Gender in de gemeente
Kennis over lhbti is onmisbaar in kerkenraad
Niet elke ouderling of diaken hoeft genderexpert te zijn. Toch is kennis over het thema gender en geslacht binnen een kerkenraad onmisbaar. Dit om leiding te kunnen geven, pastoraal te kunnen zijn en als kerkelijke gemeente van betekenis te zijn nu mensen over hun identiteit in verwarring raken.
In elke westerse samenleving dringt het thema lhbti (lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, interseksueel) zich op. Gender speelt in allerlei publieke uitingen een rol en doet ook wat in persoonlijke levens. Anders dan tien jaar geleden krijgt iedereen – zeker kinderen en jongeren – impliciet de vraag zijn gender te verkennen, nu de gedachte is dat het psychologische geslacht (gender) losstaat van het biologische geslacht en bepalend is voor de identiteit. Het denkklimaat van vandaag vraagt daarom ook van kerkelijke gemeenten zich tot dit onderwerp te verhouden. Wat betekenen geslacht en gender precies? Hoe komt het dat lhbti tien jaar geleden nauwelijks een thema was, terwijl deze letters vandaag onvermijdelijk zijn? Hoe te reageren als bij een gemeentelid concrete genderproblematiek speelt – als een volwassen gemeentelid een transitie (geslachtsverandering) wil of een meisje op de jeugdclub vraagt of iedereen voortaan haar nieuwe naam wil gebruiken, omdat ze zich non-binair voelt? Het is nodig om op deze vragen zicht te hebben.
Beperkte groep
Het gaat hier niet primair over mensen die al vanaf hun jongste jaren onbehagen ervaren bij het biologische geslacht waarmee ze geboren zijn (genderdysforie). Dit vraagt om professionele hulp en pastorale zorg. Leven met genderdysforie is ingewikkeld en heeft alles te maken met diepgaand lijden. De jongste versie van het handboek van de psychiatrie, DSM-5 (2014) rekent dat 1 op 10.000 vrouwen en 3 op 10.000 mannen met deze problematiek bekend is. Het is zinvol om deze cijfers in het achterhoofd te houden. Ze laten zien dat het zeer onwaarschijnlijk is dat elke gemeente een broeder of zuster met daadwerkelijke genderproblematiek kent. Maar wie naar het exponentieel gestegen aantal aanmeldingen bij genderklinieken kijkt, beseft dat vermoedelijk wél elke gemeente concreet met gendervragen te maken krijgt. Dit laatste heeft alles van doen met het veranderde denkklimaat dat in concrete levens sporen trekt, ook van wie op zondag in een kerkbank zit. Er zijn dus twee groepen met genderproblematiek te onderscheiden. De eerste groep bestaat altijd al en heeft van jongs af aan met de psychische stoornis genderdysforie te maken. De tweede groep is relatief nieuw en raakt door de cultuur van vandaag over haar identiteit in verwarring, vaak pas in de puberteit. Zonder twijfel hebben beide groepen te maken met lijden. Bij de tweede groep is de vraag reëel of hun lijden van blijvende aard is. Dit laatste is alleen maar een extra stimulans tot verdieping in de thematiek.
Bewustwording
Toerusting en bewustwording van het veranderde denken over geslacht en gender kan een kerkenraad op verschillende manieren organiseren. We noemen vijf aandachtsgebieden.
Investeren in kennis is het eerste punt van aandacht. Om verantwoord leiding te kunnen geven, is inhoudelijke bagage nodig. Dit betekent eenvoudigweg het nodige huiswerk doen. Dat kan beginnen met de brochure M-V-X-Y. Over geslacht en gender, identiteit en cultuur, die de NPV recent uitgaf. Deze ‘snelle’ introductie biedt een lijst met verdere leesen kijksuggesties.
Een aanrader is De seksuele revolutie van Gabriele Kuby. Deze rooms-katholieke sociologe laat zien hoe het begrip gender is ontwikkeld en waarom het in korte tijd in elke westerse samenleving een belangrijk onderwerp is geworden. Veel lezers ervaren De seksuele revolutie als een openbaring; het boek geeft begrip van wat ze om zich heen waarnemen. De Gereformeerde Bond liet in 2021 een brochure over genderdysforie verschijnen. Deze handreiking gaat weliswaar niet expliciet over de genderideologie, maar focust op het pastoraat rond genderdysforie en is in het geheel van de thematiek zeker waardevol.
Het persoonlijke gevoel
Betrouwbare informatie is onmisbaar maar niet overal verkrijgbaar. Het blijkt dat de meeste media in ons land zich laten meenemen in de nu overheersende gendertheorie. Deze postmoderne opvatting negeert de biologie, beter gezegd: de schepping. Niet de geschapen werkelijkheid heeft betekenis, maar mensen scheppen de werkelijkheid zelf, met hun woorden, gevoel en houding, aldus dit denken.
