001 onderzoek naar de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het project. Duidelijk werd waarom de revisie van 1977 (ook wel de Tukker-editie genoemd) geen ruime ingang in de gereformeerde gezindte vond. Het gebrek aan vooral heldere criteria, de beperktheid van de wijzigingen (het moest om meer gaan dan om het veranderen van ‘des’ in ‘van de’) en de beperktheid van het aantal uitgaven (er kwam geen uitgave met de psalmen) bleken bepalende factoren.
Tijdpad
Van belang was ook de overtuiging dat bewustwording van de noodzaak van deze revisie via het grondvlak gerealiseerd wordt. We spraken af ons te richten op het gebruik in gezinnen, in jeugdgroepen en bij evangelisatiewerk, op scholen en in de catechese. De meeste overwegingen uit het rapport-Van der Waal zijn praktijk geworden. Het is aardig om te melden dat de grootste afwijking het tijdpad betreft. In 2001 werd gedacht dat we zes jaar later klaar zouden zijn, het werden er negen. Wie naar een project als de Betuwelijn kijkt, zal hier overigens
meer dan begrip voor hebben. Komt er ooit historisch onderzoek naar het hele project rond de herziene Statenvertaling, dan zal blijken dat de cruciale fase heel kort voor de start was. Schrokken de verantwoordelijke bestuurders terug voor de omvang van het project? Speelde er kort voor de start een stukje psychologie mee? Vooral is dit een reden om nú om te zien in dankbaarheid, omdat het werk gezegend is, weerstanden zijn weggenomen en werkenderweg de saamhorigheid is gegroeid.
Geschenk
De Statenvertaling is niet minder dan een geschenk van God voor de Nederlandse kerken, onze cultuur en samenleving. Nu zij via de herziening die volgende week gepresenteerd wordt voor de komende decennia verstaanbaar blijft, wordt dit cadeau ons als het ware opnieuw overhandigd, mogen we het nog eens uitpakken. Laten vreugde en verwondering daarom de boventoon voeren als we met David zeggen: ‘In God prijs ik het woord, in de HEERE prijs ik het woord.’
Op 4 december 1637 kreeg de kerkenraad van Leiden bericht dat de kerkrentmeesters bijbels in ‘de nieuwe oversettinge’ hadden aangeschaft. De burgemeester werd gemeld – zo ging dat toen – dat op de volgende zondag de Statenvertaling in de eredienst gebruikt werd.
Volgende week is het opnieuw 4 december, 373 jaar later. Weer mag een eeuwenoude boodschap beschikbaar komen, kan het pinksterwonder zich herhalen dat ieder de woorden van God in zijn eigen taal hoort spreken. Opdat onder de zegen van God en vanwege het werk van de Geest werkelijkheid wordt wat er verderop in Handelingen 2 staat: ‘En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden.’ Om die Naam blijft het gaan.
P.J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 2010
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 2010
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's