Bij de kribbe
Nu staan wij om Uw kribbe heen,
o teeder, hulpbehoevend wicht,
o God uit God, o Licht uit Licht,
nu zijt Gij waarlijk onzer een.
Die droefheid kent en met ons lijdt.
Die onder ons als mensch vertoeft.
Die onze felle angsten proeft
en onzer zonden ...