Als de profeet Jesaja in hoofdstuk 45 de nadruk legt op de Heere als Schepper van de hemel en de aarde, volgt daar die voor zichzelf sprekende uitspraak: Hij heeft ze (de aarde, MA) niet geschapen, dat zij ledig zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou. Het zijn 'maar' tusse ...