Blauwe bloemetjes in 't koren, Aardig staat gij tusschen 't graan, Maar een plekje gaat verloren, Waar een rijke halm. kan staan. Lieflijk sieraad moogt ge wezen ; Maar, zoo ge al te welig groeit. Zou ik, en met reden, vreezen, Dat ge gauw wordt uitgeroeid.Als de landman in de voren Kostb' ...