HET VERBOND GODS
XXVIII. De Dienst des Woords. Wij hebben gepoogd het licht te laten vallen op de gewichtige roeping, welke aan den Dienst des Woords is verbonden tot de vervulling van de beloften van het genadeverbond aan de uitverkorenen. In de volheid des ...
HET VERBOND GODS
XXIX. De tucht des Woords. In de voorafgaande beschouwingen kan gebleken zijn, dat het genadeverbond in den zin van het Verbond ten eeuwigen leven, zooals dat in de Formulieren van Doop en Avondmaal wordt verstaan, niet zoo eenvou ...
HET VERBOND GODS
XIII. Vindt het aestlietische leven zijn voorbeeld en norm in de werken Gods, zooals die gekend worden door de religie. Ook de eisch van het zedelijke wordt eerst bij het licht der religie ontdekt. Vele zijn de pogingen om een zelfstandige moraal te fundeeren, doc ...
HET VERBOND GODS
XIV. De mensch is een redelijk-zedelijk wezen en daarom is hij een persoonlijkheid. Dit brengt ons tot een kenmerk des Verbonds, dat van groote beteekenis wordt voor alle voorafgaande beschouwingen. Het Verbond is niet alleen waarborg, dat , God Zijn ordeningen en ...
HET VERBOND GODS
XV. De religie des Verbonds. Uit de universeele grondrelatie volgt, dat in het verbond ook de bepaling eener algemeene religie is gegeven. Daar is slechts één God en éen religie. Deze is naar de orde der schepping algemeen en wordt ...
HET VERBOND GODS
XVI Het nieuwe Verbond, waarvan Israels profeten hebben geprofeteerd, is in de vleeschwording des Woords tot zijn hoogste openbaring en vervulling gekomen. De geestelijke betrekkingen van dit nieuwe Verbond zijn echter niet eerst begonnen na het volbrachte werk van Christus. Daarvan zijn ...
HET VERBOND GODS
XVII. Het leven der kerk is gelijk aan het leven van den enkeling, die met Gods Woord van doen krijgt tot verlichting des verstands, tot aanneming, tot ontdekking, tot vernieuwing, tot kennis der zaligheid in Christus. De geschiedenis van zulk een enkeling ...
HET VERBOND GODS
XVIII. Meerdere malen werd er op gewezen, dat de mensch ook na den val een mensch, d.i. een redelijk-zedelijk wezen is gebleven en dat God, de Heere, hem ook als zoodanig behandelt. Een sprekend voorbeeld van dien goddelijken omgang vóór den val vinden wij in de H ...
HET VERBOND GODS
XIX. Met nadruk werd erop gewezen, dat zij, die zich bij de kerk voegen, zich aan haar belijdenis en orde onderwerpen. Misschien zal iemand opmerken, dat dit van zelf spreekt. Wie zich aansluit bij eenige vereeniging van menschen, neemt kennis van de statuten en i ...
HET VERBOND GODS
XX. Verbond, belofte, verkiezing, persoonlijkheid. Na op het bijzonder karakter der kerk gewezen te hebben, gaan wij nog eens terug naar het Verbond Gods, waarin ook de kerk naar het welbehagen Gods begrepen is en wel op een onderscheidene wijze. In haar wo ...