Samuël, een zoon der Wet
153) Vervloekt zij hij bij dag, en vervloekt zij hij bij nacht. Vervloekt, zij hij bij zijn ingang en vervloekt zij hij bij zijn uitgang . . . . . " Samuels stem stokte van afgrijzen. „Als de berg Ebal . . . . " stamelde hij, „maar die moest eindelijk zwijgen ! ...