De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Op het pad des levens

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op het pad des levens

Emeritus hoogleraar dr. W. Balke bemoedigt jonge theologen met bundel opstellen

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Emeritus hoogleraar W. Balke (geb. 1933) is naar een woord uit Psalm 92 nog fris en groen én draagt in de ouderdom nog vruchten. Ik zou zijn Via Vitae, een bundeling opstellen over kerk en theologie in het perspectief van de Reformatie, graag een ríjke vrucht willen noemen.

Ze is gerijpt na jarenlange noeste arbeid in de theologie en op de academie. Via Vitae (naar Psalm 16:11: het pad des levens) is een kloek en stevig boek, niet alleen wat haar uiterlijk betreft, maar meer nog wat haar inhoud aangaat.

In prof. Balke ontmoeten we immers een geleerde die op een ambachtelijke wijze theologie beoefent in volstrekte horigheid aan het Woord van God. Men kan daar meteen aan toevoegen dat de bewoner van Résidence Château Bleu (woonadres prof. Balke) ademt in de Reformatie. Daar legt het boek bladzijde na bladzijde getuigenis van af. Het notenapparaat waarin het wemelt van de Latijnse (en Franse) citaten, meest van Calvijn, vormt hierbij de treffende illustratie.

Een ‘waarschuwing’ vooraf: men leze dit werk niet in één ruk uit. Beter is het de verschillende hoofdstukken, ook vanwege de variëteit van onderwerpen (van Calvijn en Luther tot Willem de Clerq en Allard Pierson), één voor één te proeven. Wie een en ander daarna grondig herkauwt, wordt het krachtigst gevoed.

Hermeneutiek

De eerste vier hoofdstukken zou elke beginnende theologiestudent verplicht moeten lezen. De kwestie van de uitleg van de Schrift brengt ons in het hart van de theologische actualiteit, nu hermeneutiek een toverwoord schijnt te worden. Tegenwoordig menen we een auteur beter te verstaan dan hij zichzelf verstond. Dat is in één woord hoogmoed. Hierbij hebben we de waarschuwing van Calvijn ter harte te nemen dat wij met een nieuw hart, ofwel in het geloof, tot de Schrift moeten naderen. Niet anders dan zo.

Wanneer Balke Calvijns Schriftuitleg bespreekt, proeft men: zó behoort theologie te zijn. Krachtig en onverwoestbaar. Zo is het ook ooit geweest, voor ze zich verzwagerde met (of uitleverde aan?) de filosofie en sociologie.

Het een na laatste hoofdstuk acht ik verplichte kost voor proponenten en predikanten. Het functioneren van de rechtvaardiging van de goddeloze in de prediking is immers een zeer aangelegen punt. Gaat er hieromtrent ook niet veel mis en scheef? De rechtvaardiging heeft géén fundament in de wedergeboorte, dat heeft Calvijn scherp gezien. De onder ons veel geprezen Bavinck volgde op dit punt echter niet Calvijn, maar Kuyper. We kunnen het ook anders zeggen: het gaat om het verschil tussen een dogmatisch-systematische benadering tegenover een bijbels-theologische visie op de ordo salutis (orde van het heil), al komt deze term bij Calvijn nog niet voor.

Actualiteit

Wie nu denkt dat de oud-hoogleraar in het verleden blijft steken en dat zijn beschouwingen (over Calvijn) weinig in rapport staan met de theologische actualiteit, wordt door het hoofdstuk over openbaring en ervaring meteen uit de droom geholpen. Balke weet wel degelijk wat er speelt en heeft daar ook een antwoord op.

Wanneer het gaat om de verhouding schepping en evolutie wijst Balke erop dat curiositas (weetgierigheid) samen dient te gaan met modestia (bescheidenheid) en humilitas (nederigheid). Verder maakt hij duidelijk dat de theoloog zich heeft te richten op wat Gód openbaart en dat de natuurwetenschapper dient te beseffen waar zijn experimentele kennis ophoudt en waar hij met hypothesen begint te filosoferen.

