Zware tijden breken aan
Afscheidstoespraken in de Bijbel – Paulus (4)
Volgens de Kerkgeschiedenis van Eusebius is Paulus de marteldood gestorven, zo’n 35 jaar nadat zijn Zaligmaker de middelaarsdood stierf. Hij schrijft zijn tweede brief aan Timotheüs, zijn jongere vriend en ambtsbroeder, die in Efeze werkt. Het zijn de laatste woorden van een geestelijke vader.
Paulus is bijna aan zijn levenseinde. Hij zit voor de tweede keer gevangen in Rome. Het is de tijd van keizer Nero, de jaren zestig van de eerste eeuw.
Trots zijn
Wie verwacht dat Paulus in deze brief klinkt als een moedeloze, uitgeputte man die zich afvraagt of het wel de moeite waard is geweest dat hij zich heeft ingezet voor het Evangelie van Jezus Christus, wordt door 2 Timotheüs verrast. Paulus lijkt nergens aan te twijfelen: niet aan God, niet aan de zegen van het verlossende werk van Christus, niet aan zijn roeping tot apostel, niet aan de betrouwbaarheid van de Schriften en niet aan de belofte van het eeuwige leven. Hij begint de brief met: ‘Paulus, door de wil van God een apostel van Jezus Christus met het oog op de belofte van het leven dat in Christus Jezus is.’ (2 Tim.1:1) En hij eindigt de brief, vóór de groeten, met: ‘En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen.’ (4:18)
De brief is daarom vol aanmoediging om met verwachting uit het Evangelie te leven en er dienstbaar aan te zijn. Wie net als Timotheüs een christelijke roeping heeft, moet zich niet schamen voor het getuigenis van onze Heere, maar er trots op zijn. Hij moet het goede pand dat hem werd toevertrouwd, bewaren als een kostbare schat.
Pluche en egards
Ondertussen zit Paulus wel in de gevangenis. Hij spiegelt Timotheüs en andere christenen de dienst van Christus niet voor als een zitten op pluche waarbij iedereen hen met alle egards behandelt. Nee, het christenleven is het leven van een soldaat, een wedstrijddeelnemer, een boer. Zij hebben gemeen dat ze zich moeten inspannen en inzetten. Het kost bloed zweet en tranen.
Maar Paulus roept ertoe op om ‘met mij verdrukking te lijden om het Evangelie’. Dan mogen we dienen door de kracht van God en bemoedigd worden door de belofte van een zekere overwinning en een prachtige oogst. Christus is immers uit de doden opgewekt? (2:3-8) Dat betekent dat er leven achter de dood is, gerechtigheid achter de beschuldiging en dat er vreugde komt na de droefheid. ‘Dit is een betrouwbaar woord. Want als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.’ (2:11)
Allergisch
Paulus windt er geen doekjes om dat het barre tijden zijn. Wie zijn oor laat hangen naar dwaalleer, weet niet meer wat hij moet geloven en daarom ook niet meer wat hij moet preken. Er zijn lieden als Hymeneüs en Filetus die met inhoudsloze praat en zweverige leer velen meetrekken. Zij verkondigen dat de opstanding reeds heeft plaatsgevonden (2:18). We leven in de laatste dagen en dan breken er zware tijden aan. In de eerste eeuw was daar al sprake van, niet minder in de eenentwintigste. Mensen zullen koud, zelfzuchtig, liefdeloos en materialistisch zijn; meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God (3:1-4). Soms nog met een schijn van godsvrucht erbij, waardoor ze anderen, met name ‘vrouwtjes’ die meer met hun gevoel dan met hun verstand in het leven staan, makkelijk onder de indruk brengen en mensen meeslepen (3:5-7). Het lijkt wel alsof de mensen allergisch worden voor de gezonde leer en alleen maar neigen naar wat hun gehoor streelt (4:3).
Hoop
We moeten niet in de put raken als de wereld haar verdorvenheid manifesteert en satan flink tekeergaat; ook niet als we mensen uit de kerk zien wegtrekken naar een bedenkelijke leer en een liederlijk leven. Het vaste fundament van God blijft namelijk staan. En er zit het tweevoudige zegel op: de Heere kent wie van Hem zijn, en: Ieder die de Naam van Christus noemt, moet zich ver houden van ongerechtigheid (2:19). De zaak is: pal blijven staan voor het Evangelie, met zachtmoedigheid blijven onderwijzen en preken (2:25). Blijven bij wat je geleerd hebt, namelijk de heilige Schriften, die je wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is (3:14-16). Blijf het Woord preken, gelegen of ongelegen (4:2).
Krans
Het komt goed. Paulus weet het. Gezegend en vastgehouden door zijn God mag hij zeggen: ‘Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden. Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal.’ Diezelfde hoop is er voor Timotheüs en ‘allen die de verschijning van Jezus Christus hebben liefgehad’ (4:7-8).
Laten we daarom ook vandaag geloven, bewaren, getuigen, preken en hopen.
Toekomstperspectief
Wat brengen bijbelse personen naar voren als ze hun levenseinde zien naderen? En wat kunnen wij vandaag van hun boodschap leren? In deze serie luisteren we naar vijf afscheidsredes.
1. Mozes (Deuteronomium)
2. Jozua ( Jozua 23)
3. Samuel (1 Samuel 12)
4. Paulus (2 Timotheüs)
5. Jezus ( Johannes 14-17)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's