God tegenwoordig stellen
Wat verstaan we onder de gave van profetie? (2, slot)
Paulus schrijft dat we ernaar moeten streven ‘te mogen profeteren’. Je vraagt je af hoe dat kan. Hoe kun je de gevoeligheid voor God en Zijn Woord en de situatie waarin je leeft zo tot je laten komen dat je tot profeteren komt?
Uiteraard is het geven van deze genadegave helemaal het soevereine werk van de Heilige Geest. Hij geeft de gaven. Maar je kunt er kennelijk naar streven.
Niemand onwaardig
Als je van God en Christus houdt, wens je God Zijn eer. Dan wil je graag dat Gods zaak in de belangstelling staat en gediend wordt. Je houdt ook van mensen en wilt niet dat ze verloren gaan. Je wilt Gods wet onderhouden zien. En je wilt dat dat gebeurt door een relatie met Christus. Zijn voorbeeld is de motivatie en de innerlijke kracht van de onderhouding van Gods wet. Er is een sterke neiging je daarvoor te geven. Je brengt het in het gebed. Je geeft extra acht op Gods aanwezigheid en de ruimte om voor Hem te spreken.
Je leeft zelf met de Schriften. Je staat open voor wat de Heere je wil leren. Zo komt het door Gods Geest tot het inzicht waar het om gaat en wat er nu speelt en gezegd moet worden. Dan is het de tijd om te profeteren. De mond gaat open en er wordt geprofeteerd. De Heilige Geest kan er iedereen voor uitkiezen die Hij wil. Niemand hoeft zich er onwaardig voor te voelen. Iedereen mag er naar staan.
Zacharias
Laat ik daar twee voorbeelden van geven die iedereen kent. Het eerste voorbeeld is Zacharias. Hij is een priester, die door de straf op het ongeloof met betrekking tot de zwangerschap van zijn vrouw de woorden van God kan overdenken. Hij heeft tijd en innerlijke rust. Hij kent de woorden van de Schriften. Hij weet van de beloften die God gegeven heeft. Hij ervaart de bijzondere tijd waarin hij vader wordt en neemt, juist vanuit zijn aanvankelijke ongeloof, het uitzonderlijke, maar zeer genaderijke waar.
Als zijn mond dan weer opengaat, spreekt hij profetisch en wijst hij niet zozeer op zijn eigen kind, maar op de Opgang uit de hoogte. Hij weet dat toe te passen met woorden als ‘verlossing van onze vijanden’, ‘God dienen zonder vrees’, ‘verschijnen in duisternis’ en ‘onze voeten richten op de weg van de vrede’. Zijn hele betoog blaakt van actualiteit.
Maria
Het tweede voorbeeld is een vrouw, Maria. Zij weet zich door een dubbele aankondiging zwanger van Gods Zoon. Als de aanwezigheid van de Heilige Geest Elizabet in vuur en vlam zet, antwoordt zij met profetische vreugde in God, omdat grote daden door God gedaan zijn en gedaan zullen worden, namelijk de verwerping van rijken en hoogmoedigen en de verkiezing van armen door Jezus Christus, Zoon van God en Kind van haar. Die armen en rijken zijn niet nieuw, maar krijgen door de woorden van Maria wel een meer geestelijke betekenis als geestelijke houding, die voorsorteert op wat straks de christelijke prediking en de oproep tot nederigheid in de navolging van Christus zal zijn.
Wat trouwens te denken van de woorden van Simeon: wij kunnen sterven! Of de woorden van Hanna: we kunnen verkondigen! Dat is profetie van de bovenste plank.
Prediker
Uiteraard is je mond voor God en de gemeente gebruiken iets wat van dienaren van het Woord verwacht wordt. Predikanten spreken in de gemeente. Is dat altijd profeteren? Dat denk ik niet. Het zal altijd Woordverkondiging zijn: uitleg van de woorden van de Schrift en daarmee duidelijk maken in welke context de woorden staan en ze daarom laten klinken zoals ze bedoeld zijn.
