De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkhonger

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkhonger

Pastoraat - trouw aan eigen gemeente

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

Wij lazen aan tafel 1 Korinthe 1. Gekomen bij de verdeeldheid in de gemeente herinnerde ik mij weer het afscheid van ds. B. Haverkamp op 8 april 1985 van de hervormde gemeente van Kesteren. Vooral de toespraak van burgemeester D.J. Pott bleef hangen.

Hij betreurde de kerkelijke verdeeldheid in Kesteren en Opheusden. ‘De één zegt: ik ben van Paulus, een ander is van Apollos, weer een ander is van…’ Toen bleef de burgervader steken. Hulpzoekend keek hij naar de scheidende dominee, die droog komisch antwoordde: ‘zeg maar van Haverkamp.’ Er werd besmuikt gelachen in de propvolle kerk. Ondertussen raakte hij een gevoelige snaar. Hoe staat het met de gemeenschap der heiligen? Is coronatijd de lakmoesproef?

Shopgedrag

Al schrijvend dwalen mijn gedachten af naar de predikantsweduwe mevrouw Vera Tukker-Terlaak. In een vraaggesprek met het Reformatorisch Dagblad in 1999 vertelt zij van haar zondagse kerkgang in het Groningse Spijk, een gemeente van moderne snit. ‘Ik ben altijd naar de gemeente gegaan waar we horen, al is dat niet zo eenvoudig.’ Noem het een oer-hervormd standpunt. Ik ken hen nog uit mijn jeugd: de getrouwen die in een snel veranderende gemeente zich steeds meer vreemdeling voelden worden en toch – biddend! – bleven. Uit gehoorzaamheid aan God. Meer dan eens werd het oude gezangenvers aangehaald:

Gij hebt o albestierend Koning,

de plaats bestemd van ieders woning,

de kring waarin hij werken moet.

En kennelijk dus ook de kring waarin hij kerken moet. Het is er vandaag wel heel ver vandaan. Mobiliteit, individualisme en tanend gemeenschapsgevoel leidden tot een buitenproportioneel shopgedrag.

Jongeren – en niet alleen zij – zoeken na verhuizing ‘een gemeente die bij ons past’. De vraag is niet langer: wat heeft de gemeente aan mij, maar wat heb ik aan de gemeente? Als dat geen consumentisme is… Wie gedwongen onder een magere verkondiging zit, zal meer gebed hebben voor zijn dominee dan wan neer we preken en vormen van eredienst voor het uitkiezen hebben. Wie lijdt nog aan de kerk?

Gemeenschap

Ruim een halve eeuw geleden schreef de Utrechtse theologiehoogleraar A.A. van Ruler zijn nog altijd actuele boek Waarom zou ik naar de kerk gaan? Hij somde maar liefst 21 argumenten op. Ik focus hier op het hoofdstuk over de kerk als gemeenschap.

Een gemeenschap is verbonden door gedeelde kenmerken, normen en waarden, zoals taal, afkomst, politieke betrokkenheid en voorkeur. En natuurlijk ook door religie. Van Ruler wijst allereerst op een ‘smartelijke scheidingslijn’. Een steeds groter deel van de samenleving is vervreemd geraakt van God, Bijbel en kerk. ‘Zij willen niet ingelijfd worden in de gemeenschap van de Middelaar en de drie-enige God. Daarom ook niet in de gemeenschap met ons.’

Is het goed, dan zijn wij als leden van de gemeente ‘verbonden in het geloof waarin we leven en waarop we sterven’ aan de Heere en aan elkaar. Vele zondagen wordt in de tweede dienst beleden: ‘ik geloof de gemeenschap der heiligen.’ We kiezen elkaar niet uit, maar krijgen elkaar. Of we elkaar al dan niet liggen, is de kwestie niet.

Verbondenheid

Deze gemeenschap beperkt zich ondertussen niet tot de zondagse kerkgang, maar vertaalt zich door in alle facetten van het samen-gemeente-zijn. Juist in de coronatijd komt die zorg voor en verbondenheid aan elkaar in menige gemeente verrassend naar voren.

Met zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus belijden we dat Christus Zich een gemeente vergadert. Dat doet Hij door Zijn Woord en Geest. Ook in deze ongekende periode in de kerkgeschiedenis van gesloten kerkdeuren. Ook nu gaat het Woord uit en komt het langs digitale kanalen onze huizen binnen. ‘Ik moet heden in uw huis verblijven.’ (Luk.19:5b) Wat nog maar heel kortgeleden onmogelijk werd geacht, lijkt nu de gewoonste zaak ter wereld te zijn. Veel gemeenten doen meer dan ‘alleen’ kerkdiensten uitzenden, die overigens de gemeenschappelijke kerkgang nooit kunnen vervangen.

