‘Ik heb te weinig gebeden’
Ds. T. Poot staat zeventig jaar in het ambt, een genadegeschenk
Het komt maar zelden voor dat een predikant zeventig jaar in het ambt staat. Op 20 september hoopt ds. T. Poot uit Bodegraven deze mijlpaal te bereiken. ‘Ik heb steeds meer geleerd alle gerechtigheid buiten mijzelf te zoeken’, zegt hij, terugkijkend. En: ‘Het gaat erom dat God tot Zijn doel komt.’
Samen met zijn tweede echtgenote woont ds. Poot (97) al vele jaren in een appartement in zijn geboorteplaats Bodegraven. In goede gezondheid en helder van geest. Eén pilletje per dag slikt hij, vertelt zijn vrouw. En nog altijd becommentarieert hij regelmatig op verzoek preken van een paar bevriende predikanten.
Oud worden maakt op een bepaalde manier eenzaam, is de ervaring van ds. Poot. Generatiegenoten vallen weg. ‘Ik ben al een aantal jaren de oudste predikant die lid is van de Gereformeerde Bond. Van de studiegroep van predikanten waarvan ik lid was, leeft niemand meer. Mijn moeder zei vroeger dat het moeilijke van oud worden is dat er niemand meer is die je bij je voornaam aanspreekt. Dat is echt zo. Er zijn nog wel mensen die me Bob noemen. Maar van degenen met wie ik door het leven gepokt en gemazeld ben, met wie ik ben opgegroeid, is er niemand meer.’
Geloof en bekering
Ds. Poot werd op 20 september 1953 als predikant bevestigd in zijn eerste gemeente, Haaften. Daarna was hij gemeentepredikant in Middelharnis, Groningen, Nieuw-Loosdrecht en Zoetermeer, onderbroken door een periode waarin hij op verzoek van de Gereformeerde Bond en de IZB verbonden was aan de inmiddels opgeheven stichting ‘Kerk en wereld’. Laatstgenoemde periode heeft zijn leven en predikantschap gestempeld. ‘Ik kwam daar in zo’n andere omgeving terecht. Het veilige nest dat de kring van de Gereformeerde Bond voordien voor me was, voelde daarna te krap. Alhoewel ik daar later ook weer meer waardering voor heb gekregen.’
De sfeer waarin hij opgroeide, typeert hij als gestempeld door de Nadere Reformatie. ‘In de loop van de tijd ben ik opgeschoven naar de meer verbondsmatige theologie van ds. J.G. Woelderink. Maar de oproep tot geloof en bekering moet wel klinken.’
Over de situatie waarin de kerk in Nederland verkeert, is ds. Poot niet optimistisch. ‘Het is vaak zo horizontalistisch. Ik ben ervan overtuigd dat de kerk in een diepe crisis verkeert. Er is veel oppervlakkige spiritualiteit. In het orthodoxe deel van de Protestantse Kerk wordt wat dat betreft goud bewaard, met alle lek en gebrek. Christus wordt er gepreekt. En je hoort er de boodschap dat de mens van nature verloren is en behouden moet worden.’
Pastoraat
Ds. Poot voelde al jong ‘de begeerte’ om predikant te worden. ‘Ik herinner me dat ik als kind thuis al preken hield. Daarbij gebruikte ik een leunstoel als preekstoel. Van jongs af aan ging ik ook graag naar de kerk.’ Een bijzonder roepingsmoment heeft hij niet gehad. ‘Ik heb nooit een stem uit de hemel gehoord. Maar de lust om predikant te worden was er gewoon. Misschien had dat wel te maken met mijn oom, J.J. Poot, die in mijn kindertijd theologie studeerde. Dat maakte ik van nabij mee.’
