De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wrekend én genadig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wrekend én genadig

Dr. W.J. Dekker schrijft knappe studie over Godsvoorstelling van Jesaja 63

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Op 23 januari promoveerde ds. W.J. Dekker op de studie Wie is deze? Een onderzoek naar de compositie en Godsvoorstelling van Jesaja 63. Het was – na bijna 400 jaar – waarschijnlijk de laatste promotie in de klassieke theologie aan de Universiteit Utrecht.

Jesaja 63 kenmerkt zich door een scherpe tweedeling. Vers 1-6 toont het schokkende beeld van een strijder, gekleed in een met bloed bespat gewaad. Hij blijkt niemand minder dan God Zelf te zijn en Hij vertelt dat Hij de volken heeft vertreden, zoals druiven vertreden worden in een wijnpers. Dit gebeurde in ‘toorn’ en ‘grimmigheid’ op de dag van de ‘wraak’. Deze ‘dag’ luidde tegelijk het ‘jaar van de verlosten’ in (vs.4).

Het tweede deel van Jesaja 63 (vs.7-19) toont een heel ander beeld van God. Een ‘ik-figuur’ die de stem van het volk vertolkt, denkt terug aan de vroegere dagen toen God het volk Zijn goedheid, barmhartigheid en goedertierenheid (vs.7) toonde en hen bevrijdde. Daar is nu niet veel meer van te zien en daarom loopt de herinnering aan God (vs.7-14a) uit op een intens gebed tot God (vs.14b-19).

Schril contrast

Dr. Dekker, als predikant verbonden aan de wijkgemeente Joriskerk te Amersfoort, stelt zich ten eerste de vraag wat deze twee gedeelten samenbindt en zo de tekst tot een samenhangend geheel maakt.

Daarna behandelt hij de vraag hoe het beeld dat vers 1 tot 6 van God schildert, zich verhoudt tot het veel lieflijkere beeld dat in de tweede perikoop aan de orde is. Gods grimmigheid tegen de vijanden van Israël staat in schril contrast met Zijn liefde, zorg en trouw voor Zijn volk. Tegelijk merkt het volk niets van deze gunstige houding van de Heere. Waarom is Hij zo ver weg?

Prachtige opbouw

De auteur legt een lange weg af om deze twee vragen te beantwoorden. Hij maakt daarbij gebruik van diverse methodes. Allereerst begint hij met een syntactische analyse: hij onderzoekt de zinsopbouw en welk gewicht hiermee aan de afzonderlijke woorden wordt gegeven. Dit geeft ons een inkijkje in hoe prachtig deze zinnen opgebouwd zijn. In hoofdstuk 3 gaat hij nader in op de handelende en sprekende personen en hun verhouding tot elkaar. Om wie draait het in deze tekst? Hoofdstuk 4 diept de gebruikte woorden uit. Welke boodschap geven de Hebreeuwse woorden door en is er overeenstemming of juist verschil in het woordgebruik van vers 1-6 en 7-19?

Uiteindelijk destilleert de auteur uit de beide perikopen zeven woorden (die vaak inhoudelijk verwant zijn) en beziet hij hoe deze woorden gebruikt worden in de drie delen waaruit Jesaja bestaat (Jesaja 1-39; 40-55 en 56-66). Welke connecties bestaan er tussen de teksten? Ervan uitgaand dat de tekst van Jesaja pas in de loop van eeuwen zijn uiteindelijke vorm heeft gekregen, komt de auteur met een voorstel hoe de tekst van Jesaja 63 ontstaan kan zijn.

In hoofdstuk 5 onderzoekt de promovendus hoe de tekst is overgeleverd. De gebruikte accenten en leestekens laten zien hoe de tekst gelezen en ingedeeld wil worden. Dit zien we ook terug in de manier waarop de oude bijbelse handschriften hem weergeven. Dit hoofdstuk – mijns inziens een van de beste! – laat ons zien hoe Jesaja 63:1-6 vanouds nauw verbonden was met de rest van Jesaja 63. Uit dit onderzoek blijkt ook hoe Jesaja 63:7-19 één geheel vormt met Jesaja 64 (de laatste zin van hoofdstuk 63 is eigenlijk het begin van een nieuw gedeelte). Dit brengt dr. Dekker ertoe om ook Jesaja 64 kort te behandelen.

