Weer zin in het leven
Een goed levenseinde (2, slot, geestelijke zorg)
Onlangs hoorde ik van een vrouw die alleen nog maar voor haar kleindochter leefde. Ze zag haar echter nauwelijks. Haar latente (sluimerende) stervenswens viel echter weg toen ze weer met haar kleindochter in contact kwam. De kerk staat ten opzichte van het zelfgekozen levenseinde niet met lege handen.
Palliatieve zorg als ‘christelijk antwoord’ op euthanasie is bekend. Mede met het oog op de ‘voltooid leven’-gedachte, zoom ik in op de betekenis van geestelijke (of pastorale) zorg rond het levenseinde. Die zorg wordt niet alleen verleend door professionals, maar geldt in deze context voor alle christenen die worden opgeroepen het kwade door het goede te overwinnen (Rom.12:21) en barmhartig te zijn, zoals onze Vader in de hemel barmhartig is (Luk.6:36).
Terug van weggeweest
In de zorg neemt de aandacht voor geestelijke zorg toe. Meestal wordt het dan ‘spirituele zorg’ genoemd. Spirituele zorg wordt in de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie genoemd als onderdeel van palliatieve zorg. In allerlei modellen kent palliatieve zorg vier pijlers: de fysieke, psychologische, sociale en spirituele (of existentiële) pijler. We zien hierin iets terug van het christelijke mensbeeld: de mens als psychosomatische eenheid, die ook een spiritueel wezen is.
De verschillende aspecten van het mens-zijn zijn niet te scheiden, wel te onderscheiden. Goede zorg rond het levenseinde is dus niet alleen gericht op het fysieke, het psychische en het sociale, maar ook op de spirituele kant van het leven. Daarmee komt de kerk nadrukkelijk in beeld. ‘Terug’ van nooit echt weggeweest.
Zingevingsvragen
Veel mensen worstelen met zingevingsvragen. Ook – of misschien wel júíst – richting het levenseinde. Agora is een (niet-christelijke) organisatie die zich bezighoudt met palliatieve zorg. Zij geeft vier voorbeelden van zingevingsvragen rond het levenseinde: ‘Waarom overkomt mij dit?’, ‘Maak ik de goede keuzes?’, ‘Ben ik anderen niet tot last?’ en ‘Waarom laat God/Allah mij in de steek?’
Christenen en niet-christenen, gelovigen, niet-gelovigen en twijfelaars herkennen deze vragen. Deze beperken zich niet tot de laatste levensfase. Ook in het volle leven dringen deze vragen zich aan ons op. Openstaande zingevingsvragen kunnen leiden tot een wens om actieve levensbeëindiging.
Wil de kerk antwoorden op het groeiend aantal zelfgekozen levenseindes, dan zal ze moeten aansluiten op de mens in zijn of haar concrete nood. Dat lijkt bij euthanasie en ‘voltooid leven’ niet alleen ondraaglijk (fysiek en psychisch) lijden te zijn, maar in toenemende mate ook te cirkelen rond zingeving. Eenzaamheid blijkt een zo diepgaande en fundamentele rol te spelen bij de ‘voltooid leven’-gedachte, dat er ook wel gesproken wordt over ‘existentiële eenzaamheid’.
Langer ouder zijn
Mensen die een ernstige ziekte hebben, zoeken naar zingeving, toekomstperspectief en uiteindelijk acceptatie van hun situatie. Dankzij de uitstekende medische voorzieningen in ons land neemt de levensverwachting toe. Mensen leven langer en zijn daardoor langer ouder.
Langer ouder zijn doet de vraag naar zingeving toenemen. De zin van de oude dag ligt nu vooral in de voltooiing van het leven. Voorheen lag het accent meer op de voorbereiding op het sterven. Ouderen hebben zich te verhouden tot fundamentele ervaringen die eigen zijn aan de ouderdom: besef van kwetsbaarheid en eindigheid. Daarbij komt dat veel ouderen anderen niet tot last willen zijn.
Hier liggen grote taken voor de kerk van nu: vertellen en voorleven dat de waarde van een mens niet afhangt van diens prestaties. De betekenis van het geschapen zijn naar Gods beeld is niet snel te overschatten. Ook ouderen doen ertoe. Zij mogen ‘tot last’ zijn. Deze inzichten onderstrepen wat ik in het vorige artikel schreef: laten kerken netwerken van levende zorg zijn, werkelijk inclusieve gemeenschappen. Als mensen ervaren dat zij er ook op hun oudere leeftijd toe doen en zij zich minder eenzaam voelen, zullen zij minder snel de vlucht naar voren kiezen, richting een actieve levensbeëindiging. Wat betekent dit meer concreet voor de pastorale zorg?
God ter sprake brengen
In de pastorale zorg gaat het primair om God. Om de mens te wijzen op God, wie Hij is in Jezus Christus voor verloren zondaren. In de pastorale aandacht voor de mens gaat het echter ook om de nood van de mens, die tot uitdrukking komt in zingevingsvraagstukken. Laten we zingeving het secundaire noemen dat volgt op het primaire, het belangrijkste: God ter sprake brengen.