In Trouw viel onlangs het woord ‘kerkhonger’. Het rolde uit de pen van een rooms-katholiek, maar laat er ook onder ons veel kerkhonger zijn, verlangen en gebed om met elkaar fysiek weer samen te komen voor het aangezicht van God.

Verbroken

Het verscheurde lichaam van Christus heeft zo zijn eigen jaartallen en verjaardagen: 1517, 1834, 1886, 1944, 2004. De Catechismus belijdt daarentegen op grond van Gods Woord dat de Kerk niet een zaak is van Luther, Calvijn, Kuyper, Hoedemaker enz., maar uitsluitend de zaak van God (J. Overduin).

Het verscheurde lichaam van Christus is een treurige en hoogst ernstige zaak. Dit beseffen we als we denken aan Jezus’ woorden in het Hogepriesterlijke gebed (Joh.17:21): opdat ‘zij allen één zijn (…), opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt’. De gemeenschap der gelovigen (ver)breken is geen klein vergrijp. Het kan een blokkade opwerpen voor de wereld om te geloven.

Daarmee wil beslist niet gezegd zijn dat God vanwege onze kerkelijke zonden en schuld niet werkt. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat er grenzen zijn aan de eenheid en de vrede. Dat punt wordt bereikt wanneer er sprake is van verraad aan het unieke van Christus. Heftig gaat Paulus tekeer tegen hen die het Evangelie verdraaien en hun hoorders misleiden. Wie u een Evangelie zou verkondigen, ‘anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt’ (Gal.1:8,9). Ook de zachtmoedige Johannes laat er geen misverstand over bestaan dat wie de Zoon loochent, de antichrist is.

De keren dat ik in hervormde evangelisaties voorging, liet het me nimmer onberoerd wanneer de klokken van de hervormde kerk begonnen te luiden. Wie echt hervormd is, zegt: wij horen daar. Dat is lijden aan de kerk. Lijden, omdat preken ontaard is in ‘leuteren’ (dr. A.J. Plaisier, in Zorg voor de ziel) en erger. God spreekt door Zijn Woord. ‘Daar moet niet te veel bij komen en ook niet te veel tussen komen.’ Het is veelzeggend dat in de leegte van het protestantse kerkgebouw met zijn hoge ramen, zodat ik niet afgeleid word door wat ik buiten zie, Gods Woord klinkt. Alles wat daarvan af- en wegtrekt, is te veel. De zuivering kan te ver gaan, aldus ds. Plaisier. Ze gaat te ver als ook God Zelf verdwijnt.

Gebed

Graag voeg ik aan het artikel dat P.J. Vergunst vorige week over dit onderwerp schreef, een derde pijler toe. Naast de boodschap en de gemeenschap is het gebed van groot belang. Bekend is de uitdrukking dat een gemeente zonder gebed als een leger zonder wapens is. Gebed is een ‘roeren in de eeuwige raad van God’ (Van Ruler). Door het gebed van Zijn heiligen regeert God de wereld (J.H. Gunning jr.). Het is verheven praten, zonder dat het oeverloos praterig wordt. Een mensenkind spreekt met de hoge heilige God, maar kan ook luisteren naar God.

Daarvoor moeten we een antenne ontvangen. De onafzienlijke rij van boeken gewijd aan gebed onderstreept het grote belang ervan en kennelijk ook de voortdurende dreiging van de teloorgang ervan. Bidden omvat vragen, smeken, dankzeggen, lofprij‑zing, schuld erkennen, roepen om genade, voorbede en wat al niet meer. Zijn onze huizen nog gebedshuizen? ‘Spaar ons uw kritiek, maar geef ons uw gebed’, zei ds. W.L. Tukker bij zijn intrede in Delft in 1948.

‘Kunnen we nog bidden?’, vraagt prof. Van Ruler in 1970. En vijftig jaar later constateert dr. Plaisier dat het met de cultuur van huisgodsdienst zorgelijk gesteld is.

Kort gaat hij ook in op de verschillende gebedshoudingen. Het riep bij mij de oude vrouw in herinnering die thuis meeluisterend aan de kerktelefoon dat niet deed in pyjama en ochtendjas, maar in haar zondagse mantel inclusief hoed. Over eerbied voor de Heilige en het heilige gesproken…

Lofzang

Wanneer mogen en kunnen we weer fysiek samenkomen? Is dat voor ons een gebedszaak? Ontberen doet waarderen. We forceren niets, beseffend dat er vanuit ‘de wereld’ vaak met argusogen naar de kerk gekeken wordt. Zullen we het moeten doen met kortere diensten, zonder zang? Zal de lofzang verstommen? De gemeente zingt toch tot in eeuwigheid? We zingen niet om het zingen, maar uit innerlijke behoefte. En daarom houden we de lofzang gaande.

Misschien kunnen we in de kerk nu niet zingen, maar met des te meer overtuiging doen we het thuis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Kerkhonger

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's