Ik at Uw vleesch, ik dronk Uw bloed, O, heerlijk heil, o zalig zoet: Gij gaaft U-zelf te smaken Daar drong een vuur door de ijskorst heen; ontroering voer door merg en been en deed mijn binnenst blaken. Verlosser, Midlaar, Vredevorst, ja, 't hart, dat naar Uw liefde dorst, wilt Ge overvl ...