Daarom is de man die zégt dat hij een vrouw is, volgens deze filosofie ook daadwerkelijk een vrouw. En daarom zouden er niet slechts twee maar vele seksen zijn (een spectrum). Geslacht is volgens deze theorie een sociaal bedenksel (construct), dat mensen elkaar eeuwenlang hebben voorgehouden. Gender zou iemands echte identiteit bepalen en doet er in dit denken dus meer toe dan geslacht; het persoonlijke gevoel doet er meer toe dan de biologische werkelijkheid.
Ook de auteurs van Vuur dat nooit dooft, een boek over gender, seksualiteit en theologie dat vorig jaar in christelijke kring verscheen, gaan in dit gedachtegoed mee. Onvoldoende lijken de auteurs René Erwich en Almatine Leene zich bewust te zijn van postmodern denken waarvoor grond in de geschapen werkelijkheid ontbreekt. Hun boek staat dus niet op de lijst van betrouwbare gidsen.
Gemeenteleden toerusten
Toerusting van gemeenteleden is een volgend aandachtspunt. Dat kan via een gemeenteavond maar ook de genoemde NPV-brochure leent zich hiervoor. De meeste gemeenteleden ervaren dat lhbti een actueel onderwerp is, maar zijn zoekend in het duiden ervan. Als iemand zich anders voelt, dan is dat toch een gegeven? Zijn we niet gewoon getuige van de emancipatie van een seksuele minderheid? Is geaardheid hetzelfde als genderidentiteit? Wat zegt de Bijbel over gender?
Het zijn vragen waarbij veel kerkgangers een gevoel hebben maar niet meteen een antwoord op weten te formuleren. Anderen hebben soms een afkeer van lhbti-thematiek en kijken weg. Dit laatste is geen optie; elke christelijke gemeente zal zich tot de veranderende cultuur moeten verhouden.
Jeugdclub en jv
Een derde aandachtsgebied is het jongerenwerk van de gemeente. Het is goed om dit met nieuwe ogen te bekijken en te beseffen dat gemeenten met een jeugdclub en jeugdvereniging vandaag goud in handen hebben. Ze kunnen van grote waarde zijn in een levensfase waarin iemand op zoek is naar zijn identiteit. Waar geen of beperkt jongerenwerk is, kunnen gezinnen onderling deze rol vervullen.
Volgens onderzoek hebben veel jonge Nederlanders last van eenzaamheid, angst, stress en depressie. Jongeren in de christelijke gemeente zouden hieraan misschien minder blootgesteld hoeven te zijn, maar toch kan het leven anno nu veel van hen vragen. In een tijd waarin het niet lekker in je vel zitten een belangrijke katalysator voor genderproblematiek is, is een kerkelijk netwerk extra van betekenis. Al was het maar om ontspanning te geven, gezien te worden en iemand uit de eigen gedachtewereld te halen. Juist het kind dat zich terugtrekt, hoort er hier bij en wordt hier gezien. Jongeren die zich ongelukkig voelen, grijpen vanzelf naar hun mobiel, maar hebben juist sociale contacten nodig om zich stabiel te ontwikkelen. Dat kan door met leeftijdgenoten een inhoudelijke opdracht rond de Bijbel te doen, maar ook simpelweg door op vrijdagavond een spel te organiseren.
Hopelijk is de setting zo dat elke jongere zich veilig genoeg voelt om er zijn vragen kwijt te kunnen. Doelgerichte toerusting van jongerenwerkers in de gemeente is nodig, aangezien de jongste generatie een belangrijke risicogroep voor genderproblematiek vormt. Kinderen en zeker pubers zijn op zoek naar hun identiteit en leven vandaag in een klimaat dat hen oproept hun genderidentiteit te verkennen. Voor een ‘jongensachtig’ meisje is de vraag of ze misschien een jongen is dan heel logisch. Genderisme brengt jongeren gemakkelijk in verwarring. (Dat geldt ook voor kwetsbare volwassenen, vaak met psychische problematiek of een biografie met trauma.)
Liefdevolle en nuchtere houding
Er is geen concrete handleiding rond gender beschikbaar voor jeugdwerkers, en misschien is deze ook niet nodig. Twee dingen zijn cruciaal. Allereerst een betrokken, liefdevolle en tegelijk nuchtere houding. Daarbij hoeft de benadering van een tiener met gendervragen in zekere zin niet anders te zijn dan van een jongere met anorexia of andere psychische problematiek. Oprechte aandacht, spiegelen en doorvragen zijn belangrijk.
