HET VERBOND GODS
VII.
Een nieuw Verbond.
Ziet de dagen komen, spreekt de Heere, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw Verbond zal maken.
Niet naar het Verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hunne hand aangreep, om hen uit Egyptela ...
HET VERBOND GODS
VIII.
Nu blijft de mensch ook na zijn val een zedelijk wezen en God blijft hem behandelen als zoodanig. Ook de groei of ontwikkeling van den mensch gaat door, ondanks de zonde, zoodat hij een geschiedenis doormaakt. Ware nu de dood ten einde toe doorgegaan, zoo zou het m ...
HET VERBOND GODS
IX.
Alle dingen in het licht des Verbonds.
De bijzondere beteekenis van het Oude Verbond ligt alzoo in de Messlaansche roeping, gelijk die van het Nieuwe in de Messiaansche vervulling is gelegen.
Reeds vroeger werd gewezen op Gen. 3 vers 15, de z. g. moederbeloft ...
HET VERBOND GODS
De verlichting van het religieus bewustzijn ziet alzoo alle levensbetrekkingen in de eene allesbeheerschende relatie van den mensch tot zijn Schepper opgaan en zet deze in zedelijk licht. De zijnsbetrekking wordt tot een religieus-zedelijke, de absolute afhankelijkheid spreekt tot den mensch in d ...
HET VERBOND GODS
XI. Het menschelijke bewustzijnsleven heeft verschillende kenrelaties, die hem met de buitenwereld in rapport brengen. Men verkrijgt daardoor niet alleen een voorstellingswereld, maar het redevermogen geeft ons ook inzicht in het verband en den samenhang der dingen ...
HET VERBOND GODS
XII. Het gaat dus niet over de vraag, of de wetenschap het terrein der algemeene genade toevalt. Dat kan niet worden bestreden. Het wordt echter niet door ieder erkend. Juist, omdat God in Zijn algemeene genade gaven schenkt ook aan menschen, die geen vreeze Gods ...
HET VERBOND GODS
XIII. Vindt het aestlietische leven zijn voorbeeld en norm in de werken Gods, zooals die gekend worden door de religie. Ook de eisch van het zedelijke wordt eerst bij het licht der religie ontdekt. Vele zijn de pogingen om een zelfstandige moraal te fundeeren, doc ...
HET VERBOND GODS
XIV. De mensch is een redelijk-zedelijk wezen en daarom is hij een persoonlijkheid. Dit brengt ons tot een kenmerk des Verbonds, dat van groote beteekenis wordt voor alle voorafgaande beschouwingen. Het Verbond is niet alleen waarborg, dat God Zijn ordeningen en d ...
HET VERBOND GODS
XIV. De mensch is een redelijk-zedelijk wezen en daarom is hij een persoonlijkheid. Dit brengt ons tot een kenmerk des Verbonds, dat van groote beteekenis wordt voor alle voorafgaande beschouwingen. Het Verbond is niet alleen waarborg, dat , God Zijn ordeningen en ...
HET VERBOND GODS
XV. De religie des Verbonds. Uit de universeele grondrelatie volgt, dat in het verbond ook de bepaling eener algemeene religie is gegeven. Daar is slechts één God en éen religie. Deze is naar de orde der schepping algemeen en wordt ...