Gelijk, o groote zon, de bloemen dezer hoven 's Morgens te wachten staan op 't rijzen van uw gloed. En, als uw schijnsel komt, dien lichtglans van hier boven In 't hart ontvangen, dat zich voor u opendoet,En bloeien naar uw wil, en met hun schoon u loven, U, die hun schoonheid zijt, en God ...