Gods protest tegen ons
De kerk is te veel met zichzelf bezig, gericht op zelfbehoud
‘Hervormingsdag is een heerlijke dag voor protestanten. Het is een dag van ons protest. Protest tegen secularisatie en het katholieke, protest tegen de verwording van de moderne mens. Geloof en moraal verdwijnen in onze cultuur, en wij protesteren daartegen.’
Zo sprak Dietrich Bonhoeffer in een preek op Hervormingsdag/ReformationsTag, in 1932 in Berlijn. In Duitsland was/is Hervormingsdag een groots feest: de Duitse taal werd gevierd, de protestantse cultuur, het Duitse volk, de muzikale traditie. Men vierde zichzelf. In die tijd, 1932, gebeurde een soort zelfvertrouwen in de kerk. De Eerste Wereldoorlog was doorstaan, men hoopte pastor te worden voor het Duitse Volk en de man met de snor had beloofd dat de kerk in zijn Reich een pronte plek zou krijgen. En dus: Fanfare, de Posaunen koren, de kinderen die Lutherliederen zingen. Ein feste Burg ist unser Gott (Een vaste burcht is onze God).
Zwak
En dan preekt Bonhoeffer, over Openbaring 2:4. ‘Maar Ik heb tegen u.’ Hervormingsdag is niet ons protest tegen de wereld, zegt hij, maar Gods protest tegen ons. Wij maken van deze dagen zo’n vertoning, zegt hij, omdat daaronder angst zit, de stervensangst van de kerk. Wij voelen dat er deining in de tijd zit, (het is 1932), en wij vrezen de confrontatie met God, wij vermoeden dat God protesteert tegen ons, over hoe wij nu zijn als kerk. En daarom, om dat te overstemmen en te ontlopen, maken we zoveel lawaai.
Wat is Gods protest? De eerste liefde, die hebben jullie verlaten. Daarom zijn jullie zo zwak. Je zegt dat de tijden zwaar zijn, je ziet geweld en haat, en je wordt cynisch en bang. Maar dit is niet de tijd voor de kerk om gelaten te zijn, zegt Bonhoeffer. En dan komt een verwijt aan de Duitse Kerk in 1932, de kerk die massaal Hitler zou volgen, de kerk die Bonhoeffer liefhad en diende.
Verwijt
Dit is het verwijt: Du solltest brennen und du bist kalt (Je zou vurig moeten zijn, maar je bent koud), du solltest wachen und du bist träg (je zou moeten waken maar je bent traag), du solltest hungern und du bist satt (je zou hongerig moeten zijn maar je bent verzadigd en lui), du solltest glauben und du hast Angst (je zou geloof moeten hebben, maar je hebt angst), du solltest hoffen und du greifst nach der Macht (je zou hoop moeten hebben maar je grijpt naar de macht).
Er zouden wonderen in jullie midden moeten gebeuren maar jullie kunnen niet eens het alledaagse. Je bent als kerk gericht op zelfbehoud, je zoekt een plek in deze wereld, want je wilt relevant zijn of juist vooral zo zuiver, iedereen op hygiënische afstand houdend, want je zou eens onrein worden door deze melaatse tijd, en in allebei vooral bezig met jezelf. Zowel de modieuze kerk als de zuivere kerk is bezig met zichzelf. Hervormingsdag herinnert ons aan hoe diep wij gevallen zijn. Deze dag is niet ons protest tegen de cultuur, tegen anderen, het is Gods protest tegen ons. ‘Maar Ik heb tegen u.’
Zelfkritiek en zelfkennis
Reformatieherdenkingen zijn eigenlijk heel bijzondere herdenkingen: dat wij niet onszelf vieren, maar dat wij ons door God laten bekritiseren, dat wij ons laten bevragen over de eerste liefde, tot God en de naaste, dat wij onszelf, als kerk en persoonlijk, durven laten screenen. Dat zou nederige mensen kunnen voortbrengen, die diep beseffen dat wij persoonlijk en als kerk onaf zijn, dat ik fouten maak en zonde doe. In onze tijd waarin zovele morele zelfverheffing is, zoveel blaming van anderen, zoveel zekere, harde woorden, is zelfkritiek en zelfkennis een verademing. ‘Toen onze Heer en Meester Jezus Christus zei: ‘Doe boete’, bedoelde Hij dat het hele leven van gelovigen boetedoening is (stelling 1). Een van de vruchten van de doorwerking van het protestantisme is het vermogen tot zelfkritiek. Een vitale traditie kun je herkennen in het beoefenen en stimuleren van zelfkritiek. Een vitale traditie cancelt niet, maar nodigt anderen uit om te zeggen wat ze zien, want misschien zien zij scherper dan wijzelf waarin wij onaf zijn.
De preek
Zo’n preek van Bonhoeffer is typisch protestants. In de Reformatie veranderde de functie van de preek. Ze is niet langer toeleiding tot het sacrament, maar zelf sacramenteel. In de preek wil de omgang met God zelf gebeuren, met alle dynamiek die er tussen God en mens is, en die dus in de preek terugkomt. Soms een gevecht, tegenspraak, een botsing, maar ook een liefdesspel, zei Van Ruler, een dralen en terugdeinzen, en dan jezelf geven en momenten dat wij rusten in het veilige besef van Gods benevolentia naar ons betoond in Jezus Christus, Gods wel willendheid.