Kennis van de genderideologie is daarnaast nodig (benoemd in het eerste aandachtsveld). De jongerenwerker die een idee van mogelijke problematiek achter de genderverwarring heeft, kan veel betekenen. Zo is het goed om te weten dat seksueel trauma een rol kan spelen; het hoeft niet te verbazen dat een misbruikte jongere een afkeer van het eigen lichaam en geslacht heeft, met een verlangen naar een andere identiteit. Ook pornogebruik maakt het vandaag moeilijk om een gezonde seksuele identiteit te ontwikkelen; een meisje dat als object wordt gezien, kan zomaar willen vluchten in het jongen willen zijn. Belangrijk is de verwarring en moeite serieus te nemen en tegelijk nuchter te zijn, gewapend tegen het gedachtegoed dat (sociale) media dagelijks aanreiken. Toegeruste jongerenwerkers met een antenne voor de nood van het kind kunnen op een goede manier van betekenis zijn.
Nieuwe naam
Proactief nadenken over concrete vragen is een vierde element. Ontwikkelingen in de cultuur maken dat in de gemeente nieuwe vragen naar voren komen. Hoe bijvoorbeeld te reageren als Maartje voortaan Mark wil heten? Moeten clubleiders in deze wens meegaan? Op het eerste gezicht lijkt dat geen groot probleem, omdat een andere naam onschuldig lijkt en de consequenties misschien beperkt zijn. Maar wie zich in de thematiek verdiept, ontdekt dat dit een naïeve reactie is. Er is namelijk grote kans dat Maartje daarmee op de lange termijn juist níet geholpen is. Onderzoek maakt duidelijk dat een sociale transitie, met een nieuwe naam, outfit en ander kapsel, niet neutraal is. Bijna alle kinderen (98 procent) die daar op jonge leeftijd voor kiezen, blijken zich rond hun zestiende nog steeds als transgender te identificeren en zestig procent van hen gaat binnen vijf jaar in lichamelijke transitie. Intussen is ook bekend dat genderdysfore gevoelens bij vier op de vijf kinderen met genderproblemen gaandeweg het opgroeien vanzelf verdwijnen. Voorwaarde daarvoor is wel dat een kind in zijn biologische identiteit wordt bevestigd.
Er zijn dus voldoende argumenten om Maartje toch gewoon Maartje te blijven noemen; haar jonge leeftijd doet er daarbij toe. Cruciaal is dat duidelijk wordt dat liefde en bewogenheid achter deze keus schuilgaan. Het is goed om dit expliciet te benoemen. Positieve aandacht en bevestiging zijn nodig. Hoe dan ook is belangrijk wat de achtergrond van Maartjes verzoek is. Waarom zit ze niet goed in haar vel en denkt ze dat ze geen meisje is? Inmiddels is bekend dat veel jongeren die een transidentiteit aannemen, te maken hebben met psychosociale problemen of een moeilijke thuissituatie. Seksueel geweld, trauma en gebrek aan liefde en aandacht blijken belangrijke voorspellers van gendervragen te zijn. Ook pesten, autisme of andere psychische problematiek kunnen een rol spelen.
Is Maartjes verzoek niet allereerst een vraag om echte aandacht en onvoorwaardelijke liefde? Hoe kunnen clubleiders, maar ook leeftijdgenoten van betekenis zijn? Zo zijn er meer kwesties die om proactieve doordenking vragen.
Blik naar buiten
Het laatste element hier is de betrokkenheid op de samenleving. Kerk en christelijke gemeente weten zich ook verantwoordelijk naar de maatschappij toe. ‘U bent het licht van de wereld’, zegt Jezus – een uitspraak die de blik naar buiten brengt. Daarom zou een kerkenraad zich ook moeten bezinnen op de vraag hoe hij in liefde en vastberadenheid rond het thema gender voor de samenleving van betekenis kan zijn. Heeft de samenleving niet juist vandaag de inbreng van de kerk nodig?
Dat kan op allerlei manieren gebeuren. Bijvoorbeeld door de landelijke kerk te stimuleren zich uit te spreken tegen de onwetenschappelijke genderideologie, zoals bisschoppen in Schotland expliciet deden. Of door als gemeente concreet te bidden of de Allerhoogste Nederland wil behoeden voor de nieuwe Transgenderwet, die geslacht door gender zal vervangen. Of door het gesprek te zoeken of een brief te schrijven als er in gemeentehuis, bibliotheek of school plannen zijn de toiletten genderneutraal te maken. Belangrijk is ook dat de christelijke gemeente concreet beschikbaar is voor de naaste in verwarring, zoals de barmhartige Samaritaan zich verantwoordelijk wist voor de gewonde man buiten zijn eigen ‘bubbel’. Dit vraagt een antenne voor en bewogenheid met de nood van de naaste. Het vraagt openheid en bereikbaarheid in de directe omgeving.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2023
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2023
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's