Balke schuwt ondertussen stevige uitspraken niet, bijvoorbeeld wanneer hij stelt dat het neo-calvinisme ‘geen reformatorische renaissance (is), maar een filosofische, nader hegeliaanse infectie van de theologie’ (p.228). De zeventiende-eeuwse orthodoxie die de bijbelse waarheden bijeen zocht te houden op scholastische wijze en de daarop volgende reactie in het Piëtisme, vinden ook geen genade in zijn ogen. In beide ziet hij ‘een terugval in de middeleeuwse scholastiek (een logische manier van denken in tegenstellingen, red.) en mystiek, die altijd haastig een huwelijk aangaan’ (p.229). Dit oordeel bezit mijns inziens grote actualiteit voor wat zich tegenwoordig graag als ‘rechts’ en ‘zwaar’ positioneert binnen het Nederlandse theologische landschap.

Over de (vorming van de) Protestantse Kerk in Nederland is de auteur helder: het was bepaald geen oecumene, maar een fusie van twee bestuursapparaten. Men proeft tegelijk grote bezorgdheid over en liefde voor de kerk wanneer Balke in zijn bespreking van Noordmans de vraag stelt of wij als dienaren van het Woord in staat zijn om de volle rijkdom en de vrijheid van het Evangelie te laten schitteren tegenover de afgrond van het nihilisme en de terreur van de islam. En ook: er is geen oecumene zonder Israël.

Heilige Doop

Het hoofdstuk over Calvijn en de doop en zijn doopformulier las ik met bijzondere aandacht. De vraag laat zich stellen of zij die zich bij voorkeur gereformeerde protestanten noemen op dit punt wel in het spoor van Calvijn gaan. Het sacrament vormt niet slechts de verzegeling van Gods belofte, maar ook van het werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest maakt gebruik van de doop om aan ons hart te verzekeren dat de schuld is afgedaan en de vernieuwing is begonnen. De sacramenten zijn immers ‘werktuigen in de hand van de Heilige Geest’ (Haitjema).

Calvijn volgt in zijn behandeling van de kinderdoop een gangbare uitleg van 1 Korinthe 7:14 (over de heiliging van de ongelovige echtgenoten door de gelovige partner), waarvan te betwijfelen valt of deze helemaal juist is. Ik zou deze exegese op z’n minst problematisch willen noemen, zonder dat dit overigens in mindering komt op de rijke uitleg van Calvijn over de kracht van de kinderdoop.

Studentenvereniging Voetius

Een bijzondere bijdrage vormt het opstel over Isaäc da Costa, geschreven door de jongste broer van prof Balke, die drie jaar geleden stierf. Er moet in deze bespreking veel onbesproken blijven, zoals bijvoorbeeld het gedegen hoofdstuk over de verkiezing of de behandeling van Kohlbrugge en de Heidelberger. Het mag een aanmoediging zijn deze studie, die verhoudingsgewijs beslist niet duur is, aan te schaffen en grondig te lezen.

Ten slotte wil graag vermeld zijn dat deze bundel opstellen opgedragen werd aan de Gereformeerde Theologen Studentenvereniging ‘Voetius’ als blijk van respect voor de inspanning van de huidige generatie theologen om dit dispuut in stand te houden. Dat is een nobele trek die de auteur siert. Zo kennen wij hem ook.

De auteur is bepaald niet uitgediend, en door middel van deze studievrucht bemoedigt hij jonge theologen en vuurt hij hen aan om (straks) als voorgangers te blijven wandelen op het pad des levens. Ik wens dit boek in veler handen; er valt veel pasmunt te maken met dit oude goud. We vatten deze bespreking samen met een versregel uit het Voetius-lied dat we op de presentatieavond in Den Haag zongen, terwijl prof. A. de Reuver ons op de piano begeleidde: Dei verecundia, quae principium sapientiae. (De vreze Gods is het beginsel van de wijsheid.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Op het pad des levens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's