De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Minderheden en christenen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Minderheden en christenen

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

Hilbrand Rozema wijdt in het Nederlands Dagblad (18-02) een column aan de expositie van de Statenbijbel in het gebouw van de Tweede Kamer.

Nederlands Dagblad

In Den Haag is een aardige expositie te zien over de Statenvertaling. En niet zomaar ergens, maar in de hal van ons parlement. Een idee van de SGP, die dekselse lieden. In de Canon van Nederland staat deze bijbel ingeklemd tussen Rembrandt en Hugo de Groot. Blikvanger op deze expositie zijn de originele archiefkisten van de synode van 1618-1619; je mag dus wel zeggen dat de Statenvertaling, net als Hugo de Groot, per kist de toekomst in gesmokkeld is.

Enigszins bevangen nam ik het tot me. Die vertaling is me nu eenmaal niet zo vertrouwd, mijn paplepel was ‘NBG 1951’. In Dordrecht calligrafeerde vorig jaar, als stunt bij de herdenking, een robotarm volautomatisch de hele Statenvertaling, in gotisch schrift. Die bijbelrobot is hier op video te zien. Gefascineerd stond ik er een hele tijd naar te kijken. Wat een griezelige precisie. Ik snap heus wel, dat robotding zet gewoon een scan om in inkt. Maar het heeft ook iets van een mene tekel. Van een losse hand, die verschijnt aan de wand. Het doet me denken aan de automatische inspiratieleer. Die deugde niet, zo leerde ik vroeger op school. De Bijbel kwam via mensen tot ons en is niet kant en klaar het oor in gegoten, noch als massief rotsbrok omlaag gepletterd, zoals de Koran.

Ja, de eerbied rond de Statenvertaling doet denken aan hoe moslims omgaan met de Koran. Daarvoor hoef je in Den Haag niet ver te lopen. Het parlement uit, een keer links, een keer rechts, en minuten later sta je in de oude Joodse buurt. Dit is nu de Chinese wijk. En middenin staat de Turkse Aksa Moskee.

Veelkleuriger kunnen we het niet maken. Tot 1974 was deze moskee de Grote Synagoge. Voel ik me daarom op m’n gemak in dit fraaie gebouw? Het is me bitterzoet te moede, als ik hier denk aan al die Joodse gelovigen en hun gebeden.

Nu zitten er, op de grond, oude mannen van de Anatolische Hoogvlakte. Op sokken, in kleermakerszit. Ik kruip tegen een radiator, ze knikken, knijpen de ogen toe en wrijven over hun stoppelkoppen. De imam heeft een rond, wit hoedje op. Hij lijkt me geen zwartjas. Het kan goed zijn dat Diyanet, het Turkse ministerie van religie, hier de preken schrijft.

'Den Haag, neem een voorbeeld aan Heerlen.'

In de hal van de moskee hangen schoenlepels, hier staan de schoenen, ik trek de mijne weer aan en neem een vertaalde preek mee. Die bindt de hoorders op het hart, de naastenliefde niet te vergeten en goed te doen aan alle mensen.

Zoveel levensverhalen, zo dichtbij. Er zou een Haags migratiemuseum moeten zijn. O wacht, dat was er al! Maar het is onlangs gesneuveld, Den Haag trok de subsidie in. ‘Een schande', schrijft Mira Feticu furieus in de lokale krant, 'voor een stad waar meer dan de helft van de mensen een migratieachtergrond heeft’. Inderdaad is het goed wanneer mensen zich in een stad, een land, kunnen herkennen. Om het met de Oude Berijming te zeggen: ‘De Filistijnen, Tyriërs en Moren, zijn binnen u, o hofstad, voortgebracht.’

De versie op Psalm 87 is geestig bedoeld. Ik vermoed echter dat er een serieuze bedoeling achterzit. In ieder geval prikkelt het om na te denken over de vreemdeling in ons midden. Zeker als het zo is dat bijvoorbeeld de helft van de inwoners van Den Haag een migratieachtergrond heeft. Dat is niet overal zo. Maar het geeft wel te denken. In allerlei kerkelijke discussies wordt erop gewezen dat de Bijbel positief over de vreemdeling spreekt. Waren de Israëlieten niet zelf vreemdelingen geweest in Egypte? Zij wisten uit ervaring wat het was om als vreemdeling te verkeren in een vreemd land. De vreemdeling werd bepaald niet als een melaatse behandeld. In Israël hoefde de vreemdeling geen aparte kleding te dragen of een herkenningsteken zoals de Joden in het christelijke Europa van de Middeleeuwen en van de twintigste eeuw. Nee, vreemdelingen genoten bescherming in Israël. Het ligt daarom voor de hand dat christenen die hun Bijbel kennen vreemdelingen accepteren en hen een goede plek gunnen in de samenleving.

