NIEUWE PSALMBERIJMING
3.
Hieronder volgen nog enige verzen en gedeelten van verzen die stellig geen vooruitgang zijn, vergeleken bij de oude berijming.
Ps. 5 : 13 onber.: Want Gij zegent den rechtvaardige, o HERE, Gij omgeeft hem met welbehagen als met een schild. Oude ber. vs. 12: 't Rechtvaardig volk zult Gij belonen, terwijl Gij, Heer, hen overdekt, hun tot een veilig schild verstrekt. Gij zult goedgunstig hen bekronen, ja, bij hen wonen. Nieuwe ber.: Want Gij vervult wat Gij beloofde. Die vromen met uw zegen dekt: O HEER, uw sterke vrede strekt Tot schild en schutse voor de hoofden Van die geloofden.
De verbetering is voor het minst twijfelachtig.
Ps. 22 : 5b: Buffels van Basan, sterke jonge stieren. Staan om mij heen, die met hun hoge hoornen En bliksemende ogen op mij toornen — Ik ben alleen.
Ps. 22 : 10 ... Die lag vernederd in vernedering. (Fraai? ).
Ps. 34: 6 Maar Gods geducht gelaat Treft alle bozen met zijn vloek.
Ps. 35 : 1 Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil. Ik heb voor u mijn leven veil.
Het laatste staat zeker niet in de tekst.
Ps. 35: 3 Zo zal mijn hart zich voor den HEER vrolijk verhogen tot zijn eer. En al mijn vlees en bloed zal zingen: Dit is nogal kreupel gezegd.
Ps. 73 : 5 Vergeefs was ik mijn handen rein. Zoek zuiver in mijn hart te zijn. De lange dag lijd ik hun plagen. Hun straf moet 'k elke morgen dragen.
Gaat het hier om het plagen en de straf vanwege de goddelozen of juist om hetgeen de dichter van Godswege overkomt?
Ps. 107 : 33, 34 onber.: Hij maakt stromen tot een woestijn en waterbronnen tot een dorstig land; vruchtbaar land tot zouten grond wegens de boosheid van wie daar wonen. 107 : 16b nieuwe ber.: Zout is de nasmaak van Een overmaat van boosheid; De dorst des levens kan omslaan in machteloosheid. Het is wel dichterlijk gezegd, maar is het weergave van wat in de psalm staat?
Ps. 132 : 1 Hoor nog de stem die tot U zweert:
Ps. 135: 5 Grote tekens van zijn eer. (moet zijn: tekenen).
Ps. 139: 2 Gij kent mijn leven woord voor woord (? ).
Ps. 139 : 9 Gij wist hoe het zou verder gaan (fraai? ).
Ps. 141 : 8 Verzamel weer mijn vege leven. (!)
Het voorgaande is wel genoeg om de conclusie te wettigen: deze nieuwe berijming is lang niet in alle opzichten te verkiezen boven de oude berijming. Men heeft vaak niet genoeg met de woorden en zinnen — en met de inhoud — geworsteld om een zo goede en schoon mogelijke weergave te verkrijgen van de onberijmde psalmen. Het is er blijkbaar nogal luchtig en lustig toegegaan op de Pietersberg in Oosterbeek. Tenminste, die indruk krijgt men wel uit sommige gedichten in de bundel „Het Landvolk". Enkele volgen hier: eerst een couplet van: „Psalm 1 vers 1": Begin maar bij het begin: psalm 1 vers 1. Dat is het lied van de twee wegen. Niet een voor allen, nee twee, een brede, een smalle, een goede, een slechte. Niet enkel een rechte weg naar boven voor die geloven, maar ook een kromme weg naar beneden voor die het verdommen. Het lied van de wegen is kiezen of delen, begin er maar mee.
Het ontbreekt deze dichters niet aan zelfingenomenheid, zie een vers van: „Het witte huis": Geliefden, leest en luistert, hoort wat uw dichter zegt, gelooft in wat hij fluistert. — Gij mensen recht en slecht, die met ons samenwonen in één lichaam gelijk: Vrede! — Zie wij zijn zonen van het hemelse rijk.
