HET VERBOND GODS
XXXVIII Het gezag des Woords. Het behoeft nauwelijks meer gezegd, dat de kennis van den Christus door den Geest der aanneming tot kinderen Gods den band tot den hemelscben Vader in en door Hem versterkt met een teedere liefde, waa ...
HET VERBOND GODS
XXXIX Het gezag des Woords. In het voorafgaande werd het gemeenschappelijk belijden op den voorgrond geschoven en in zekeren zin onderscheiden van het persoonlijke. Het kan duidelijk zijn geworden, dat daarvoor aanleiding bestaat, w ...
HET VERBOND GODS
XLI. Het nauw contact tusschen Gods Woord en de belijdenis wortelt in het leven der kerk. Immers de kerk leeft uit het Woord, dat vleesch is geworden, maar daarom ook bij het Woord, dat van den Christus Gods getuigt. De levensbetrekking tot den verhoogden Christus ...
HET VERBOND GODS
XLII. Woord en belijdenis. Wij spraken over de belijdenis der kerk. Dat betreft dus de gereformeerde geloofsbelijdenis. Uit de reformatie zijn verschillende belijdenisschriften en kerkformaties opgekomen, die als ...
HET VERBOND GODS
I.
Over de afleiding van het Hebreeuwsche woord Verbond verkeert men in het duister. Vandaar dat ook de taalkundige beteekenis onbekend is.
Dit doet ook weinig ter zake, omdat de Schriftuurlijke zin zeer duidelijk is. Deze is een specifiek religieuse. Met het woord V ...
HET VERBOND GODS
II.
Als wij dus vele verbonden in Gods Woord aantreffen, zijn dat openbaringen van Gods Verbond, lichtstralen van Zijn eeuwig welbehagen in den tijd. Dat is het eerste, maar onmiddellijk voegen wij daaraan toe, dat de verbonden ook werken Gods zijn, door welke Hij Zijn V ...
HET VERBOND GODS
III.
Adam was niet een soort statue of beeldhouwerswerk, dat als zoodanig uitdrukking gaf aan Gods beeld, maar een levend wezen, dat niet op éénmaal alles, waartoe het was geschapen, in de volheid van zijn bestemming openbaarde.
Adam was geschapen voor een groote toe ...
HET VERBOND GODS
IV.
Nog altijd zijn wij bezig over de vergelijking van het werkverbond en het genadeverbond.
Hoe zal de mensch nu inzicht verkrijgen in de situatie der gerechtigheid, waarin Adam verkeerde, toen hij in het werkverbond stond ?
Daartoe is noodig kennis van die situ ...
HET VERBOND GODS
V.
Het Verbond met Abraham brengt in onderscheiding met dat van Noach de Messiaansche betrekkingen van het Verbond Gods tot openbaring.
Die waren, zooals is aangetoond, ook vroeger reeds werkzaam, ja zelfs is het universeele genadeverbond met Noach uit hetzelfde welb ...
HET VERBOND GODS
VI.
Het ligt dus voor de hand, dat de beteekenis van de Wet in het licht van het verbond met Israël uit de profeten moet worden geleerd.
Talrijk zijn de plaatsen, die hier ten bewijze kunnen worden aangevoerd, waaruit wij slechts enkele naar voren brengen.
Het of ...