Over kerkmuren heen
Spirituele oecumene is het begin van eenheid
De uitgave Spirituele oecumene roept op om naar geestelijke eenheid te streven. Kijken we vooral met argwaan naar andere kerkgenootschappen, of zijn wij als broeders en zusters in Christus bereid om onze kerkelijke verworvenheden op te geven en elkaar werkelijk te zoeken?
Een boek van bijna 800 pagina’s recht doen in minder dan duizend woorden, dat is uiteraard onmogelijk. Voor deze diverse bundel geldt dit nog eens extra. We focussen daarom op de hoofdlijn.
Vijftig auteurs
Het eerste deel, geschreven door de redacteuren Speelman en Van der Zwaag, is een inleiding op het onderwerp spirituele oecumene, oftewel ‘geestelijke verbondenheid met gelovigen van andere christelijke geloofstradities’. Er wordt een informatief overzicht gegeven van de theologische en kerkhistorische aspecten. Het tweede (midden)deel beslaat de meeste pagina’s. Vijftig verschillende auteurs belichten de spirituele oecumene, elk vanuit de eigen kerkelijke en theologische traditie (protestants, rooms-katholiek, evangelisch, oosters-orthodox) en toegespitst op uiteenlopende thema’s: gebed, prediking, Oude Testament, zending en nog veel meer.
Deze bijzondere opzet van het middendeel heeft een voordeel en een nadeel. Zelden komen in één band zoveel goede theologen aan het woord die interessante aspecten van een centraal onderwerp behandelen. Er zou dan ook veel goeds te noemen zijn vanuit de verschillende artikelen. Wat dit betreft kunnen we spreken van een unieke uitgave. Anderzijds vroeg ik mij wel af: waar is de rode draad? De redactie koos bewust niet voor een handboek spiritualiteit, maar voor ‘een bundeling van persoonlijk getinte, laagdrempelige bijdragen van enthousiaste medegelovigen’. Dit is inderdaad een goede omschrijving, maar hierdoor is de lijn in het omvangrijke middendeel niet te ontdekken. Ook worden in het slotdeel (wat men zou verwachten) de verschillende lijnen helaas niet met elkaar verbonden. In plaats daarvan wordt hier onderzocht of en hoe de christelijke spiritualiteit in aanraking gebracht kan worden met ‘de ongebonden moderne mens – kerklid of niet – die alles niet zo zeker meer weet’. Een interessante vraag, maar door deze opzet krijgt het geheel van de bundel toch het karakter van los zand.
Kerkmuren
De bundel telt vier Engelstalige bijdragen en één artikel in het Duits. Hoewel vertalen naar een bekend spreekwoord ook hier ongetwijfeld verraden is, was het toch beter geweest als deze bijdragen ‘getrouwelijk overgezet’ waren in het Nederlands. Ik kan mij voorstellen dat er theologisch geïnteresseerde gemeenteleden zijn die de bundel kopen en het jammer vinden dat ze deze bijdragen niet gewoon in het Nederlands kunnen lezen. Wie deze bundel aanschaft, gaat er toch van uit een Nederlandstalig boek in handen te hebben.
Ondertussen kunnen we het verlangen van de bundel alleen maar van harte bijvallen. Dit oecumenische verlangen komt voort uit ‘de overtuiging dat het zoeken van elkaar nodig is in een tijd waarin – met name in het Westen – het christendom steeds meer wordt uitgedaagd door de machten van secularisme en geloofsafval’. Een terecht punt. Wie de verdeeldheid van de Nederlandse kerken bekijkt tegen de achtergrond van de vervolging die christenen in het buitenland ondergaan, moet het schaamrood op de kaken staan. Wij hebben de vrijheid van godsdienst en eredienst, maar gebruiken die soms om hoge kerkmuren op te trekken. En zo leven we langs elkaar heen. De bange vraag komt wel eens op: is vervolging ook hier nodig om ons naar elkaar toe te drijven? Er zijn uitzonderingen (NGK en GKv vinden elkaar na jaren weer terug), maar over het algemeen lukt het zelfs kerken en gelovigen die op dezelfde gereformeerde grondslag staan niet om tot elkaar te komen.
Schuld
In plaats van te beginnen bij de schijnbaar onbereikbare institutionele eenheid kan men het ook zoeken in de spirituele oecumene. ‘Spirituele oecumene biedt een uitnemende kans om als christenen wereldwijd elkaar te ontmoeten vanuit het hart van het geloof.’ Het is inderdaad een zegen als christenen elkaar over kerkmuren heen kunnen vinden. We spreken dan van de ‘oecumene van het hart’. Er is in de gereformeerde gezindte (om ons daartoe te beperken) echter ‘over de gehele linie weinig behoefte of zelfs argwaan om elkaar van hart tot hart te spreken’. Als dit al geldt voor de gereformeerde gezindte, hoe onmogelijk is spirituele oecumene dan voor het geheel van de christenheid? Of zijn gereformeerden er het (slechte) voorbeeld van dat juist ‘broeders (en zusters) van hetzelfde huis’ elkaar niet weten te vinden? Dan mag ons dat wel tot schuld worden. Er kan wel een gebed zijn ‘of de Heere bij elkaar wil brengen wat werkelijk bij elkaar hoort’, maar wat is dat waard zónder de bereidheid om aan onze eigen kerkelijke verworvenheden te sterven en elkaar daadwerkelijk te zoeken?
Bevreemding
Anderzijds is er een zoeken naar institutionele eenheid, waarbij de eenheid in het ware geloof vergeten wordt. Daar lopen we in onze Protestantse Kerk tegenaan. We zijn officieel één, maar herkennen elkaar niet. We staan niet op hetzelfde fundament. Dat kan soms bevreemding wekken. Speelman en Van der Zwaag hebben dus gelijk: het moet beginnen bij de spirituele oecumene, dat wij elkaar als broeder en zuster leren kennen, waarderen en liefhebben. Oók als het niet ‘door de nood gedreven’ is, als onze eigen kerkelijke instanties nog recht overeind staan. Oftewel: niet alleen in Zuid-Limburg en Noord-Groningen, maar ook in Barneveld en Alblasserdam. Het is nodig dat we elkaar zoeken met een houding van nieuwsgierigheid in plaats van argwaan. Misschien zullen we ons dan op een gegeven (!) moment ineens afvragen waarom we eigenlijk nog altijd (kerkelijk) gescheiden optrekken.
De oecumene van het hart is niet genoeg, maar daar moet het wel beginnen. Als we elkaar in de onopgeefbare kernen van het geloof herkennen, gaat oecumene vanzelf. Dan is het ‘iets wat aan ons gebeurt. Wij worden bijeengebracht (...). Maar op datzelfde moment, wanneer wij bijeengebracht worden, is het ook een noodzaak, die ons wordt opgelegd’. Dán hebben we ontdekt dat we alleen ‘met alle heiligen’ ten volle de breedte en lengte en diepte en hoogte van Gods liefde in Christus kunnen bevatten (Ef.3:18).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's