Bewaken bij het heil
De gemeente leiden op de weg van het Koninkrijk (2, slot, tucht)
Als een ambtsdrager of een gemeentelid gedrag vertoont dat niet overeenkomt met de eer van God en hij daar niet mee kan breken, moet er tucht geoefend worden. Het doel is echter hetzelfde als bij opzicht: tot redding en tot eer van God.
Soms loopt het met het opzicht niet goed. Dan blijkt het niet gewerkt te hebben of niet goed te werken. Een ambtsdrager of een gemeentelid heeft misschien zelfs schade toegebracht aan een broeder of zuster. Mogelijk heeft hij het werk in Gods Koninkrijk door zijn gedrag ernstig belemmerd of in diskrediet gebracht. De kerkenraad begrijpt dat er tucht geoefend moet worden.
Bijzonder opzicht
Eigenlijk is tucht een verbijzondering van het opzicht. Het heeft hetzelfde doel, namelijk: de gemeente bewaken bij het heil van God. Het is zeker niet de bedoeling om mensen van Gods heil te weren. Zelfs bij een extreem ernstige situatie schrijft Paulus aan de Korinthiërs dat hij al besloten heeft een gemeentelid aan de satan over te geven, opdat de geest behouden zal worden op de dag van Jezus Christus (1 Kor.5:5).
In dit geval gaat het om een ernstige zonde van tegennatuurlijke seksualiteit of om ongeoorloofde verhoudingen in een soort samenlevingsverband tussen mensen. Er is iemand die de vrouw van zijn vader als partner genomen heeft. Paulus schrijft dat zelfs de heidenen zulk gedrag niet toelaten. In dat geval is er dus sprake van oneer, die over de gemeente wordt uitgestort. Heidenen zullen zich verhinderd voelen om zich aan te sluiten bij Gods gemeente als ze begrijpen wat zich in de gemeente van Christus afspeelt. Zulk gedrag kan niet getolereerd worden. Paulus grijpt in en doet de boze uit het midden van de gemeente weg. Maar hij doet dat niet zonder te hopen op de barmhartigheid van Jezus Christus. Misschien kan de tuchtprocedure de man tot het besef brengen waar hij mee bezig is en tot boetvaardigheid en bekering leiden. Dan wordt het voorbeeld uiteindelijk juist een zichtbaar bewijs van vergeving en genade.
Tuchtsituatie
Het opzicht en de tucht over de gemeente liggen bij het consistorie, de vergadering van ouderlingen en predikant(en). Zij kunnen – als uit het gewone opzicht blijkt dat er een situatie ontstaan is in de gemeente waarbij gemeenteleden de gang van het kerkelijk leven ondergraven – concluderen dat het opzicht is overgegaan in een tuchtsituatie.
De broeders zullen dan naar bevind van zaken moeten handelen. Ze zullen ongetwijfeld in gesprek gaan met het gemeentelid en met allen die bij de zaak be-trokken zijn. De broeders zullen aandringen op het stoppen van het verkeerde gedrag of het herzien van de ketterse gedachte. De ouderlingen zullen proberen met het gemeentelid te bidden en voor Gods aangezicht te treden. Ze zullen geduld hebben en liefde betonen.
Advies
Er kan een moment komen waarop ze moeten zeggen dat dit niet langer kan en dat ze niet langer meer op een waardige manier met elkaar de tafel des Heeren kunnen delen. Uit dit besluit zal dan blijken hoe ernstig de fouten of dwalingen volgens de kerkenraad zijn. Het is duidelijk dat de broeders dit met grote behoedzaamheid en voorzichtigheid dienen te doen. Ze kunnen ook advies vragen bij de classis. De classis heeft hiervoor een speciaal college, het classicaal college voor het opzicht (CCO). Zij zullen advies geven over de opzichtzaak.
Het is natuurlijk verstandig naar dat advies te luisteren. Het gaat immers om een college dat meer ervaring heeft in dit soort zaken. Daarnaast is dit college samengesteld uit personen die tijdens de uitoefening van hun ambt blijk hebben gegeven van wijze zachtmoedigheid en ambtelijke standvastigheid. Overigens zal een goed consistorie altijd proberen om het opzicht over de gemeente zo te voeren dat een tuchtzaak niet nodig hoeft te zijn.
Eigen rechter
Het opzicht over de ambtsdragers kan het consistorie natuurlijk niet zelf behartigen. Dan zou je je eigen rechter zijn. Daarom valt het opzicht over de ambtsdragers altijd onder de classis, en in de praktijk bij het al zojuist genoemde classicaal college voor het opzicht. In dit college heeft de classis een aantal ambtsdragers benoemd met ruime ervaring in de kerk. Verschillende van hen hebben een juridische achtergrond. Het college bestaat uit predikanten en ouderlingen. Dit college buigt zich over zaken die hem worden voorgelegd. Het opzicht betreft altijd ambtsdragers, omdat het college over gewone leden slechts adviezen uitbrengt.