Toch geeft het te denken dat christenen, die in andere zaken het gezag van de Bijbel relativeren, op dit punt erg bijbelvast lijken te zijn. Zij vergeten vaak dat in het Oude Testament de vreemdeling zijn eigen goden thuis moest laten. Israël moest goed zijn voor de vreemdeling, maar accepteerde zijn godsdienst niet. De tolerantie zoals die nu in en door de kerken bepleit wordt, is vreemd aan de Bijbel.

Trouw

Een ander verhaal trof ik aan in Trouw (07-02), waar een anonieme schrijver zijn (of haar) licht laat schijnen over de Oeigoeren in China. Dat zijn in China geen vreemdelingen, maar vormen daar een minderheid. Als minderheid ondergaan zij een triest lot. De column laakt het zwijgen van de wereld ten aanzien van de onmenselijkheid waarmee China deze bevolkingsgroep behandelt.

De door totalitaire onderdrukking, cultuurvernietiging, massale opsluitingen en gedwongen hersenspoelingen gekwelde Oeigoeren en andere moslims in de Chinese regio Xinjiang ondervinden weinig solidariteit van hun eigen islamitische wereld. Meer invoelingsvermogen tonen Joden.

In Londen kwam vorige week donderdag het lot van de Turkstalige Oeigoeren aan de orde op een bijeenkomst van de Board of Deputies of British Jews. Vicevoorzitter Edwin Shuker noemde ‘ons zwijgen’ onbegrijpelijk. Zijn eigen mond trok hij wel open, en niet zuinig ook. Het betekent iets wanneer je, als je het hebt over hedendaagse uitwassen, de Holocaust erbij haalt. Dat deed Shuker, een joodse voorman en niet een overspannen activist, en dat drie dagen na de grote Auschwitzherdenking.

Rabbijn Laura Janner-Klausner wees op de verwoestingen in Xinjiang. Omgeploegde begraafplaatsen, vernielde moskeeën en graven van heiligen. Oeigoeren maken wel vergelijkingen met de Kristallnacht in 1938 in Duitsland, toen burgers en paramilitairen in één nacht duizenden joodse winkels en honderden synagogen verwoestten en honderden Joden vermoordden. Een voorbode van de Holocaust. (…)

Is een verwijzing naar de Holocaust overdreven? Hoe je daarover ook denkt, wat in Xinjiang gebeurt, blijft er even bar om.

Er zijn ook Oeigoerse christenen. Het zijn er niet veel, maar ze zijn er. En ook hen treft hetzelfde lot.

Want christelijke Oeigoeren, een handjevol, lopen hetzelfde risico als moslims om in zogenaamde ‘kostscholen’ te belanden, ofwel concentratiekampen waar ze een ‘beroepsopleiding’ krijgen die bestaat uit een hersenspoeling. Die Oeigoerse christenen zitten daar enkel vanwege hun ‘foute’ etniciteit, niet (vanwege) hun godsdienst. Of toch ook dat laatste? Want op christenen heeft de Chinese leiding het evenmin begrepen. Omgekeerd zijn er moslims in Xinjiang die geen Oeigoeren zijn. Ook zij bevolken de kampen. De sterftecijfers in de ‘kostscholen’ met hun misschien wel twee miljoen ‘cursisten’ lijken verdacht hoog, maar er zijn vooralsnog geen aanwijzingen voor een op handen zijnde massamoord. Wel maken de Chinese leiders talloze levens voorgoed kapot en creëren ze trauma’s die generaties lang zullen doorwerken. En is het dieptepunt al bereikt?

Op dit moment maken Oeigoeren zich de meeste zorgen over een acuut gevaar dat iedereen bedreigt, maar hen extra: het coronavirus. Foto’s op internet, genomen in een van de kampen, maken veel duidelijk. Je ziet een massa mannen zitten, opgepropt op een met prikkeldraad omheind stuk grond, in lange rijen, bijna schouder aan schouder, handen op de knieën. Donkerblauwe eenheidskledij. De orde van het graf, zelfs het flauwste glimlachje kan er niet af. (…)

Oeigoeren huiveren bij de gedachte aan wat er kan gebeuren als het virus de ‘kostscholen’ ontdekt.

Als moslimlanden het niet opnemen voor de Oeigoeren, laten christenen het dan doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Minderheden en christenen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's