Gij weet, dat de melaatschen onder Israël als onreinen buiten de samenleving werden gebannen. Maar tevens waren zij buiten Jehovah's voorhoven gesloten. Wanneer de tempelgangers hun reislied aanhieven: ,,Ik zal met vreugd in 't huis des Heeren gaan !" — dan schrijnde in de ziel van een melaatsche ...