< Al rui& en alle wouden, < Al bruist fiet wilde meer, c4l beeft fiet al aan donder, < Al straalt de bliksem neer - 'Mijn fuut blijft zander mrezen in Zijn wezen.'{('et kan an& niet oerseïïrikken, cAl mat M» buiten woelt, ' Wanneer men maar aan binnen T> e seüaanste rus ...