Tongentaal in de praktijk
Gaven van de Geest – glossolalie (4, slot)
In de hoofdstukken 1 Korinthe 12 en 14 spreekt Paulus over talen en uitleg van talen, waarbij het gaat over klanken die we niet thuis kunnen brengen. Doorgaans noemen we deze taal ‘tongentaal’ of ‘glossolalie’. Hoe hebben we deze genadegave te taxeren?
Het is opvallend dat we in de Bijbel de gave van tongentaal alleen in de gemeente van Korinthe aantreffen. Deze gemeente kent verschillende groepen. Een van de groepen in de gemeente stelt zich boven alle andere: de Christusgroep. Deze groep doet zichzelf voor als de échtdoor-de-Geest-geleide mensen, of diep doorgeleide mensen. Wat zij hebben, hebben anderen niet: de gave van de glossolalie. Het geeft in de gemeente van Korinthe spanningen. De ene groep maakt van de tongentaal het een en al. De andere groep wil de tongentaal verbieden (1 Kor.14:39).
Rare dingen
Tongentaal is het spreken in klanken. Het zijn meer klanken dan woorden. In deze vorm van communicatie zul je patronen en structuren van bestaande talen niet vinden. Dus geen grammatica en geen syntaxis, maar een vorm van extase. Bij tongentaal is het verstand uitgeschakeld. Het betreft de gevoelskant van het geloofsleven. Glossolalie is overigens iets algemeen-menselijks. Het komt ook in andere godsdiensten voor.
Omdat tongentaal overal voorkomt, is toetsing nodig. Het schijnt namelijk voorgekomen te zijn dat iemand tijdens een manifestatie van tongentaal Jezus vervloekte (1 Kor.12:3). Bij tongentaal is uitleg nodig, anders kom je tot rare dingen. In 1 Korinthe 14 legt Paulus glossolalie nader uit: het is vooral een vorm van communicatie tot God, en daarmee gebedstaal.
In de Korinthebrief valt op dat tussen de twee hoofdstukken die gaan over de glossolalie, het hoofdstuk over de liefde staat (1 Kor.13). Dat leert ons dat de liefde nodig is om genadegaven te beoordelen.
Brabbelend
Paulus accepteert het bestaan van tongentaal. Hij kent ook zelf deze gave, alleen gebruikt hij deze gave niet. Hij spreekt liever vijf woorden met zijn verstand dan tienduizend woorden in tongen (1 Kor.14:19). Paulus ontmoedigt glossolalie eerder dan dat hij die aanmoedigt. Je hebt als gemeente niet de tongentaal te begeren maar de profetie, de Woordverkondiging. Anders zouden buitenstaanders kunnen denken dat er in de gemeente allerlei gekkigheid is (1 Kor.14:22-25). Daarom is uitleg zo belangrijk.
Wat is tongentaal in de praktijk? In onze traditie valt te denken aan het voorbeeld van ds. L. Blok (overleden in 1998). Op een zekere zondag kwam hij al brabbelend de preekstoel af. Zijn kerkenraad dacht dat hij overspannen was, daarom kreeg hij het advies om een poosje rust te nemen, wat hij ook gedaan heeft. Achteraf kwam men erachter: onze dominee sprak in tongen. Later schreef hij een boek over het werk van de Heilige Geest en daarin gaat hij in op tongentaal. Daarbij zegt hij: ‘Niets maakt ons zo klein als de vervulling met de Heilige Geest. Een mens kan alleen leven als een arme van geest.’
Conclusies
We komen tot een aantal afrondende opmerkingen, mede om te onderscheiden waar het in de huidige tijd om gaat nu er voorgangers zijn die pleiten voor een herstel van het apostelschap en het profetenambt (New Apostolic Reformation).