Bij hun werk vergeleken heeft wat anderen gedaan hebben geen betekenis. Uit „Laus Deo": Eet deze vruchten die wij blij u bieden. En laat de appeltjes der Hasperiden Rustig verdrogen bij de kruidenier.
Het levenswerk van ds. Hasper wordt dus verwezen naar de kruidenier.
Als laatste dit uit „Vocalise": de waarde hoorders, eerwaarde herders en stichtelijke gestichten verstaan geen scherts meer, alleen de zwaartillend-hoogdravende echo van knarsende weerhanentaal: dat bijgehouden moet worden bundel en boek. Hef dan uw stem op en stamel, zet dan een keel op en kakel, stoot in uw strot het gestotter van beter bedoelen, ten bate van de menigte eerlijke meningsvorming. Wat is er goed bedoeld en wat is er eerlijk gemeend? De gemeente!
Voor zover men uit dit gestotter wijs kan worden is de bedoeling: wanneer iemand op ons werk kritiek durft oefenen wordt hij onmiddellijk gerekend tot hen, die geen scherts verstaan, alleen maar de zwaartillend-hoogdravende echo van knarsende weerhanentaal. Dat weten we dus.
Intussen zijn wij nog in het geheel niet overtuigd van de voortreffelljkheid van deze Proeve. Zal het ooit tot invoering komen, dan mag er tevoren wel duchtig aan geschaafd en verbeterd worden, ja, verschillende psalmen zullen opnieuw berijmd moeten worden. Het beste is immers voor het doel: de Kerk een nieuw Psalmboek te geven, nauwelijks goed genoeg.
Te denken is ook aan de mogelijkheid (als in 1773) een keus te maken niet alleen uit de Proeve, maar ook uit andere berijmingen die in de laatste tijd verschenen zijn b.v. die van ds. L. W. Muns, van drs. Joh. Luijkenaar Francken en wellicht, als hij daarvoor nog te vinden is, van ds. Hasper. Er is geen enkele reden om aan te nemen, dat de dichters van de Proeve het alleen kunnen. Het is zelfs de vraag of dichters de meest aangewezen personen zijn voor het berijmen van psalmen. Belangrijker toch dan de vorm is de inhoud. Wat dichterlijk is behoeft nog niet goed te zijn in een berijming. Het is ook niet de bedoeling van een psalmberijming een bijdrage te leveren aan de vaderlandse letterkunde. Als de berijming van een psalm dichterlijk is dan is dat winst, maar het is niet het belangrijkste. Het gaat in de eerste plaats om een berijming die Schriftgetrouw is, zuiver van taal, eenvoudig en duidelijk, goed te zingen en te leren. Zover is de Proeve nog niet, al zijn er goede verzen aan te wijzen.
Grote haast bij de invoering van een nieuwe psalmberijming is er niet. Men krijgt echt niet de indruk dat de gemeente erom zit te springen; de belangstelling ervoor is eigenlijk maar zeer matig. Laat men rustig de tijd nemen om te overwegen en te schiften en uit verschillende berijmingen de bestgeslaagde psalmen kiezen, net zo lang tot een bevredigend geheel verkregen is.
In „De Waarheidsvriend" van 26 febr. 1959 heeft de Kroniekschrijver gewezen op het gevaar van de manier, waarop tegenwoordig het nieuwe in onze Kerk wordt geïntroduceerd. Men voert niet in maar biedt aan. Zo het Kerkboek in 1938, zo de Nieuwe Bijbelvertaling in 1951. Langs lijnen van geleidelijkheid wordt het nieuwe in gebruik genomen, de oude bundels worden niet meer herdrukt en langzamerhand weet men niet beter of de bundel van 1938 is het officiële Kerkboek. Zonder dat het ooit officieel is ingevoerd. We zouden niet graag zien, dat het met een nieuwe Psalmberijming ook zo zou gaan. Het is eigenlijk de Kerk onwaardig.
(Rotterdam)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's