
KOHLBRUGGE
XVIII.
Door den Heiligen Geest zijn alle goede werken aanwezig. „Waar de Heere naar Zijn welbehagen Zijn Heiligen Geest over Zijn volk geeft, den Geest der heiligmaking, daar wordt gewandeld onder de leiding des Geestes. Spoedig is ook de vrucht des Geestes aanwezig, zoo ...

KOHLBRUGGE
XVII.
XI. Van de goede werken.
Hel was een zeer belangrijk werk van onze reformatoren, volgens de Schrift te bepalen, wat goede werken zijn. Reeds in tegenstelling met de Roomsche leer, dan ook in tegenstelling met dat, wat de eigenwijze mensch voor goede werken houdt naar zijn m ...

KOHLBRUGGE
XVI.
X. De verhouding tot de Wet.
In het voorafgaande is hier en daar de vraag naar de Wet Gods reeds terloops aangeroerd. Wij houden ons nu in het bijzonder met de groote en belangrijke vraag bezig, wat de juiste verhouding van een christen ten opzichte van de Wet is.
Heeft ...

KOHLBRUGGE
XIV.
Zoo wordt de mensch door God beoordeeld als onder een der beide hoofden staande. Bij het grondeloos bederf van den mensch bleef geen ander middel over, dan dat God iets nieuws schiep, een nieuwen Mensch op aarde deed verschijnen, die aan de gerechtigheid voldeed. Zi ...

KOHLBRUGGE
XIII.
Zoo past de leer van Gods vrije, eeuwige verkiezing der genade geheel in het kader van de leer des heils en der zaligheid, als men haar overeenkomstig het evangelie opvat. Zij stelt den mensch op de plaats waar hij behoort en geeft den moedeloozen geloovige een rij ...

KOHLBRUGGE
X.
De weg Zijner heiligen gaat dikwijls door diepe wateren en door groote aanvechting heen. „Zoo gaat het in het begin van den levensweg, maar ook in den voortgang herhalen zich menigmaal zulke gevoelens van verlorenheid. Soms wel is men alles kwijt, wat men van de liefd ...

KOHLBRUGGE
IX.
De heiligmaking des geestes, die geloofd wordt, is volkomen en zonder vlek, evenals de rechtvaardigmaking. Zij is een scheppende daad Gods. „Wat gered of zalig gemaakt is, dat is niet voor de helft gered of zalig gemaakt, zoodat er voor den mensch nog iets zou overbl ...

KOHLBRUGGE
XII.
VI. De Heiligmaking.
Voor wij echter naar Kohlbrügge luisteren, wat hij onder heiligmaking verstaat, is het noodzakelijk, de verhouding tusschen rechtvaardigmaking en heiligmaking aan te geven. „Dogmatisch is deze vraag in zooverre afgedaan, als men terecht beweert, dat er e ...

KOHLBRUGGE
X.
„Het wachten op den Heere of de hoop, is de andere zijde van het geloof, zoodat, als het geloof als 't ware verdwenen is, de hoop opleeft. Geloof, hoop, liefde, deze drie reiken elkaar steeds de hand en ondersteunen elkaar wederkeerig". (20 Predicaties, gehouden in 18 ...

KOHLBRUGGE
VIII.
Genade is een opvoedende, tuchtigende genade, wekt waarachtige kennis van zonde en maakt hongerig naar haar. Dat noemden de vaderen voorloopende (voorafgaande) genade, en Kohlbrugge zegt : „Er kan geen zaligmakende kennis van de genade aanwezig zijn, want de gronds ...