'Uw angst en smart die mijn blijdschap en de vreugde van mijn hart enigszins verstoren, zijn de reden dat ik u thans schrijf, zowel tot uw vertroosting als tot de mijne. Ik zeg met name ‘tot uw vertroosting’, daar u mij altijd met een zeer vurige toegenegenheid hebt liefgehad, en het de Heere nu ...