Linkerf lank is selectief
Filosoof Ralf Bodelier reist al meer dan dertig jaar door Israël en de Palestijnse gebieden. In 2020 wandelde hij van Jeruzalem langs de kust omhoog naar de grens met Libanon. Vervolgens liep hij weer terug door de steden en vluchtelingenkampen op de Westbank, door Jenin, Nablus en Ramallah. Hij deelt zijn ervaringen in Trouw (2 december).
Trouw
Ik overnachtte bij Israëlische en Palestijnse families. We aten samen en ik luisterde naar hun verhalen. Met de ervaringen die ik al jaren opdoe, geef ik lezingen en organiseer ik reizen voor Nederlanders naar beide kanten van de muur.
En wat me al jarenlang opvalt, zijn de opgetrokken wenkbrauwen bij mijn linkse vrienden en kennissen. Wandelen door Palestina, dat is mooi. Maar door Israël? Sommige reizigers blijken na terugkeer maar weinig over hun ervaringen te vertellen. Met Israël in verband worden gebracht, is vragen om problemen. Een jonge vrouw, links en gay, veranderde in Israël zelfs haar locaties op Google. Met reizen door Egypte of Iran zou ze geen negatieve reactie oogsten, hoe wreed, vrouwonvriendelijk en homofoob beide landen ook zijn. Alleen Israël is een probleem. In 2020 liep ik niet alleen door Israël en Palestina, maar ook door Libanon. In Beiroet hing ik enkele dagen rond in Sabra en Shatila. In de Palestijnse vluchtelingenkampen waar Libanese milities in september 1982 tussen de enkele honderden en enkele duizenden mensen vermoordden. Het bloedbad schokte de wereld. Ik was 21 toen. Maar de beelden van groepjes afgeslachte Palestijnen staan vandaag nog op mijn netvlies. De slachtpartij gebeurde met medeweten van het Israëlische leger. Enkele maanden eerder was Israël Libanon binnengetrokken. Het wilde de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO uitschakelen, die Israël vanuit Libanon met raketten bestookte. De PLO werd inderdaad verdreven, maar Sabra en Shatila betaalden een hoge prijs. De Israëlische legerleiding gaf, naar alle waarschijnlijkheid, een Libanese militie de opdracht om achtergebleven PLO-strijders in kampen te arresteren. De militie sloeg aan het moorden en de Israëliërs grepen niet in, hoewel ze voldoende signalen kregen dat het misging. Enkele dagen na het bloedbad gingen honderdduizenden Israëliërs woedend de straat op.
Het was niet het eerste bloedbad van 1982. Amper 200 kilometer verderop vond in februari een nog grotere slachtpartij plaats. In de stad Hama vermoordden Syrische milities van dictator Hafez al-Assad enkele duizenden tot mogelijk meer dan 40.000 aanhangers van de Moslimbroederschap. Hoe helder het bloedbad van Sabra en Shatila me nog voor de geest staat, van het bloedbad in Hama komen geen beelden boven. De slachtpartij in Syrië kreeg dan ook maar een splinter van de aandacht die Libanon ten deel viel.
Hoewel de moordenaars in beide gevallen Arabische milities waren, en hoewel het aantal slachtoffers in Hama tien keer zo hoog lag als in Sabra en Shatila, was er één doorslaggevend verschil: in Libanon werd gemoord onder toezicht van Israël. Maar niemand besteedde aandacht aan de Libanese moordenaars zelf. En niemand haalde het in zijn hoofd om Syrië of Assad te kritiseren. Daarentegen werd Israël veroordeeld door de Verenigde Naties en de Europese Unie. Het was de eerste keer dat deze uitzonderingspositie van Israël me opviel.
In 1982 vroeg ik me af waarom iedereen over Israël viel en de Arabische moordenaars vrijuit liet gaan. Vandaag vraag ik me af waarom linkse organisaties Israël zo fel veroordelen en zwijgen over Hamas. Het is niet de vraag of hun kritiek op Israël terecht is. De bombardementen van het leger op Gaza zijn gruwelijk, de doorgaande annexatie van de Westbank moet stoppen. De vraag is waarom de kritiek alleen Israël geldt. En waarom de aanhangers van Extinction Rebellion of Black Lives Matter niet alleen zwijgen over Hamas, maar, bijvoorbeeld, ook over de oorlog die Iran en Saudi-Arabië voeren in Jemen. Een oorlog die al meer dan 200.000 levens eiste van kinderen onder de vijf jaar. (...)
