De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leren schilderen

Bekijk het origineel

Leren schilderen

Theologiestudie als herdersopleiding (1)

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

De theologiestudie is ook een opleiding in de beeldende kunst. Paulus schrijft aan de Galaten dat hij Jezus Christus voor hun ogen heeft geschilderd alsof Hij onder hen gekruisigd was. Zo moet er volgens Calvijn worden gepreekt: opdat Christus wordt ervaren en Zijn bloed drupt.

‘ Wat zijn de theologische scholen anders dan kweekvijvers van herders?’ Deze retorische vraag stelt Johannes Calvijn in zijn commentaar op 1 Timotheüs 3:1, waar Paulus schrijft: ‘als iemand verlangen heeft naar het ambt van opziener, begeert hij een voortreffelijk werk’. Die begeerte moet dan wel voortkomen uit een verlangen om de gemeente op te bouwen. Ze moet niet gericht zijn op eigen eer. ‘Als het helemaal onwettig zou zijn om te verlangen naar het ambt van leraar, waarom zouden degenen die zich erop voorbereiden door te leren, hun hele jeugd doorbrengen met het lezen van de Heilige Schrift?’ Theologiestudenten mogen verlangen naar het ambt. Sterker nog: zij moeten er helemaal voor gaan en zichzelf als een vrijwillig offer aan God toewijden.

Het is opvallend hoe vaak de Reformatie het bijbelse beeld van de herder en de kudde gebruikt voor de relatie tussen de dienaren van het Woord en de gemeenten. In dit artikel bespreek ik één aspect: de herder herinnert de gemeente aan de verbondsrelatie met God.

Verkeerde grondhouding

Je leest er gemakkelijk overheen: ‘de kudde van G o d ’, maar dat is wel de kern van het beeld van de Herder en de kudde. Het verschil met de huurling is dat de schapen het eigendom zijn van de Herder. Het beeld van de herder en de kudde staat in het Oude Testament voor de relatie tussen God en Israël, en in het Nieuwe Testament voor de relatie tussen Christus en de gemeente. Jesaja zegt: ‘Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden: Hij zal de lammetjes in Zijn armen bijeenbrengen en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.’ (40:11)

Ook als er sprake is van mensen die als herders fungeren, blijft de kudde Gods eigendom. Dominees praten te gemakkelijk over ‘mijn’ (eerste) gemeente... Daarmee verraad je een verkeerde grondhouding. ‘Daarom, zo zegt de Heere, de God van Israël, van de herders die Mijn volk weiden: Ú hebt Mijn schapen overal verspreid en verdreven, en u hebt niet naar ze omgezien.’ (Jer.23:2)

De relatie tussen God en Zijn volk kun je het beste omschrijven als een verbondsrelatie. Die relatie is gefundeerd op Gods verbondsbelofte en -claim: ‘Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis geleid heeft.’ (Ex.20:2) Deze belofte en claim vragen om de gelovige belijdenis, zoals de psalmen dat verwoorden: ‘Want Hij is onze God en wij zijn het volk van Zijn weide en de schapen van Zijn hand.’ (Ps.95:7) ‘Erken het: de Heer is God, Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe, Zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.’ (Ps.100:3, NBV)

Kudderen

In het Nieuwe Testament is Jezus de Messias Die de verloren schapen van het huis van Israël vergadert. Hij is de goede Herder Die Zijn leven geeft voor de schapen die de Vader aan Hem gegeven heeft. ‘Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend.’ (Joh.10:14) Dat het hier ook om die verbondsrelatie gaat, blijkt bijvoorbeeld uit Hebreeën 13:20: ‘De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, onze Heere Jezus Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige verbond.’ Dat is het nieuwe verbond dat Hij Zelf noemt als Hij Zijn discipelen de drinkbeker van de dankzegging aanreikt. Paulus moedigt de oudsten van Efeze aan om te letten op zichzelf ‘en op heel de kudde (...) om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed’ (Hand.20:28). De herders moeten vooral beseffen van Wie die kudde is en welke prijs daarvoor betaald is.

Daarbij krijgen zij de opdracht om plaatsvervangend voor de kudde van God te zorgen. Het is hun taak om voor het voedsel te zorgen en geestelijk leiding te geven aan de kudde. In onze taal onderscheiden we tussen herder en kudde, maar bij Petrus klinkt het in het Grieks als: ‘de kudde moet je kudderen als een kudderaar.’ Dat betekent toch vooral zorgen voor goed voedsel. Theologie studeren is voedsel verzamelen om het later uit te delen.

Bescheiden

Het doorgeven van Gods Woord is ook een oefening in creativiteit. Calvijn schrijft dat de Heilige Geest Zich heeft ingehouden bij de inspiratie van de Bijbel, zodat er voor de herders ook nog wat werk overblijft.

Dat is vrij vertaald. Hij schrijft letterlijk dat de Schrift ons niet gegeven is om de stemmen van herders te laten zwijgen. ‘Want Gods Geest, Die de schriften der profeten en apostelen heeft ingegeven, is zo bescheiden (gematigd), dat Hij niets wilde afdoen van de orde, die Hij Zelf ingesteld heeft.’ Die orde is het werk van de herders. De Heilige Geest wil herders gebruiken om voort te borduren op de Schrift. De Bijbel is een boek dat vraagt om uitleg en toepassing. Dat is het mooiste werk dat er is. Omdat de Bijbel bescheiden is, mogen wij vrijmoedig zijn. Als Paulus aan de Galaten schrijft dat hij Jezus Christus voor hun ogen heeft geschilderd alsof Hij onder hen gekruisigd was, merkt Calvijn op ‘dat het werkelijk zien van Christus’ dood hen niet dieper had kunnen raken dan zijn eigen prediking’. ‘Zij die de bediening van het Evangelie op de juiste wijze willen uitvoeren, moeten niet alleen leren om te spreken en te declameren, maar ook om door te dringen in de gewetens, opdat de gekruisigde Christus door hen ervaren wordt en Zijn bloed drupt.’ Als de kerk zulke schilders heeft, heeft zij geen dode beelden van hout en steen meer nodig. De theologiestudie is daarom ook een opleiding in de beeldende kunst.


Jezelf vullen met kennis

Waarom zou je theologie studeren? Waar doe je het voor? Drie adviezen.

1 Denk groot: heilshistorisch en wereldwijd. Jezus heeft gezegd: ‘Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder’ ( Joh.10:16). Daar mag je dan een klein onderdeel van zijn.

2 Verwonder je over de genade van God – ‘Ik ben de Heere, uw God’ – je bent niet van jezelf, maar van Hem. De hele kudde is van Hem. Jezus is de goede Herder, je mag weten van Zijn zorg, je mag Hem dienen.

3 Span je in om je zo goed mogelijk voor te bereiden op je taak in Gods Koninkrijk. Zie alles wat je doet en leert weer in dat perspectief. Augustinus zei het al: ‘ik voed jullie met datgene waarmee ik gevoed word.’ Zie de studie als een kans om je te verdiepen in de Bijbel, in het Hebreeuws en het Grieks, in de exegese, in de kerkgeschiedenis en in de dogmatiek. Drink het in. Zuig het op. Je moet jezelf vullen met kennis van het Woord en van de geloofsleer om het aan anderen uit te kunnen delen. God is trouw aan Zijn verbond en daarom mogen wij ook trouw zijn aan Hem in Zijn dienst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Leren schilderen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's