Tijdelijk, eeuwig
Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig. Jesaja 40:8
De laatste zondag van het kerkelijk jaar – begin deze week – wordt vaak aangeduid met Eeuwigheidszondag. Mensen van de tijd worden stilgezet bij het feit dat we voor de eeuwigheid geschapen zijn. Dat zet het noemen van de namen van overledenen, zoals dat op deze zondag gebeurde, in een bepaald licht. Wij vallen af als een bloem, maar God – en daarmee zijn Woord – bestaan voor eeuwig.
Jesaja vergelijkt mensen niet met grote, sterke bomen, met rotsen en met burchten, maar met het gras en met een bloem. In het voorgaande vers zegt hij: ‘Alle vlees is gras en al zijn goedertierenheid als een bloem op het veld.’ Vlees zegt allereerst dat we zwak zijn, broos en kwetsbaar.
Nu wordt in dat ‘alle vlees’ niet alleen onze kwetsbaarheid, maar juist ook onze zondige verdorvenheid aangeduid. Denk aan wat Paulus zegt: ‘Het bedenken van het vlees is vijandschap tegen God.’ (Rom. 8:7)
Naar Babel weggevoerd
Door de zonde verdort ons leven als gras. Ons leven verwelkt als een bloem. Dat is het directe gevolg van het feit dat de mens de dood over zich heeft afgeroepen. En om het nog wat verder toe te spitsen: dit gedeelte is door Jesaja geschreven tegen de achtergrond van de ballingschap. Dat gras dat verdort en de bloem die afvalt, is beeld van het volk Israël. Het volk wordt weggevoerd naar Babel. Het land is één grote puinhoop. Zelfs de tempel, het huis van God, ligt in puin. Tel daar alle slachtoffers bij die omkwamen tijdens de belegering van Jeruzalem. Denk aan hen die stierven tijdens de barre tocht naar Babel. Gras dat verdort, een bloem die afvalt. Het is het gevolg van de ongehoorzaamheid van het volk.
Ernst van het leven
Verderop in zijn profetie gebruikt Jesaja het beeld van het blad dat afvalt. ‘Wij allen vallen af als een blad en onze misdaden voeren ons weg als de wind.’ (Jes.64:6) Ds. J.J. van Oosterzee (1817-1882) verwoordde het in een gedicht zo:
De dood heeft mij een brief geschreven.
Ik las hem op het dorre blad,
dat, door de stormwind voortgedreven,
op ’t vensterglas had postgevat.
In de vermenigvuldiging van de beelden dringt de ernst van het leven zich aan ons op. Nee, niet om ons terug te werpen op onszelf. Gelukkig niet. De profeet gaat verder: ‘...maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig.’
De dood, hoe ernstig en indringend ook, mag niet het laatste woord hebben. God, Die het eerste Woord heeft, heeft ook het laatste woord: ‘Maar het Woord van de Heere.’ Tegenover onze zonde zet Hij het Zijne. Een Woord om op ons in te laten werken. Anders blijven we hangen in onze zorgen, onze zonden, onze verlorenheid en onze schuld.
Geef de eeuwige God het Woord, als Hij spreekt. Uit Zijn mond komen geen loze woorden die verwaaien met de wind. Zelfs de hitte van de woestijn verdampt dat Woord niet. Het blijft. Het biedt houvast, wanneer alles in je leven wankelt. Het biedt troost.
Om Jezus’ wil
Het boek van God is niet dichtgegaan toen de tempel werd verwoest. Met het beëindigen van de tempeldienst zijn Gods beloften niet ongeldig verklaard. Het Woord klonk en het zal klinken. Het wordt gezaaid als het zaad van de wedergeboorte, zodat het ontkiemt en vrucht voortbrengt voor God, om Jezus’ wil. Hij Die het Woord is dat vlees werd. Hij werd als gras dat verdort, als een bloem die afvalt.
Let wel op het verschil met ons. Hij is het Woord van God dat eeuwig standhoudt. ‘En zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is. In dit Woord was het leven en het leven was het licht van de mensen.’ (Joh.1:3,4)
Er is dus alle reden om Jezus Christus als het vleesgeworden Woord serieus te nemen. Hij zegt het zelf: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was Hij gestorven.’ (Joh.11:25)
De dood heeft ons een brief geschreven
Wanneer je die brief leert lezen bij het licht van het
Woord, blijft de reactie niet uit:
En ’k schreef terug:
‘Dank, schrik’bre Koning!
dat U Uw moede onderdaan
bij ’t naadren van zijn laatste woning
een kalme blik vooruit doet slaan.
Ik hoor het ruisen van Uw voeten,
maar ’k sidder voor Uw aanblik niet.
’k Mag als Bevrijder U begroeten,
die mij voor onrust ruste biedt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's