Voor velen op de linkerflank lijkt Israël uitgegroeid tot het ultieme kwaad. Soms ben ik geneigd de Duitse publicist Henryk M. Broder te geloven wanneer hij in zijn boek Der ewige Antisemit schrijft dat haat tegen Joden en Israël verankerd zit in het westerse DNA en telkens weer een aanleiding zoekt zich naar het oppervlak te werken.
Reformatorisch Dagblad
Het Reformatorisch Dagblad maakt een serie over ‘Vitaal Christendom!?’ Op 2 december ging de aflevering over Brazilië. Het protestantisme in Brazilië maakte de afgelopen decennia een ongekende groei door. Voornamelijk ten koste van de Rooms-Katholieke Kerk. Maar niet overal gaat de diepgang gelijk op met de toename in aantallen.
‘Brazilië is niet voor beginners, zelfs niet voor ons als Brazilianen’, waarschuwt Clemir Fernandes op voorhand. In een koffiehuis in Rio de Janeiro schetst de godsdienstsocioloog en baptistenpredikant een beeld van de gecompliceerde maatschappij van het grootste land van Zuid-Amerika. Te beginnen met de demografie. ‘Wij hebben hier de grootste Afrikaanse gemeenschap ter wereld. Een Braziliaans paspoort is zeer gewild; iedereen kan er als Braziliaan uit zien.’ Niet minder ingewikkeld is de religieuze samenstelling van de Braziliaanse samenleving. Eeuwenlang maakte de Rooms-Katholieke Kerk de dienst uit in het land. ‘Dat gold niet alleen de aantallen mensen die rooms-katholiek waren, maar onze hele cultuur was met het rooms-katholicisme doordrenkt’, zegt Fernandes, die is verbonden aan het Instituut voor Religiestudies in Rio. (...)
De afgelopen decennia rukte vooral de evangelicale beweging enorm op in Brazilië. ‘De statistieken zijn niet helemaal eensluidend’, zegt de wetenschapper. ‘Maar momenteel rekent zo’n 22 procent van de bevolking zich tot de evangelicalen. De verwachting is dat dit aandeel binnen enkele jaren tot 30 procent zal stijgen. We zijn daarmee een van de landen waar zich de grootste religieuze transformatie van dit moment voordoet.’
De grote vraag is hoe die omslag is te verklaren. Fernandes ziet twee hoofdoorzaken, die nauw met elkaar verband houden. ‘Het komt enerzijds doordat de Rooms-Katholieke Kerk vast zat in de bestaande cultuur en tradities. De roomse prediking was er niet een die je leven ging veranderen. Daartegenover komt de evangelicale beweging met een sterke boodschap van hoop en vooruitgang. Ze presenteert religie als ademtocht voor de onderdrukten. Dat welvaartsevangelie slaat natuurlijk aan, vooral in de achterstandswijken.’ (...) Fernandes zet grote vraagtekens bij dat welvaartsevangelie. ‘Ik geloof dat de omslag die we nu in Brazilië zien, geen goed moreel perspectief biedt. Met de groei van de evangelicale beweging zie ik ook een enorme toename van de secularisatie en losraken van traditionele patronen. De kerk gaat mee in de beweging die de maatschappij maakt: naar meer vrijheid en meer tolerantie. Daardoor worden de doctrine en de ethiek ook vloeiender. Neem alleen al het woord ‘bekering’. Vroeger was dat een zwaar begrip; nu heeft het nauwelijks nog gewicht.’ (...)
Fernandes is dan ook somber over de toekomst van de kerk in Brazilië. ‘Ik voorspel dat er een grote kans is dat de groei binnen afzienbare tijd in een daling omslaat. Omdat dit nieuwe geloof niet voldoende diepgang heeft. Die ommekeer in morele opvattingen zien we al gebeuren. Van zo veel rijkdom onder evangelicale leiders gaat een slecht getuigenis uit. Van het proces van teloorgang, dat in Europa al veel langer aan de gang is, zien we hier ook tekenen verschijnen. Om nog maar niet te spreken van de wereldwijde polarisatie, die ook hier families en kerken verscheurt.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's