Onze Belijdenis.
LIIIDe Heere werkt alle dingen naar den Raad van Zijnen wil. Er geschiedt dan ook niets buiten Gods voorzienig bestel. Alles, zoowel het kleinste als het grootste, zoowel het minst als het meest aangename dat wij ondervinden, komt ons toe van de hand van Hem", "die alles, bestuurt. Wel kun ...
Onze Belijdenis.
LII. Naast de onderhouding Gods onderscheidt de theologie als tweede stuk der Goddelijke Voorzienigheid de z. g. n. medewerking. In dit stuk der medewerking wil men doen uitkomen dat God wel de eerste oorzaak is van al wat is en geschiedt, maar dat de schepselen to ...
Onze Belijdenis.
51 Onmiddellijk bij de leer der schepping sluit zich aan de leer der goddelijke voorzienigheid. Deze voorzienigheid Gods vloeit als 't ware rechtstreeks uit de schepping voort. Er is dan ook tusschen schepping en voorzienigheid een zeer nauwe verwantschap, een zeer ...
Onze Belijdenis.
XLIX. De engelen zijn goed geschapen. Oorspronkelijk was er dus onder hen geen enkele die deed wat kwaad was in de oogen des Heeren.Dit bleef echter zoo niet. Hoelang het zoo geweest is kan niet met zekerheid worden uitgemaakt. In ieder geval was het nog zoo ...
Onze Belijdenis.
XLVIII. Van alles wat God schiep kunnen de persoonlijke, met rede begaafde, zelfbewuste wezens als de voornaamste worden beschouwd.Deze persoonlijke wezens nu zijn engel en mensch. Over de schepping des menschen wordt in art. 14 afzonderlijk gehandeld, maar ...
Onze Belijdenis.
XL VII De wereld heeft dus niet van eeuwigheid bestaan. Zij heeft naar Gods vrijmachtig welbehagen, eenmaal, voor ongeveer zesduizend jaren, een aanvang genomen. God heeft haar toen en met haar het gansche heelal, met alle schepselen, groote en kleine, zienlijke en ...
Onze Belijdenis.
XLVI. Wanneer onze Belijdenis heeft gesproken over het Wezen Gods, gaat zij over tot de behandeling van Gods Werken. Op grond van de Heilige Schrift laat zij ons zien hoe de levende God tevens is de werkende God. Dat kan ook trouwens niet anders. Immers wanneer all ...
Onze Belijdenis.
XLV. De Heilige Geest is niet slechts een Persoon, en niet slechts een ander Persoon dan de Zoon, en niet slechts een Persoon die beiden van den Vader en den Zoon uitgaat, maar Hij is ook een goddelijk Persoon. Hij is in orde de derde Persoon in het Wezen Gods, die ...
Onze Belijdenis.
XLIV. Bij de bespreking van den Heiligen Geest diende eerst opgemerkt te worden dat Hij niet is iets, maar iemand; niet een zaak, maar een Persoon. Voor wie zijn Bijbel kent kan dat aan geen twijfel onderhevig zijn.Bovendien zagen wij dat Hij niet is dezelfd ...
Onze Belijdenis.
XLIII. Wanneer wij aan de bespreking van den derden Persoon van het Goddelijk Wezen genaderd zijn, is vóór alle dingen noodig dat wij den nadruk leggen op Zijn persoonlijkheid. De groote strijd immers, die in den loop der eeuwen over den Heiligen Geest gestreden is ...