In zicht
Dr. C.A. van der Sluijs publiceerde onlangs De vromen zullen U verhogen. Uit het leven gegrepen (uitg. Om Sions Wil, Alblasserdam). In een van de hoofdstukjes schrijft hij over door het piëtisme beïnvloede vromen.
Scherp was men zich bewust van een merkwaardige breuklijn tussen een paradijselijk verleden en een paradijselijke toekomst. Die merkwaardige breuklijn had weer alles van doen met de gebroken gestalte van het geestelijke leven. Uitgerekend op die breuklijn tierde een uitermate kwetsbaar heimwee naar hoe het was en hoe het eenmaal worden zou. Dit alles doortrekkende heimwee maakte hen los van de wereld en betrok hen zo juist dagelijks bij die wereld. Het deed hen duizend doden sterven en nochtans dagelijks opstaan tot een nieuw leven.
Dit heimwee hulde zich in het kruisleven en verhulde dit tegelijkertijd als de zachte nevels rondom het huis van deze vromen en de donkere wolken over de vaak ietwat treurende herfstakkers in de zich alsmaar uitstrekkende polders rondom. De kracht van dit stille heimwee kwam immers van de hemel en voerde naar de hemel, waar het kruis zou veranderen in het Vaderhuis met zijn vele woningen. Het verlangen daarnaar was zo intens en zo immens dat de aarde ging samenstemmen met de hemel en de hemel samenstemde met de aarde en taal en teken werden van het verlangen naar God.
Men kon in het leven van deze mensen niet alleen blijven. Men moest eens Anderen worden. Dat geheimenis vulde en bepaalde het heimwee naar de volheid van straks, die al contouren aannam in het heden. Daarom verwachtte men die grote dag met een zeer groot verlangen om ten volle te genieten de beloften van God in Jezus Christus onze Heere.
Dit bedroefde volk in de uitgestrekte en vaak zwaarmoedige polders leerde ik als kind kennen op het voormalige eiland Goeree-Overflakkee. De stillen in den lande, onbekeerd in eigen waarneming, hunkerden naar de gemeenschap met God. Doorgaans zeiden ze niet zo veel, maar met hun leven zeiden ze meer dan genoeg. Nog zie ik de verstilde gelaatstrekken en de betraande ogen die maar bleven staren op God. Ze waren een raadsel voor zichzelf en soms voor anderen. Graag zongen ze: ‘Het hijgend hert, der jacht ontkomen, schreeuwt niet sterker naar ’t genot van de frisse waterstromen, dan mijn ziel verlangt naar God’ (Psalm 42:1 berijmd). Dan ruisten de melodieën van de hemel, vermengd met het zuchten van bezwaarde harten in machtige akkoorden, om te versmelten tot een stil en vurig verlangen naar de levende God.
Het eiland Goeree-Overflakkee vertoonde dienovereenkomstige trekken. Omringd door het water lag het daar wat stil en bedroefd. Vooral onder de zware herfststormen, die over uitgestrekte en verlaten polders raasden en het water tegen de eindeloos lange en kronkelende dijken deed beuken als een eeuwenlange openbaring van de macht en de majesteit van de natuur over alles wat God geschapen had en de mens ooit schiep. Verspreid over het eiland, als door een zaaier gestrooide korrels, lagen de verstilde kleinere en grotere dorpen met in hun midden de eeuwenoude kerken. Hun torens reikten bezwerend dan wel uitnodigend ten hemel.
Geboren en getogen in dit rustieke landschap wandelde of fietste ik over wegen en dijken. Ondertussen de mystieke sfeer inademend van dit verstilde, bezonken, ingeklonken en ooit verdronken land.
De al te grote hedendaagse uitbundigheid was toen uit den boze. Nog zie ik degelijkheid en een wat ingehouden zwaarmoedigheid elkaar over en weer bestuiven. Hele groepen landarbeiders verrichtten vroeger psalmzingend hun werk. Dit werd door andere, op enige afstand op de landerijen werkende, arbeiders overgenomen. Als ging het om een estafetteloop in het Koninkrijk der hemelen, die zich voor even beperkte van de ene einder tot de andere einder.
Flakkee was toen een besloten hof, waar de grote Landman destijds veel werk had. Velen zijn daar geboren en wedergeboren en, bij wijze van spreken, vandaar ten hemel gevaren. Als Elia weleer. In Gods verborgen omgang werd de droefheid naar God heen gedragen, altijd maar weer meegedragen, en zo ook uitgedragen en stil overgedragen van het ene geslacht op het andere geslacht. Geslachten naar Gods Naam genoemd.
Rectificatie: De kerk op de foto vorige week in In zicht was niet de Noorderkerk, maar de Oude Kerk te Amsterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's