Kerk onwaardig
Het opzicht gaat over veel verschillende zaken. Helaas komen er ook onder ambtsdragers ernstige zaken voor. Te denken valt aan verstoorde verhoudingen in de kerkenraad, die langzaam maar zeker uit de hand lopen en tot zondige liefdeloosheid leiden. Ook het niet getrouw verrichten van de ambtelijke werkzaamheden kan een reden zijn om een bezwaar tegen hen in te dienen. Helaas moet er ook gedacht worden aan grensoverschrijdend gedrag van ambtsdragers in hun pastoraat, of aan predikanten die er gedrag op nahouden waardoor ze niet meer met ere de kerk kunnen dienen. Soms vindt er ook opzicht plaats over een hele kerkenraad, omdat – naar de mening van gemeenteleden – de kerkenraad broeders en zusters die voor hen werken op een onheuse manier hebben behandeld, waardoor die gemeenteleden schade hebben opgelopen. Het zijn zaken die de kerk onwaardig zijn, maar die helaas, omdat de kerk door Gods genade uit alleen zondaren bestaat, toch gebeuren; niet vaak in een gemeente, maar toch regelmatig in de hele classis.
Spoor van Christus
Ieder gemeentelid is in principe gerechtigd om opzicht en eventueel daaruit voortvloeiende tucht te vragen over hun (gekozen) ambtsdragers. Dat dient in principe via de eigen kerkenraad te gaan. De kerkenraad hoort immers in zijn eigen vergadering eventueel verkeerd gedrag of misverstanden over het gedrag op te lossen, zodat het gemeentelid of de gemeenteleden die om het opzicht hebben gevraagd, hun bezwaar kunnen terugnemen. Uiteraard is dat laatste de bedoeling en het meest gewenst.
Wanneer er echt sprake is van laakbaar handelen, kunnen de ambtsdragers, als ze het bezwaar erkennen, hun schuld en fout belijden en kan de zaak zo opgelost en vergeven worden. Dat is immers de bedoeling van opzicht en tucht. Het gaat er niet om mensen te straffen; het gaat erom mensen in het spoor van Christus terug te brengen. Hoe spoediger broeders en zusters daarvan overtuigd zijn, hoe beter dat is. Maar bij ernstig onwaardig gedrag van de ambtsdrager, zal er opzicht en tucht moeten plaatsvinden en stuurt de kerkenraad of het gemeentelid het bezwaar op naar het CCO.
Twee partijen
Het CCO zal de zaak dan moeten gaan onderzoeken. Helaas blijkt het dat een klacht die aan het CCO wordt voorgelegd, lang niet altijd uit de liefde van Christus voortkomt. Vaak zijn er twee partijen die tegenover elkaar staan. Een van de twee partijen is moedeloos geworden en ten gevolge van harde en grove woorden – die zo in Gods gemeente niet gesproken horen te worden – is een bezwaar ingediend tegen ambtsdragers van de andere partij. Partijschap hoort er in Gods gemeente niet te zijn. Dat is sowieso reden tot opzicht en vermaan.
Het is altijd geboden die partijschap te erkennen en er schuld over uit te spreken. Maar dat is een tweezijdige zaak in een kerkenraad of delen van de kerkenraad, of tussen kerkenraad en gemeente(leden). Het blijkt vaak dat men het erg moeilijk vindt om de eigen schuld in een kwestie te erkennen. Het opzicht van het CCO is in eerste instantie gericht op het verhelderen van de zaak en het zoeken van verzoening. Het werk van het college voor het opzicht is daarom een uitgesproken christelijk en ambtelijk werk, dat door het college met waardigheid en geloof wordt gedaan, gehoorzaam aan de Heere der kerk.
Levenslang
Er zijn helaas ook gebeurtenissen waarbij blijkt dat ambtsdragers in de gemeente van Christus grote zonden hebben begaan. Dan zal er straf moeten volgen, bijvoorbeeld een berisping, en soms zelfs ontheffing uit het ambt voor kortere of langere tijd. Sinds de novembersynode van 2022 kan ontheffing zelfs voor het leven zijn. De colleges voor het opzicht kunnen sindsdien namelijk besluiten om een predikant levenslang de toegang tot het ambt te ontzeggen, mits er sprake is van zeer ernstige zonde en ongeschiktheid van een predikant. Dat is niet om broeders of zusters kwaad te doen, maar het is om hen en alle leden van de kerk ervan te overtuigen dat het dienen van Christus waardig, heilig en met geloof dient te geschieden. Het werk in Christus’ wijngaard is een schitterend werk waar Hij zondaren voor heeft uitgekozen. Die zondaren dienen echter wel op de weg van het heil te wandelen. Ze zullen die weg van het heil naar Christus’ voorbeeld hebben te gaan, zodat het opzicht over de hele kudde heilzaam en tot stichting zal zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's