Voor hij tot dominee bevestigd werd, zag ds. Poot preken als het aantrekkelijkste onderdeel van het predikantschap. Het pastoraat leek hem het zwaarst. ‘Op bezoek gaan bij doodzieke mensen: daar zag ik tegenop.’ In de praktijk pakte dat anders uit. Het pastoraat had zijn hart, ook na zijn emeritaat. En preken heeft hem altijd veel moeite gekost, ook al zullen buitenstaanders dat niet altijd hebben gemerkt. Om die reden is hij toen hij in de tachtig was, gestopt met preken, op een enkele uitzondering na. ‘Na een zondagse dienst bleef zo’n preek maar in mij rondzoemen. Ik kon het niet loslaten.’
In zijn dromen preekt hij trouwens nog weleens, vertelt hij. ‘Afgelopen nacht nog. Het was een tekst uit een van de profeten. Eigenaardig toch?’
U bent bijna zeventig jaar predikant; dat is weinigen gegeven. Wat doet het u om naar deze mijlpaal toe te leven?
‘Het verwondert me, en ik ben er dankbaar voor. In mijn agenda heb ik bij 20 september soli Deo gloria gezet. Dat ik dit mag meemaken, is onverdiend, het is een genadegeschenk van de Heere. Verder denk ik: laat mij er maar buiten. Ik heb steeds meer geleerd om alle gerechtigheid buiten mijzelf te zoeken. Ik ben maar een onnutte dienstknecht. Dat is wat ik, bij het ouder worden, sterk ervaar. Terugkijkend zie je vooral waarin je tekort bent geschoten.’
Kunt u daarvan een voorbeeld geven?
‘Ik denk dat ik wel kan zeggen dat ik in de tijd dat ik gemeentepredikant was, heel hard heb gewerkt. Maar ik heb te weinig gebeden. Achteraf gezien was ik te activistisch. Als dominee heb je onbewust de neiging om de gemeente als jouw eigen tuintje te zien. Je gaat denken dat alles van jouw inzet afhangt. Je vergeet daarbij gemakkelijk dat het de tuin van Christus is. Als dominee heb je de taak om water te geven en er planten in te zetten. Maar de wasdom komt van Christus. Natuurlijk heb ik als predikant veel gebeden: thuis, tijdens kerkdiensten, bij bezoeken. Maar ik denk dat ik toch tekortgeschoten ben in dat besef van afhankelijkheid.’
Kijkt u met heimwee terug op uw leven of verlangt u naar de toekomst?
‘Ik zie uit naar wat er komt. Mijn geloof is sterk gericht op de komst van het Koninkrijk van God en op de wederkomst van Christus. Dat is altijd zo geweest, maar ik denk wel dat dat bij het ouder worden is geïntensiveerd. Toen de maan een paar weken geleden rood kleurde door de bosbranden in Canada, deed me dat denken aan Openbaring 6:12: en de maan werd als bloed. Ik zei in bed tegen mijn vrouw: nu zal de Heere Jezus wel snel komen.’
De grote daden Gods
Ds. Poot karakteriseert de preekstijl die hij altijd heeft gehanteerd, als ‘van boven af’. ‘Dat heb ik van mijn vader geleerd. Het moet in de verkondiging gaan om de grote daden Gods. Het komt van God vandaan. In Psalm 40:18 staat: “Ík ben wel ellendig en arm, maar de Heere denkt aan mij.” Dat is de juiste volgorde. Als je het omdraait, komt de mens in het middelpunt te staan.’
Dat laatste is een gevaar dat ook in het orthodoxe deel van de kerk op de loer ligt, vreest ds. Poot weleens. ‘Ik las pas in de krant een verslag van de laatstgehouden studieconferentie van de Gereformeerde Bond, over leven en sterven in het licht van de eeuwigheid. Het viel mij op dat daarin het element van de wederkomst ontbrak. Nu ben ik er niet bij geweest, dus wil ik mij voorzichtig uitdrukken. Ik weet niet wat er allemaal nog meer is gezegd. Maar het belangrijkste is niet of wij mensen in de hemel komen. Het gaat erom dat God tot Zijn doel komt, dat Christus Zich zal openbaren, dat ieder zal erkennen dat Hij Heer is.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's