De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

God hoort

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

God hoort

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Wees niet bevreesd, want God heeft naar de stem van de jongen, die daar ligt, geluisterd. Genesis 21:17b

Hagar en Ismaël zijn op last van Sara de woestijn ingestuurd met slechts een brood en een zak water. Menselijk gesproken wordt dit omkomen. Maar ze hebben een rijke belofte op zak.

Het was Gods bevel dat ze zouden worden weggestuurd. Bovendien had Hij hun een groot nageslacht beloofd. Zou de Heere dan ook niet verder zorgen? Maar wat kunnen Gods beloften worden aangevochten. Zeker in een woestijn, ‘dor en dorstig, zonder w a t e r ’.

De eerste die versuft neervalt, is Ismaël. Hagar sleept hem onder een van de struiken. Zelf gaat ze een eindje verderop zitten. En dan huilt ze, dan schreeuwt ze het uit. Het bijbelverhaal vermeldt het niet, maar er is nog iemand die schreeuwt. Dat is Ismaël, de jongen onder de struik.

De Engel van God

Hier in de woestijn, waar ze de dood in de ogen zien, wordt de betekenis van de naam Ismaël – God hoort – opnieuw levende werkelijkheid. De Heere hoort naar de stem van de jongen. Reken maar dat deze wilde puber een godsdienstige opvoeding gehad heeft. Wat zal zijn vader Abraham hem vaak de betekenis van zijn naam hebben voorgehouden. Ismaël wist heel goed waar hij het ten diepste moest zoeken. Wat doet de Heere dan? Hij stuurt opnieuw Zijn Engel, de Engel van God. Het is opvallend dat deze Engel niet naar de roepende jongen gaat, maar naar zijn moeder. Hij zegt: ‘Wees niet bevreesd, want God heeft naar de stem van de jongen, die daar ligt, gehoord.’ En met de dreigende dood voor ogen worden ze opnieuw geconfronteerd met Gods belofte van een groot nageslacht.

Leven

Hagar moet opstaan. Het Hebreeuws heeft hier het woord qumi, als ware het een opstanding uit de dood, een nieuw begin (Mark.5:41). Dan moet ze haar zoon overeind tillen en goed vasthouden. Vervolgens opent de Heere haar ogen en ziet ze een waterput. Water in de woestijn, dat betekent leven. De Heere hoort en redt hen uit.

Betekent dit ook nieuw geestelijk leven voor bijvoorbeeld Ismaël? Als je voor de poorten van de dood hebt gelegen en je hebt tot God geroepen en het woord qumi heeft geklonken, dan moet dat toch iets met je doen? We weten echter niet of het hem definitief bij de Heere heeft gebracht.

Wat we wel weten is dat de Heere met hem was, naar hem luisterde en dat hij tot een groot volk zou worden. Zowel Izak als Ismaël zou twaalf zonen krijgen (Gen.25). Aan de andere kant lezen we dat zijn moeder voor hem een vrouw uit het heidense Egypte nam. Uit Genesis 16 weten we dat hij een wilde ezel van een mens zou zijn en dat zijn hand tegen allen zou zijn en de hand van allen tegen hem. Hij zou ook wonen tegenover al zijn broeders.

Deze weerbarstige werkelijkheid duurt tot de dag van vandaag. Wat zou het mooi zijn als er tussen het nageslacht van deze beide broers, zonen van die ene vader, meer eensgezindheid zou kunnen komen, vooral ook in deze tijd.

Hoop

Zelf zie ik wel een paar vonkjes die hoop geven. Op 15 mei was er nabij Bethlehem, in onderwijscentrum ‘Talitha Kumi’, een herdenking van de Nakba, de verdrijving van veel Palestijnen in 1948. Zowel Palestijnse als Israëlische aanwezigen zeiden te hopen dat te midden van alle haat de vrede zou ‘opstaan’.

In een vorige meditatie heb ik al gewezen op de begrafenis van Abraham. Beide broers Izak en Ismaël hebben hem begraven. Ik heb ook de woorden van de stervende Jakob in Genesis 49 aan Juda genoemd, over ezels die gebonden worden aan de edelste wijnstok. Dat is precies wat woeste ezels als Ismaël en zijn nageslacht, maar ten diepste wij allen, nodig hebben: verbonden te worden met de edelste Wijnstok, Christus, en in Hem ingeënt te worden om onze levenssappen uit Hem te trekken en uit Hem te leven.

Dat geldt voor wilde ezels als Ismaël en zijn nageslacht, maar ook voor het nageslacht van Izak. Want door de bedekking die op het aangezicht van veel nakomelingen van Izak ligt, hebben zij geen oog voor de ware Wijnstok, Christus. Ze missen nog steeds het zicht op de Vredevorst van het eeuwige vrederijk, waar de zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegscharen, de speren tot snoeimessen en waar alles vrede is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

God hoort

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's