HET VERBOND GODS
VII.
Een nieuw Verbond.
Ziet de dagen komen, spreekt de Heere, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw Verbond zal maken.
Niet naar het Verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hunne hand aangreep, om hen uit Egyptela ...
HET VERBOND GODS
VI.
Het ligt dus voor de hand, dat de beteekenis van de Wet in het licht van het verbond met Israël uit de profeten moet worden geleerd.
Talrijk zijn de plaatsen, die hier ten bewijze kunnen worden aangevoerd, waaruit wij slechts enkele naar voren brengen.
Het of ...
HET VERBOND GODS
V.
Het Verbond met Abraham brengt in onderscheiding met dat van Noach de Messiaansche betrekkingen van het Verbond Gods tot openbaring.
Die waren, zooals is aangetoond, ook vroeger reeds werkzaam, ja zelfs is het universeele genadeverbond met Noach uit hetzelfde welb ...
HET VERBOND GODS
IV.
Nog altijd zijn wij bezig over de vergelijking van het werkverbond en het genadeverbond.
Hoe zal de mensch nu inzicht verkrijgen in de situatie der gerechtigheid, waarin Adam verkeerde, toen hij in het werkverbond stond ?
Daartoe is noodig kennis van die situ ...
HET VERBOND GODS
III.
Adam was niet een soort statue of beeldhouwerswerk, dat als zoodanig uitdrukking gaf aan Gods beeld, maar een levend wezen, dat niet op éénmaal alles, waartoe het was geschapen, in de volheid van zijn bestemming openbaarde.
Adam was geschapen voor een groote toe ...
HET VERBOND GODS
II.
Als wij dus vele verbonden in Gods Woord aantreffen, zijn dat openbaringen van Gods Verbond, lichtstralen van Zijn eeuwig welbehagen in den tijd. Dat is het eerste, maar onmiddellijk voegen wij daaraan toe, dat de verbonden ook werken Gods zijn, door welke Hij Zijn V ...
HET VERBOND GODS
I.
Over de afleiding van het Hebreeuwsche woord Verbond verkeert men in het duister. Vandaar dat ook de taalkundige beteekenis onbekend is.
Dit doet ook weinig ter zake, omdat de Schriftuurlijke zin zeer duidelijk is. Deze is een specifiek religieuse. Met het woord V ...
WAT CALVIJN ONS LEERT
De biecht.
Calvijn laat het woord van Jacobus nog niet los. Belijdt elkander de misdaden en bidt voor elkander, op dat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel, (Jac. 5 : 16).
Hier is duidelijk sprake van een belijden voor elkander, dus voo ...
WAT CALVIJN ONS LEERT
De biecht.
Thans gaat Calvijn over tot de behandeling van de onschriftuurlijke voorstellingen der bekeering, die door de leer der priesters was ingeslopen. Zij leerden, dat men de zonde moest beweenen en de zonden, die te beweenen zijn, niet meer bedrijven. Boete doen is ...
WAT CALVIJN ONS LEERT
De boetvaardigheid of bekeering is een gave Gods. Daarover is reeds zooveel geschreven in het voorafgaande, dat het als bekend mag worden ondersteld.
Calvijn ziet niet over het hoofd, dat God betuigt de bekeering van alle menschen te willen en dat Zijn vermaning tot allen uitgaat, maar nochta ...