Ik keek in de gouden heerlijkheid Van een najaarslaan. Het was of ik goudene deuren wijd Zag openstaan. Het werd mij, toen ik binnenging. Of ik door gouden gewelven liep: Ik aarzelde even, ik ademde diep, Diep van verwondering. Ik voelde mij eerst als een kindje, dat stout Doet wat verboden is ; ...