In de preek komt dat allemaal op je af, komt het zo dichtbij, word je daarin binnengeleid. De mystiek bevindelijke dimensie van de preek, dát is klassiek gereformeerd. Dat God doorzet, dat God er Zelf aan te pas komt, dat Hij doorzet in onze levens. De reformatorische traditie is theocentrisch: Gods doorzettende kracht in het verbond, in de verkiezing, in de geschiedenis, in Zijn werking in ons leven, daar rust een gelovige in. Zo’n traditie kan gelukkige en vrije mensen voortbrengen.
Midden in deze wereld
Maar dat is niet het enige, het individueel-bevindelijke. Prof. Heiko Oberman, de grote Lutherkenner, benadrukte een aanvullend aspect. Hij zei: Het eigene van de reformatorische liturgie is dat het zich niet terugtrekt in een schuilplaats, als een escaperoom, dat de kerk een sacrale plek wordt, ver van het rumoer van de wereld. Nee, de dienst vindt plaats midden in deze wereld, dat is de protestantse vernieuwing, zei Oberman.
De wereld is Gods schepping en de mensen zijn schepselen, met hun noden en met Gods beloften, en de protestante liturgie gebeurt daar midden in. ‘De schepping wacht zuchtend op het openbaar worden van de kinderen Gods’, en door de preek wil dat gebeuren, dat kinderen van God ontdekt worden, opstaan, en dat er dus voor de zuchtende wereld om je heen mensen van God zijn, op wie je kunt rekenen, vredestichters, liefhebbers van recht, genadige mensen, levend vanuit verzoening. Daarom noemt Oberman de preek in de protestantse traditie apokalyptisch: openbarend.
Zichtbaar teken
De Franse socioloog en theoloog Jacques Ellul zei: ‘Jullie zijn het zout van deze wereld, zegt Jezus. Dat duidt op het verbond, zout is teken van het verbond. Christenen zijn voor de mensen, en in de geestelijke werkelijkheid, een zichtbaar teken van het nieuwe verbond dat God in Jezus Christus heeft gesloten met deze wereld. Christenen moeten echt dit teken zijn, dat wil zeggen, ze moeten in hun leven en woorden dit verbond zichtbaar maken voor de ogen van de mensen. Zonder dat voelt de aarde zich beroofd van verbond, van verbinding, en weet ze niet meer waar ze heengaat.’
Dit is voor ons, nu. Onze wereld voelt beroofd van verbinding, van onderlinge verbinding, van verbond met God. De schepping zucht onder ons, het bloed schreeuwt van de aarde, en de leegte ademt in onze nek. Zoveel jonge mensen weten niet waarom ze leven, en er zijn zoveel ouderen, vermoeid en blasé door hun welvaart. En christenen leven daar midden in als teken van het verbond, ontdekt als kinderen van God waar je wat aan hebt.
Tot slot: ik heb dit niet, ik word net zo uit elkaar getrokken als menig tijdgenoot. Daarom ga ik naar de kerk. Christenzijn in tijden van crisis is niet een soort powerplay: ‘Nu in deze crisis zullen wij eens laten zien wat het betekent om christen te zijn.’ Daar zit te veel zelfvertrouwen in, en dat is meestal een voorstadium van de hoogmoed.
Luther, een bange man
De Deense dichter en dominee Kaj Munk heeft Luther getypeerd als een bange man. Als de kat op de gang tegen de muur krabde, dan rilde de monnik Luther al omdat hij dacht dat het de duivel was. En dat, zegt Kaj Munk, dat was zijn grootheid, dat hij bang was. God had een bange man nodig. Hij had geen fanaticus nodig, want dan had iedereen gedacht: die staat daar te genieten van zijn eigen kracht en zijn eigen dwarsigheid.
Maar omdat iedereen wist hoe groot Luthers angsten waren, begreep men dat hij een God gevonden had Die sterker was dan die angst. En hun eigen angsten zagen ze in hem. Daar stond iemand en die stond daar liever niet. Maar: God had hem nodig, en God was hem geopenbaard.
Kierkegaard zei iets vergelijkbaars toen hij Luther een zieke man noemde. Luther is voor de kerk een heel belangrijke zieke. De humanist en de fundamentalist zijn niet ziek, maar zij zijn zeker en zelfgenoegzaam. Luther was ziek, ziek van zelfverwijt en angst voor God, ziek van het duister en dus kon juist hij de genezende werking van Gods Evangelie ondergaan en laten zien. In het Evangelie zijn het vooral de bezetenen, de zieken en de uitgestotenen die Jezus herkennen.
Aanvechting
Dat heeft bij Luther ook alles te maken met de heilzame werking van de aanvechting. Zo komen we tot Godskennis, volgens Luther, door te leven, door te sterven, door verdoemd te zijn, door ervaringen op te doen in deze wereld, met jezelf, met de machten, door in de touwen te hangen en niets meer te weten en te kunnen en willen, aangevochten worden. Is dat niet iets wat we onze tijdgenoten aanbieden: dat we in de gedeelde aanvechting tot God gaan, dat we de spanning niet opheffen of negeren maar erin gaan staan en ermee naar God gaan. Dat is de bijdrage van het protestantisme aan de wereldkerk: dat we in de spanning durven staan: van wet en Evangelie, van cultuur en kerk, van Gods linkerhand en Zijn rechterhand, van de verborgen God en de openbare God.
De profetie is, denk ik, bijna altijd vrucht van deze spanning, van mensen die in deze aanvechting durven staan en er smekend en soms stampvoetend mee naar God gaan. Zoals Luther deed. Profetie is de vrijmoedigheid van bange mensen die moed krijgen door Gods Geest. Geve God mensen die opnieuw richting geven aan de kerk en ons volk en die de brandwonden van de tijd kunnen verzorgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's