
UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk II. Ik doe de genade Gods niet teniete, vers 21. Men geve er nauwlettend acht op, dat men Gods genade verwerpt, wanneer men wil gerechtvaardigd worden uit de werken der Wet. En wat kan er voor goddeloozer en vreeselijker zonde zijn, zoo vraag ik u, dan het verwerpe ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Het doel der Wet. Vers 19—29. (XII)Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de Wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest, tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden. Vers 23. D ...

UIT DE HISTORIE
Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten Hoofdstuk IV. De vrucht van het Evangelie, dat vrijmaakt van de Wet. Vers 1—7. . . . . . . . . en indien gij een zoon zijt, zoo zijt ge ook een erfg ...

UIT DE HISTORIE
Vervolg vers 6. Ieder christen is dus een echte priester, omdat hij in de eerste plaats zijn natuurlijk verstand en zijn vleeschelijke gezindheid offert en doodt. En vervolgens, omdat hij God de eere geeft wegens het feit, dat Hij rechtvaardig, waarachtig, lankmoedig barmhartig en een Erb ...