Godsbeelden

Nu de auteur heeft laten zien hoe de twee delen van Jesaja 63 bij elkaar horen (de eerste onderzoeksvraag) en in de sprekende en handelende God hun eenheid vinden, gaat hij in op de vraag hoe de verschillende godsbeelden in de tekst zich tot elkaar verhouden. Vanuit zijn onderzoek gaat hij het gesprek aan met W. Brueggemann en J. Jeremias. Hij komt tot de conclusie dat er geen tegenstelling is tussen de wrekende God in vers 1-6 en de genadige God van vers 7-19. God is soeverein en trouw, genadig en heilig. Hij is goedertieren, maar verbergt Zich soms ook. Wij kunnen God nooit helemaal doorgronden en begrijpen. En dat is uiteindelijk maar goed ook. Met een God Die wij kunnen begrijpen en Die past in onze kaders, kunnen wij niets beginnen in de verwarring van ons leven. Hij gaat boven ons uit, maar is wel betrouwbaar in alle omstandigheden.

In discussie

Dr. Dekker heeft ons een prachtige dissertatie geschonken. Zijn onderzoek is diepgaand. Hij analyseert zeer uitgebreid en nauwkeurig de tekst om de boodschap ervan te verstaan. Wel zijn er enkele punten waarover ik graag met de auteur in discussie zou gaan.

Pas in een laat stadium van het proefschrift (p.237) krijgen we te horen dat de tekst van Jesaja 63 doorloopt in Jesaja 64. Zijn redenen hiervoor zijn overtuigend. Maar had deze perikoopafbakening niet veel eerder in het boek moeten plaatsvinden en had uiteindelijk Jesaja 64 niet net zoveel aandacht als Jesaja 63 moeten krijgen?

Veel aandacht besteedt dr. Dekker aan hoe de tekst van Jesaja 63 verbonden is met teksten uit de rest van het boek. Hij verbindt daaraan echter nogal vergaande consequenties voor het ontstaan van de uiteindelijke tekst van het boek Jesaja. Is dit niet een te smalle basis voor zulke conclusies? Kunnen verbindingen tussen teksten (die tegelijk nadere uitwerkingen en toepassingen zijn) ook niet verklaard worden vanuit de gedachte dat het boek oorspronkelijk een grotere eenheid vormde dan bijvoorbeeld H.G.M. Williamson aanneemt? De auteur had hier kritischer kunnen zijn.

Door de grote nadruk op de tekst zelf krijgt het kader waarin de teksten staan, soms te weinig aandacht. Zo stelt de auteur dat gaandeweg het boek Jesaja de (messiaanse) Knecht van God naar de achtergrond verdwijnt en God Zelf meer op de voorgrond treedt. Dit is echter de vraag. Jesaja 61 spreekt over de gezalfde van jhwh die genade geeft en richtend optreedt. Heeft deze messiaanse figuur niet te maken met de ‘ik’ van Jesaja 63:1-6? Deze verbinding wordt ook gelegd in Openbaring 19:13 en deze interpretatie kon wel eens oude wortels hebben.

Erudiet monnikenwerk

De auteur sluit zijn dissertatie af met een mooi gedeelte over de verschillende typeringen van God in de tekst. Bij het lezen merk je dat hier zijn hart ligt. Persoonlijk had ik het mooi gevonden als dit gedeelte breder uitgewerkt was (en het andere ingekort) en als hij aandacht had gegeven aan de bredere context van de Schrift. Jesaja’s getuigenis komt juist binnen het geheel van stemmen in het Oude Testament nog mooier uit.

Deze opmerkingen doen niets af van de waardering die ik voor deze studie heb. Het is erudiet monnikenwerk van een protestantse gemeentedominee. Maar het is monnikenwerk dat de diepten van de Schrift – ook in zijn tekstuele vorm! – ontsluit. Van harte gefeliciteerd met dit resultaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wrekend én genadig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's