De predikant heeft echter ook tot taak om die woorden opnieuw te laten klinken in de context van de gemeente. Dat komt al dichter bij profetie. De context van de gemeente is niet alleen de context waarvan de gemeenteleden zich bewust zijn, het is ook de context die door hen niet opgemerkt wordt, maar waarvan wel degelijk sprake is. Die omstandigheden geven misschien wel reden tot waarschuwing en oproep tot bekering. Misschien helpen de Schriftwoorden om die context voor hen herkenbaar te maken. Dat te doen komt nog dichter bij profetie.
Ontvangen of verwerpen
Als het gegeven wordt om de teksten van de Schrift en de gehele context van de gemeente voor de hoorders tegenwoordig te stellen en daarbij met klem op de waarheid van God op dit moment te wijzen, wordt de prediker een profeet.
Dan gaat de gemeente luisteren. Dan gaat ze merken dat wat er gezegd wordt ertoe doet. Dan beseft de gemeente dat ze moet gehoorzamen en moet vertrouwen op wat de Heilige Geest aanreikt. Men ontvangt of verwerpt. Men wordt gegrepen of raakt in verzet. Men wordt blij of geërgerd. Maar het woord wordt door God ondersteund. Voor velen is het helder dat God gesproken heeft.
Europa
In onze tijd moet het gaan over de situatie van christenen in Europa, hoe zij eraan toe zijn. Het moet gaan over de verschrikkelijke afwezigheid van God. Een profetische prediker moet de vinger leggen bij het leeggezogen worden door de wereld, waarin God geen rol meer speelt, waarin alles gezet wordt op het welbevinden van de individuele mens en waarbij niemand ook maar een strobreed in de weg gelegd mag worden, behalve hem of haar die van mening is dat er ergens toch nog wel een algemene waarheid bestaat.
Deze invloed is in de gemeente veel sterker dan veel christenen zich bewust zijn. Deze leegheid maakt ook binnen Gods gemeente de gemeenteleden losser en los van God, zodat ze Gods aanwezigheid missen en weinig of niets meer vanuit God beoordelen of ter hand nemen. Het leven van alle dag is zonder God geraakt. De zondagse eredienst levert niet op wat men ervan verwacht had en zelf niet eens meer verwacht.
Doods en donker
De stap naar het ongeloof en het niet meer weten of God bestaat, is nabij. Gods gemeente is in gevaar. Ze raakt geheel in het donker. Oude antwoorden herhalen helpt dan niet meer. Klassieke antwoorden moeten we hertalen en punten naar de dagelijkse werkelijkheid zonder God. Voorgangers dienen profetisch te spreken over het komen van God.
Er moet vanuit Gods Woord overtuigend aangetoond worden dat God ook deze doodse en donkere situatie van Gods kerk aankan en deze met Zijn Geest weet te bevruchten, zodat tegen de zwarte achtergrond van een aards en tijdelijk denken en verlangen van mensen de daden van God in het licht komen te staan. We hebben in Mattheüs een voorbeeld. Hij actualiseert in zijn Evangelie de profetie van Amos 8:9 – de zwarte duisternis die midden op de dag de zon laat ondergaan – door Jezus Christus midden in die duisternis te plaatsen. Hij stelt God daar tegenwoordig. Zo dient de profeet, de profetische prediker, God midden in de geseculariseerde wereld te plaatsen, zodat de christen en de niet-christen ervaart dat Gods aanwezigheid ter zake doet en heilzaam is, zelfs wanneer we dat allerminst ervaren.
Oproep
De oproep van Paulus om te staan naar de gave van de profetie komt tot de hele gemeente van God. Ieder lid is medeverantwoordelijk voor het juiste gebruik van de profetische geestesgave en is bevoegd er gebruik van te maken, maar juist tot dienaren en aanstaande dienaren van het Woord klinkt het krachtig: Jaag de liefde na en streef naar de geestelijke gaven, en vooral daarnaar dat u mag profeteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's