Alkoholisme (4)
Ik was nu door de mand gevallen en had een stukje van m'n leven opgebiecht; nu hoefde ik ook niet meer krampachtig nuchterheid voor te wenden. Ik voelde me moe - m'n tong sloeg dubbel - het lopen ging niet goed. De alkoholist ontpopte zich als de dronkaard. Toch voelde ik me wat opgelucht ...