Wanneer het alleen maar over zingeving gaat en God Zelf achterwege blijft, wordt de christelijke identiteit en de eeuwenoude, wereldwijde christelijke traditie tekortgedaan. Spreken over God gaat vooraf aan zingeving, niet chronologisch, maar wel in betekenis en belang. Zingeving is tenslotte van Godswege ontvangen zin. Híj geeft zin, betekenis aan ons bestaan. God dient de mens, om diens leven zin te geven. In de praktijk betekent dit eerst aansluiten op waar de noodlijdende mens zich bevindt, zodat de geestelijke en pastorale zorg aansluit op het zingevingsniveau. Van daaruit kan de spade dieper worden gestoken: naar het levensbeschouwelijke, naar God.
Het hoeft niet meer
De grote kracht van de pastorale zorg met betrekking tot het omgaan met mensen met een stervenswens, is het herkennen van, en anticiperen op signalen. In de professionele zorgpraktijk kunnen het verpleegkundigen zijn die deze signalen oppikken, erop ingaan of de geestelijk verzorger inschakelen. Het kan uiteraard ook de geestelijk verzorger zijn. Het is juist de kracht van de christelijke geloofsgemeenschap dat elke christen deze signalen kan oppikken en oppakken.
Het komt wellicht niet vaak voor dat iemand concreet uitspreekt te willen sterven. Vaker worden signalen afgegeven die tenderen richting een stervenswens. Die komen meer terloops aan de orde, bijvoorbeeld in een biografisch gesprek of in een gesprek over iemands levensloop. De signalen uiten zich in uitspraken in de lijn van de hierboven gegeven voorbeelden: ‘Voor mij hoeft het leven niet meer’, ‘Het leven is voor mij wel klaar’, ‘Ik wil mijn familie niet langer tot last zijn’, en ‘Zo hoeft het voor mij niet meer’.
Het is belangrijk om deze uitingen te interpreteren als mogelijk signaal voor een (latente) stervenswens. Deze signalen stellen de pastorale zorgverlener (al dan niet ambtshalve) in staat om door te vragen en te reflecteren. Wat zijn de onderliggende vragen? Wat zijn iemands krachtbronnen, die aangeboord kunnen worden? Het is als het ware een zoektocht naar de waarde van het leven, naar iets wat voor iemand belangrijk is. Mensen missen kwaliteit van leven, hebben pijn of zijn angstig. Waaruit put men dan troost en kracht? Waarvoor komt iemand nog uit bed?
Als (mede)christen kun je samen op zoek gaan naar deze waarde. Zo vertelde iemand mij onlangs van een mevrouw met een euthanasiewens die werd gevoed door een verstoorde moeder-dochterverhouding. Toen de verhouding, dankzij interventie van een geestelijk verzorger, eenmaal weer was hersteld, verviel de behoefte aan een actieve levensbeëindiging.
Geen automatische piloot
Hoe hebben we ons te verhouden tot mensen met een wens tot actieve levensbeëindiging terwijl we die zelf afwijzen, op grond van de belijdenis dat onze tijden in Gods hand zijn? (Ps.31:16) Als basis blijft de hierboven uitgewerkte pastorale benadering staan, om aan te sluiten bij de zingevingsvragen, om zo, in een vervolgstap, uit te kunnen komen bij God. Wanneer een stervenswens nadrukkelijker op tafel ligt, is het goed om nabij te zijn.
Er kunnen, denk ik, twee aspecten aan worden toegevoegd. Allereerst kan de eigen positie ten aanzien van actieve levensbeëindiging worden benoemd en ontvouwd. Vervolgens kan er samen met ‘de pastorant’ op zoek worden gegaan naar wat het goede behelst. Zo wordt aangesloten op de uitgebreide zorgpraktijk voor de ziel in de klassieke oudheid, vanaf de vijfde eeuw voor Christus. De therapie van de ziel maakte deel uit van het dagelijks leven en was gericht op het goede leven: de eudaimonia, het gelukkig zijn.
Een sluitend antwoord op de vraag wat het in geval van de vraag naar actieve levensbeëindiging betekent om in lijn met Jezus Christus te leven, is er niet. De Bijbel als Gods Woord is niettemin een belangrijke morele kenbron, ook met betrekking tot vraagstukken rond het zelfgekozen levenseinde. Het ‘schip van de kerk’ vaart dan wel op het kompas van de Bijbel, maar een kompas is geen automatische piloot. Het is een noodzakelijk instrument voor het bepalen van een koers, ook inzake euthanasie.
Heilzaam Evangelie
In de context van de stervende met een euthanasiewens, is het Evangelie heilzaam naar drie kanten: verleden, heden en toekomst. Er is verzoening en vergeving (verleden). In de angst voor de dood mogen we ons gedragen weten door het geloof dat Gods herscheppende hand ons door de dood geleidt (heden). De dood heeft niet het laatste woord, Christus is immers opgewekt. Daarom kunnen we met vertrouwen de toekomst tegemoet zien.
Gezegend is een samenleving met een kerk die zo omgaat met een groeiende euthanasiepraktijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's