De Kruisberg wordt zo stil, zo angstig donker,/ zo zwart als op de dag dat God zei: 'Daar zij licht!'/ Geen licht van zon of maan, geen stergeflonker:/ God slaat Zijn handen voor Zijn lichtend aangezicht./ Nu moet Zijn Zoon, Zijn Eerstgeboorne, sterven,/ En Hij, Die in de donk're nacht geboren we ...