Het is verstandig om bij de beoordeling van geestesgaven onderscheid te maken tussen inspiratie (inblazing door de Geest) en illuminatie (verlichting door de Geest). De Bijbel is geïnspireerd. Om de Bijbel te begrijpen hebben we de verlichting door de Heilige Geest nodig. In de apostelen die de Bijbel schreven, werkte de Heilige Geest rechtstreeks. Wij, eeuwen levend na Christus, zijn erop aangewezen dat de Heilige Geest ons verstand verlicht. De Heilige Schrift is vrucht van de inspiratie van de Heilige Geest (1 Kor.2:13). De apostelen kennen deze inspiratie. Wij zijn aangewezen op de verlichting door de Heilige Geest.
Het apostelschap is uniek. De kerk en de gemeenten van Christus bouwen voort op het fundament van apostelen en profeten (Ef.2:20). Van de gave van het apostelschap mag je zeggen dat deze eenmalig is. Deze groep kan aangevuld worden zolang er oor- en ooggetuigen zijn die persoonlijk door Christus geroepen zijn.
Ontwikkelen
De gaven dienen tot opbouw van de gemeente. Ze zijn een geschenk van Christus door Zijn Geest. In het Grieks heten deze gaven charismata, waar je het woord charis (genade) in hoort. De gaven van de Heilige Geest zijn met recht genadegaven. God beschikt erover. Het is dus niet zo dat je op een zekere dag denkt: ‘Nu ga ik vandaag eens die en die gave pakken of ontwikkelen.’
Er is een veelvoud van gaven. Deze veelvoud wijst op overvloed. Wat opvalt, is dat in de brief aan Efeze de opsomming van gaven er anders uitziet dan in de eerste brief aan Korinthe. Dit wijst erop dat er altijd meer gaven zijn dan Paulus opsomt. Hij noemt slechts een aantal voorbeelden. De opgesomde gaven zijn geen voorschrift. Ze hoeven niet altijd en overal voor te komen. Dat is afhankelijk van tijd en omstandigheden. Paulus geeft enkel aan dat er een overvloed van gaven is en dat het geschenken zijn.
Prophecyings
In de begintijd van de Reformatie waren er in Londen ’s zondags na de kerkdiensten zogeheten prophecyings. Het doel van deze samenkomsten was om samen als gelovigen de uitleggingen te bespreken. Dan kwam er ook nog wel eens een actuele boodschap uit: een woord van deze of gene voor de gemeente. Dit is even zo geweest. Al heel gauw is het gestopt vanwege ontsporingen en wanorde. Dit wijst op de noodzaak van orde (1 Kor.14:40). Wat bij het spreken over charismata nogal eens opvalt, is dat men over het hoofd ziet dat de Heere doorgaans gebruikmaakt van gewone middelen ofwel de structuren zoals die in Zijn schepping liggen. Onderscheid maken tussen het hemelse en het aardse, tussen natuur en bovennatuur zet ons op het verkeerde been.
In het bijbels getuigenis valt op dat hemel en aarde samen één werkelijkheid vormen. De gehele aarde behoort de Heere toe (Ps.24:1). Dit geldt ook voor ons mens-zijn. De Heere maakt ons mensen uit lichaam en geest. In het aardse zie je de hand van de Schepper. De aarde getuigt van de hemel. We leven in de ene werkelijkheid die God geeft en die naar Hem verwijst. We horen dit ook in de genadeverkondiging van het Evangelie terug: belooft God verlossing van zonde, Hij geeft tekenen in verlossing van ziekte en dood.
Voorbeeld
De apostelen hadden specifieke gaven en taken. Ze schreven het Nieuwe Testament. De charismata komen vooral voor in hun tijd. Dat wil niet zeggen dat ze later niet meer kunnen voorkomen, maar wel dat ze in een ander perspectief staan. Tijdens opwekkingen zie je iets van de genadegaven herleven. De zogeheten Nijkerkse beroeringen (plusminus 1750) zijn er een voorbeeld van. Het streven naar een apostolische reformatie mist duidelijk bijbelse papieren.
Vier genadegaven
God heeft aan Zijn kerk veel gaven van de Geest gegeven. Deze serie belicht er vier.
1 apostelschap
2 profetie
3 genezingen
4 tongentaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's